Het ding van Bergsma

Natuurlijk weet Louis van Gaal iets van schaatsen. De bondscoach had vooral met bewondering gekeken naar de verliezende sporters Smeekens en Verweij: „Direct voor de camera moeten verschijnen en dan je verlies zo snel verwoorden, die presentatie vond ik fantastisch om te zien.” Opvallend, Van Gaal sprak over de presentatie, niet over de prestatie. Het

Natuurlijk weet Louis van Gaal iets van schaatsen.

<!--blockquote class="streamer">

In de studio zag ik een stoethaspel. Jorrit Bergsma leek het Nederlands verleerd. Geen enkele zin haalde de finish

De bondscoach had vooral met bewondering gekeken naar de verliezende sporters Smeekens en Verweij: „Direct voor de camera moeten verschijnen en dan je verlies zo snel verwoorden, die presentatie vond ik fantastisch om te zien.”

Opvallend, Van Gaal sprak over de presentatie, niet over de prestatie. Het was geen slip of the tongue, want meteen daarop vertelde hij dat de presentatie in teamverband te wensen over liet.

Goed gezien, Louis.

De schaatsprestaties waren zaterdag van hoge kwaliteit. De drie vrouwen lagen al snel seconden voor en tijdens de mannenachtervolging keek Sven Kramer ruim voor het einde op zijn gemak hoever het Koreaanse boemeltje achter lag.

Twee keer goud. Appeltje-eitje.

Maar hoe ging de presentatie?

Op de zaterdagochtendtraining bleek de reserve van de mannenschaatsers niet op het ijs te staan. De NOS wist Jorrit Bergsma te strikken voor een interview. Hij kwam stuntelig over. Bergsma had het slecht naar zijn zin in het team en wilde geen vierde man meer zijn. „Ik voel me genaaid.”

Coach Arie Koops was zich van geen kwaad bewust. Hij strooide pekel voor zijn voeten om uitglijden te voorkomen. Het gemene lachje maakte hem niet geloofwaardiger: „We gaan het met het vaste trio doen en Bergsma kan gewoon zijn ding doen.”

Ding doen.

Wat was ‘het ding’ van Bergsma? Baboesjka’s kopen in een toeristenwinkel? Een potje zoenen met zijn Amerikaanse schaatsliefde Heather?

Na de race zaten de kemphanen Bergsma en Koops ’s avonds ver uit elkaar in een volle NOS-studio. Kramer, Verweij en Blokhuijsen vertelden het verhaal van hun gouden race. Daarna ging de microfoon naar Bergsma. Van de zenuwen nam het winnende trio snel een slok water.

Een week geleden was Bergsma nog de onbezorgde winnaar van de tien kilometer, nu zag ik een stoethaspel. Hij leek het Nederlands verleerd. Geen enkele zin haalde de finish.

De microfoon ging naar Koops. Weer dat arrogante lachje. Zijn verhaal: de focus was het behalen van goud. Er was vlak voor de race ruis en die ruis moest op dat moment naar de achtergrond; de drie aangewezen mannen moesten winnen.

Waarom Bergsma niet in de kwart- of halve finale had mogen starten – zoals Lotte van Beek wel bij de vrouwen – zodat hij ook een medaille had gekregen, dat kon Koops mij niet duidelijk maken.

Koops en Bergsma; geslepen woorden versus een paar klapschaatsen.

Presentatie, heet dat.

De feestvreugde kreeg de overhand. De gouden medaille van Bergsma van vorige week leek ver weg; meer dan tien kilometer. Nederland had zich in Sotsji opgewerkt tot een land van winnaars.

Bergsma was verworden tot ruis.