Het Nederlandse schaatssucces is te danken aan technologische doping

Nederlandse schaatsers wonnen door hun pak, vindt Hans Vandeweghe.

Het professioneel systeem inclusief de interne concurrentie is niet vreemd aan de Nederlandse schaatssuccessen, maar hun 24 medailles zijn voor een groot deel het gevolg van technologische doping.

Omdat de Amerikaanse schaatsploeg besloot hun nieuwste pakken van Under Armour niet meer te dragen - de ventilatiepanelen op de rug zouden hen trager maken - is het aandeel in dat bedrijf vrijdag even met 2,5 procent gedaald. Zaterdag werd dat goedgemaakt. Het was ook maar schaatsen.

Het onbekende Nederlandse kledingbedrijf Sportconfex uit Assen zit niet op de beurs. Zij hadden hun koers deze week wel kunnen verdubbelen want de voorspelling van hun directeur Bert van der Tuuk is uitgekomen.

Na de winterspelen van Vancouver had hij 150 uur in de windtunnel van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium in Markenesse doorgebracht. Toen hij de juiste stofjes had gevonden en er een pak had van genaaid, kwam hij met een ambitieuze stelling: „Er is tot drie procent winst geboekt”. Met een vreemde uitsmijter er achteraan: „Het zal niet direct drie procent harder gaan maar aan het eind kan de drager van het Sportconfex-pak wel meer energie overhouden dan de niet-drager.”

Als een technologisch bedrijf op basis van wetenschap met zo’n statement komt, moeten we dat serieus nemen. Drie procent van 50 kilometer per uur – de ondergrens van de schaatssnelheid – betekent anderhalve kilometer per uur winst. Of, in zijn logica, betekent het aanklampen, drie procent minder energie verbruiken en aan het eind nog genoeg overhouden om de tegenstand los te rijden. Voor drie procent zouden de meeste sporters hun moeder vermoorden, of hun kinderen verkopen, of allebei. Drie procent is geen marginale winst; in topsport is drie procent een kloof.

Het is bepaald verwonderlijk dat de Nederlanders zo bescheiden blijven over hun voordeel. Zou het kunnen omdat het in wezen om technologische doping gaat? Herinner u de pakkenhistorie in het zwemmen. Door de veelbesproken LZR Racer kon Speedo in 2007-2008 in de aanloop naar de Spelen pochen met niet minder dan 48 wereldrecords en dat in een periode dat alle zwemmers zwaar trainden en vooral niet taperden (methodisch ontspanden voor de wedstrijd red.). En toen moest het olympisch feest nog beginnen.

Nederland heeft zaterdag in de ploegenachtervolging ondanks een fikse ruzie onder de leden van het ‘team’ een 24ste medaille gewonnen. Daarvan zijn er 23 behaald in het lange baanschaatsen, naast één in short track.

Nederland brak alleen in 1998 (12 medailles) door de grens van tien, een knappe prestatie in volle epo-hoogdagen. Nu breken ze door de grens van twintig en hoe. Het Oranje schaatslegioen presteerde de laatste drie Spelen altijd een beetje onder de verwachtingen. De uitleg werd haast een mantra: door het systeem van profploegen moesten de schaatsers een heel seizoen vol aan de bak en waren opgebrand tegen de OS. Een beetje zoals onze veldrijders zich verdedigen als ze worden geklopt door die ene buitenlander.

Die teams zijn er nog steeds, maar nu zijn ze ineens een geheim wapen. Vier jaar nadat vier keer goud werd behaald op acht medailles, schaatst de Oranje équipe iedereen aan gort, en deze keer omdàt ze die profploegen hebben? Dit valt niet serieus te nemen. Die acht gouden medailles zijn nog te verklaren, maar het zijn vooral die vier Oranje podia die ons aan het denken moeten zetten. Er was in Sotsji meer aan de hand dan ‘wat zijn we dit jaar goed in de diepte’.

In Nederland is op de uitstekende website Sportknowhowxl.nl trouwens een discussie aan de gang over de pakken van Sportconfex, maar vooralsnog houdt de Oranje pers zich on-Hollands afzijdig. De International Skating Union is wellicht te beschaamd om er over te beginnen.

De les van de internationale zwembond die een reglement had met een beperking op snelheidsvoordeel maar de pakken niet of nauwelijks controleerde, is niet blijven hangen. Regel 233 van de schaatsunie heeft het alleen over de vorm van het pak. Geen woord over onoorbaar snelheidsvoordeel. Terwijl het zo simpel zou kunnen zijn: benoem de toegelaten stofjes, zet iedereen met gelijke wapens aan de start waardoor hopelijk alleen de fysiologie de uitslag bepaalt, en klaar is Kees (en alle andere Nederlanders).