Een blakende jeugd – of niet?

Niets is zo verraderlijk als goed nieuws. Het gaat met de gezondheid van de Nederlandse jeugd prima, zo blijkt uit de Verkenning Jeugdgezondheid die het RIVM vorige week uitbracht. Nederland staat in internationale studies al jaren in de top drie. Recente negatieve trends lijken omgebogen. De jeugd is minder gaan roken en drinken. Het aantal kinderen met overgewicht groeit niet verder.

Toch concludeert het rapport ook dat er ‘in het geheel genomen’ geen verschil is met tien jaar geleden. Er zijn namelijk ook problemen bijgekomen, respectievelijk niet écht onder controle gebracht. Overgewicht is dan wel niet toegenomen, het aantal kinderen dat eraan lijdt is nog wel veel te groot. 13 procent van de 2- tot 22-jarigen is erdoor getroffen. Van 1997 tot 2010 was er sprake van een stijging – of die trend nu is doorbroken is dus hoogst onzeker.

Het totale aantal (vroeg) drinkende jongeren neemt licht af, maar de ernst van het probleem blijft fenomenaal. Maar liefst tweederde van de 15-jarigen drinkt. De groep jongeren die weleens dronken wordt, groeit al twintig jaar. Het zogenoemde ‘binge drinken’, meer dan 5 glazen per gelegenheid, neemt licht af, maar is nog steeds veel te hoog. Van de alcohol drinkende jeugd kwalificeert nu maar liefst 68 procent als ‘binge drinker’. Meisjes iets minder dan jongens; lager opgeleiden meer dan hoger.

Drank is voor de jeugd zoals bekend betaalbaar en ruim beschikbaar. Kennelijk is het nog steeds sociaal aanvaard dat tieners elkaar onder de tafel zuipen. Iedere reden voor zelfs maar een begin van tevredenheid ontbreekt hier. De invoering dit jaar van de leeftijd van achttien als drinkgrens komt bepaald niet te laat. Net als het zeldzame reclamefilmpje van deejay Armin van Buuren voor Heineken, waarin (ook) het drinken van water wordt aanbevolen. Van Buuren kon de laveloze menigte bij zijn optredens niet meer aanzien. Het is een begin, hopelijk ook voor de drankindustrie.

De moderne techniek blijkt ook gezondheidsproblemen te veroorzaken. De sterk gestegen overlevingskans van te vroeg geboren baby’s zorgt voor meer kinderen die later zwak en hulpbehoevend zijn. Problematisch internetgebruik komt nu nog relatief weinig voor – maar dat zal veranderen, zo wordt verwacht. Ook de conjunctuur en de veranderende bevolkingssamenstelling hebben consequenties. Hoe lager de welvaart, hoe groter de gezondheidsproblemen. Ongezonde leefstijlen en psychosociale problemen komen vaker voor bij kinderen in gezinnen met lage welvaart, lage opleiding, gescheiden ouders of allochtone afkomst. Gezondheid wordt daarmee steeds meer een economisch vraagstuk. En dus een verdelingskwestie, waarvoor de politiek verantwoordelijk is.