Opgeluchte Thomas Bach

Erfde Thomas Bach met de Winterspelen van Sotsji een probleem? Het moet menigmaal door zijn hoofd zijn geschoten, nadat de Duitser vorig jaar september de Belg Jacques Rogge was opgevolgd als IOC-voorzitter. De praktijk viel evenwel mee. En dat wilde de opgeluchte Bach bij afsluiting van de 26ste Winterspelen maar wat graag laten weten. Hij prees ‘Sotsji’ regelrecht de hemel in.

De voortekenen waren ongunstig. In aanloop naar de Spelen was Sotsji het mikpunt van internationale kritiek. De plek in een oksel van de Kaukasus, omringd door roversnesten, zou ongelukkig gekozen zijn. Of: wat moet een badplaats aan de Zwarte Zee in een regio met minder dan een half miljoen inwoners met zo veel wintersportvoorzieningen? Schaatsen onder de palmbomen, wie verzint het?

Verontrustender voor Bach was de kritiek op Poetins houding inzake mensenrechten en zijn anti-homowet. De liberale wereld sprak er schande van en na dertig jaar klonk weer de roep om een olympische boycot. Het kan niet anders of Bach moet ’m geknepen hebben. Zijn eerste Spelen als voorzitter zouden toch geen debacle worden? Bij de openingsceremonie, gaf Bach nog uiting aan zijn ongerustheid. Geen politiek bedrijven over de ruggen van sporters, waarschuwde hij.

Gaandeweg de Spelen bleek dat ‘die Russen’ verrekte goed werk hadden geleverd. Organiseren kunnen ze. En ze waren allervriendelijkst bovendien. Bachs bezorgdheid veranderde in enthousiasme. Zozeer dat hij bij de sluiting geen woord van kritiek uitte. „Bij mijn eerste bezoek aan Sotsji dacht ik: hier Spelen houden, wordt een onmogelijke opgave. En zie nu. De onwaarschijnlijke transformatie van een stalinistische sanatoriumstad in een modern oord met state-of-the-art-accommodaties is een feit.”

En ook zei hij: „Vooral dankzij Poetins inspanningen zijn deze Spelen een succes geworden.” Waarvoor heel veel dank, hoorde je de IOC-voorzitter zeggen.