Jongeren roken en drinken minder, ze hebben wel vaker overgewicht

Nederlandse jongeren leven gezonder. De problemen lijken te overzien.

Nederlandse jongeren snuiven, spuiten, roken, hebben onveilige seks en drinken zichzelf in coma. Ze lijden aan overgewicht en er is sprake van verslaving aan games en aan het achter elkaar bekijken van series. Er zijn veel berichten over drank- en drugsgebruik onder jongeren – ze doen het goed in de media.

Het slechte nieuws: het klopt, dat drinken, spuiten, roken, gamen en stappen. Maar: lees de Verkenning Jeugdgezondheid die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) eind vorige week uitbracht en dan mag worden geconcludeerd dat de situatie te overzien is. De problemen nemen af.

Het is voor het eerst dat een dergelijk omvangrijk overzicht is opgesteld van de fysieke en psychische gezondheid, levensstijl en problemen in de sociale omgeving van kinderen en jongeren. Ruim 165 pagina’s telt het rapport en het beslaat veel, van zuigelingensterfte en zelfmoord onder jongeren tot de vraag of Nederlandse kinderen voldoende vitamines binnenkrijgen.

De meest opvallende conclusies gaan over alcoholgebruik en roken: jongeren zijn de afgelopen tien jaar minder gaan roken en drinken. Nederlandse kinderen en jongeren horen bovendien bij de topdrie van gezondste ter wereld, en ze voelen zich navenant gelukkig.

De helft van de middelbare scholieren drinkt alcohol, eenvijfde rookt en eentiende gebruikt softdrugs. Eenderde van alle jongeren geeft toe wel eens te binge drinken – in korte tijd grote hoeveelheden alcohol achterover slaan.

Roken blijkt invloed te hebben op schoolprestaties. Jongeren die dagelijks roken, hebben na vier jaar minder vaak een diploma dan niet-rokers, schrijven de onderzoekers. Van de Nederlandse jongeren tussen 10 en 19 jaar rookt 18 procent, onder hen bijna tweemaal zoveel meisjes als jongens. Ruim twintig jaar geleden was dat nog 30 procent. Is het onderwijsniveau lager, dan wordt er meer gerookt dan op hoger niveau.

Wat alcoholgebruik betreft, hebben welvarende ouders meer reden zich zorgen te maken over hun kinderen dan minder rijke ouders.

Rages als de nieuwe Facebookhype neknomination zijn reden tot zorg: daag een stel vrienden in een filmpje uit om een alcoholische drank in één keer achterover te slaan. Lukt dat niet binnen 24 uur, dan is de verliezer een krat bier of een fles sterke drank aan de uitdager schuldig. In Ierland en het Verenigd Koninkrijk overleden al jongeren aan de gevolgen van het spel. Intussen won de drank aan status onder bepaalde groepen jongeren. Status is volgens het rapport een van de drie belangrijkste redenen voor jongeren om te drinken, naast betaalbaarheid en beschikbaarheid. Maar hoe ver gaat de Nederlandse jeugd nu écht met drank?

In de maand voor het onderzoek had eenderde van alle jongeren wel eens achter elkaar meer dan vijf glazen alcohol gedronken (binge drinking). Dat ligt een stuk lager dan de 40 procent die tien jaar geleden werd gemeten. Jongeren, in dit geval tussen de 12 en 18 jaar, drinken sowieso minder: het aandeel dat in de maand voor het onderzoek alcohol dronk, was in 2003 bijna 60 procent, nu iets meer dan 50 procent.

Zorgen zijn er ook, schrijft Marianne Donker in de inleiding van het rapport. Ze is directeur publieke gezondheid van het ministerie van VWS, opdrachtgever voor het onderzoek. Donker stelt dat jeugdzorginstellingen „niet achterover kunnen leunen”. Ze noemt overgewicht, het toenemend socialemediagebruik en internetverslaving als problemen.

In 2011 overleden ruim 170 jongeren tot 20 jaar door een ongeval of geweld. In dat jaar pleegden veertig jongeren tussen de 15 en 20 jaar zelfmoord. Het pesten bleef op de scholen ongeveer gelijk. Van de kinderen tussen 11 en 16 jaar geeft 7 procent toe „vaak te pesten”. Meer dan eentiende van de pubers meldt (tijdelijke) depressieve klachten.

Uit het rapport kan de conclusie worden getrokken dat armere jongeren en jongeren uit allochtone gezinnen ongezonder zijn gaan leven en dat de psychosociale problemen bij ‘sociaal-economische risicogroepen’ groeien. „Leefstijlfactoren die opvallend vaker voorkomen onder deze risicojongeren zijn te weinig bewegen, ongezond voedingsgedrag, roken, onveilig seksueel gedrag en problematisch mediagebruik.” De onderzoekers raden aan om meer en specifiek preventiebeleid te ontwikkelen.