Een beetje gedoe, dat hoort er gewoon bij

De mannen en vrouwen wonnen dit weekend goud bij de ploegachtervolging // Maar het ging vooral over Jorrit Bergsma die uit het team stapte omdat hij niet werd opgesteld // „Een smetje

Twee gouden medailles binnen een half uur, en toch nog een rel. „We hebben twee keer goud, dat is fantastisch”, probeerde Arie Koops het gesprek na afloop van de finaleraces op de ploegachtervolging een andere kant op te sturen. Vergeefse moeite. Eerst moest de bondscoach – tevens directeur sport van schaatsbond KNSB – maar eens uitleggen hoe het zat met reserve Jorrit Bergsma, die anderhalf uur voor de kwartfinalerit tegen Frankrijk had bedankt omdat hij zich ‘genaaid’ voelde. „Een smetje”, zei Koops.

De ploegachtervolging – in 2006 dankzij toenmalig ISU-bestuurder Ard Schenk toegevoegd aan het olympisch programma – stond zaterdag symbool voor de unieke prestaties van de Nederlandse schaatsers in Sotsji. Na mislukkingen in 2006 en 2010 reed het mannen- en vrouwenteam dit keer in vlekkeloze ritten naar goud. Dat bracht kopvrouw Ireen Wüst op totaal vijf medailles: twee goud en drie zilver. Zij is nu de meest succesvolle Nederlandse olympiër ooit. Kopman Sven Kramer doet het met twee goud en één zilver.

„Twee diamanten in de kroon”, noemde Koops de prestaties van ‘zijn’ mannen (Kramer, Jan Blokhuijsen en Koen Verweij) en vrouwen (Wüst, Jorien ter Mors, Marrit Leenstra en reserve Lotte van Beek). In 2011 nam Koops de plaats over van wielermanager Theo de Rooij als leider van het ‘project ploegachtervolging’, dat financieel gesteund werd door bondssponsor KPN. Drie jaar laveerde hij moeizaam langs alle tegengestelde belangen van de verschillende merkenteams. En, niet onbelangrijk, drie jaar lang won Nederland bij de mannen elke wedstrijd, en dit seizoen ook bij de vrouwen. Maar tijd om te genieten kreeg hij nauwelijks.

Koops schrijft ’s nachts zijn zorgen op

„De weinige nachten dat ik niet kan slapen, sta ik op en schrijf ik even een stukje waarom ik wakker lig”, vertelde Koops in de aanloop naar de Spelen. „Dan moet ik het daar met mezelf over hebben.” In Sotsji gaf Bergsma hem stof tot schrijven. De winnaar van de tien kilometer hoopte mee te mogen doen in de kwartfinale tegen het zwakke Frankrijk, om zo zijn tweede goud in Sotsji veilig te stellen. Maar Koops stelde hem niet op. „In topsport gaat het niet om hopen, maar om het beste resultaat.”

Met de zege in de finale op het verrassend sterke Zuid-Korea, in een fabelachtige tijd van 3.37,71, kon Koops eenvoudig zijn gelijk halen. Maar de rel rond Bergsma overschaduwde deels het succes. Als directeur sport ligt Koops toch al onder vuur, nadat de merkenteams vlak voor de Spelen het vertrouwen in hem en algemeen directeur Paul Sanders hadden opgezegd.

En als bondscoach kreeg hij in veel media kritiek toen hij op een persconferentie voor de ploegachtervolging steeds herhaalde dat het doel „de beste taakuitvoering” was en weigerde te spreken over goud op de Spelen. Onverdeeld populair is Koops niet.

De BAM-ploeg van Bergsma en coach Jillert Anema verweten de bondscoach al langer dat hij partij kiest voor de TVM-ploeg van Kramer en Verweij. Chef de mission Maurits Hendriks van sportkoepel NOC*NSF ging na het bedanken van Bergsma verhaal halen bij Anema. „Ik heb me nergens mee bemoeid”, verzekerde de flamboyante Anema zaterdag voor de finale. Maar tussen BAM en de achtervolgingsploeg heerste al langer onvrede. Bergsma werd deze zomer uit de ploeg gezet omdat hij een trainingskamp op Vlieland miste. „Koops moet opstappen”, reageerde Anema toen.

In november maakte Bergsma bij afwezigheid van Kramer en Verweij toch weer deel uit van de ploeg. Koops koos de Fries na het olympisch kwalificatietoernooi als reserve, omdat hij de enige kandidaat was binnen de selectie. Anders had de bondscoach een extra schaatser moeten meenemen, wat ten koste zou zijn gegaan van sprinter Jan Smeekens, die nu op 0,012 seconde goud misliep op de 500 meter. Wat hem geheid op ruzie met diens coach Jac Orie was komen te staan.

Ze vermoorden elkaar al in de jeugd

„Je kunt het toch nooit voor iedereen goed doen”, realiseerde Koops al in de aanloop naar de Spelen. In het Nederlandse schaatsen wordt om elke vierkante centimeter gestreden. „Dat is de cultuur”, sprak Kramer na afloop. Hij zag er een verklaring in voor het Nederlands succes in Sotsji. „Bij de pupillen vermoorden we elkaar al om hogerop te komen, wij zijn die strijd en spanning van jong af aan gewend.”

Directeur sport Koops prees het model van concurrerende merkenploegen, loofde de coaches van de teams en memoreerde dat de bond steeds meer open staat voor individuele routes van schaatsers uit het shorttrack, marathonschaatsen of inline skaten. Met een systeem van vijf ‘regionale talentencentra’, eventueel gekoppeld aan vijf grote commerciële teams, wil de KNSB ook in de toekomst internationaal voorop lopen. Hebben de sponsorploegen het vertrouwen in hem opgezegd? „Ach, er is altijd een keer ruis op de lijn. Ik kijk naar wat het systeem heeft opgeleverd. En de bal rolt verder.”