Karpatenkop

nlangs was de karpatenkop even in het nieuws. Dat kwam door Dion Graus. In een debat met de staatssecretaris van Economische Zaken zei Graus: „Tot slot hebben we gevraagd om vliegende brigades in te zetten tegen Oost-Europese karpatenkoppen die allemaal zieke puppy’s ons land binnenbrengen.”

Anouchka van Miltenburg, voorzitter van de Tweede Kamer, reageerde als volgt: „Voordat ik het woord geef aan de staatssecretaris, wil ik voor de Handelingen hebben opgemerkt dat scheldwoorden hier niet thuishoren in het debat.”

Tot 2001 zou dit ertoe hebben geleid dat het gewraakte woord niet in de Handelingen, het woordelijke verslag van de Kamerdebatten, werd opgenomen. Onparlementaire taal werd wel vastgelegd, maar in een apart bestand, het zogenoemde lijkenregister. Nu komt alles wel in de Handelingen, inclusief scheldwoorden („Effe dimmen, flapdrol”).

Graus vindt karpatenkop geen scheldwoord. „Die gasten hebben van die harde karpatenkoppen. Dat is een feitelijke constatering, dat bedoelde ik niet eens als scheldwoord.” De Grote Van Dale beschouwt karpatenkop wel degelijk als een scheldwoord. Betekenis: „Iemand met een gezicht waaruit aan onverzettelijkheid gepaarde domheid spreekt.” Zeg maar: iemand met een domme, botte, starre kop.

Overigens zijn de Karpaten geen volk, het is een hooggebergte in Midden-Europa dat zich grotendeels uitstrekt over wat de PVV MOE-landen noemt: Tsjechië, Slowakije, Polen, Oekraïne en Roemenië.

Slechts zelden is de maker van een woord bekend, maar karpatenkop is een uitzondering. Het is bedacht door Karl Polak, een handschriftkundige die in de jaren vijftig bevriend was met Gerard van het Reve. Van het Reve bracht het in omloop. In 1961 gebruikte hij het voor het eerst op schrift, in Tien vrolijke verhalen. Daarin schrijft hij, over de chef propaganda van de Communistische Partij Nederland: „Jij karpatenkop, dacht ik. Jij kan het misschien niet eens helpen, maar jouw leer is een dwaalleer.”

Van het Reve kwam uit een communistisch nest, maar ontpopte zich als communistenvreter. Karpatenkop was zijn geliefde scheldwoord voor Nederlandse en buitenlandse communisten. Hij gebruikte het onder meer voor Tito („de eeuwig redevoeringen afstekende karpatenkop Tito”), voor Russen en Roemenen, en bij herhaling voor Theun de Vries, schrijver, CPN-lid en gezworen vijand van Gerard van het Reve.

Karpatenkop is nooit een algemeen verbreid scheldwoord geworden, maar vanaf het eind van de jaren zeventig duikt het op bij schrijvers als Hans Ree, Ischa Meijer en Youp van ’t Hek. Sinds 1992 staat het in de Grote Van Dale, en onder Reve-liefhebbers is het nog geregeld te horen.

Ook Dion Graus gebruikt het vaker. Wellicht is hij een Reve-fan, maar zelfkennis kan ook een rol spelen. Graus is zich ervan bewust dat hij een markante kop heeft. Op 6 mei 2013 zei hij in een Kamerdebat, niet over Oost-Europese puppy-smokkelaars maar over zichzelf: „Wij waren weer onze tijd ver vooruit, alleen krijgen wij de steun niet. Mogelijk komt het door mijn karpatenkop. Mensen zeggen altijd dat ik een zuur gezicht heb en een karpatenkop.”

Voor de goede orde: de voorzitter merkte toen niet op dat scheldwoorden ongepast zijn in een Kamerdebat.