‘De cd is een verschrikkelijk product’

Hij maakte als directeur van platenmaatschappij EMI en Universal het succes en de neergang van de muziekindustrie mee. Wat ging er mis? Zijn verhaal en zijn lessen.

Dirk De Clippeleir: „Als iemand je nu een cd geeft voor je verjaardag, denk je: ga toch weg zeg.”
Dirk De Clippeleir: „Als iemand je nu een cd geeft voor je verjaardag, denk je: ga toch weg zeg.” Foto’s Katrijn van Giel

Hij is de baas van ‘de Paradiso van Brussel’. Dirk De Clippeleir (51) is sinds 2011 directeur van Ancienne Belgique, een concertzaal in een van de mooiste gebouwen van de stad. De Ancienne Belgique heeft 2.000 plaatsen en draait deels op subsidie van de Vlaamse overheid.

In de jaren negentig maakte De Clippeleir als directeur van EMI, en later als directeur van Universal in België, de gouden jaren van de muziekindustrie mee. Een winstpercentage van 20 procent was normaal. Maar die tijd is voorbij: sinds 2000 is de muziekmarkt wereldwijd gehalveerd tot ruim 12 miljard euro.

Door een gebrek aan moedige managers zijn volgens De Clippeleir de traditionele platenlabels overbodig geworden. De oorzaak, volgens De Clippeleir: verkeerde strategische inschattingen, een mislukte strijd tegen piraterij en een generatie die niet meer voor muziek wil betalen.

En ja, daar is hij zelf mede schuldig aan.

Wacht even. Zo slecht gaat het toch niet? Nieuwe inkomstenbronnen, digitale abonnementsdiensten zoals Spotify, hebben de muziekindustrie weer voorzichtig zelfvertrouwen gegeven. Vorig jaar steeg de omzet uit muziekverkoop in Nederland voor het eerst in twaalf jaar een beetje, bleek afgelopen donderdag. Nederland kocht in 2013 voor 130 miljoen euro aan muziek, een fractie meer dan een jaar daarvoor. De weg naar boven lijkt weer ingezet.

De Clippeleir denkt daar heel anders over, vertelt hij tijdens een rondleiding door zijn concertzaal. Op het podium test rockband Monster Magnet vast het geluid voor het concert van vanavond. Alleen zij, de grote artiesten, kunnen nog leven van muziek, legt De Clippeleir uit. De rest moet zich niet teveel illusies maken.

Spotify gaat de muziekindustrie niet redden?

„Nee. Voor de consument is het fantastisch, maar wie betaalt er? 80 procent van de gebruikers van Spotify kiest voor het gratis model met advertenties. Als je vroeger vier cd’s kocht voor zestig euro had je veertig, vijftig liedjes. Nu heb je álles, voor tien euro per maand. En iedereen die daaraan meewerkt moet een stukje van die tien euro krijgen. Dat is onhoudbaar.”

Juist door Spotify groeit de muziekindustrie weer voor het eerst in jaren.

„De omzet nu staat in geen enkele verhouding tot wat het tien jaar geleden was. Die tijd is voorbij, omdat de huidige generatie liefhebbers niet wil betalen voor muziek. Men denkt: die krijgen we wel terug, maar die krijgen we niet terug. Je betaalt ook niet voor lucht.”

„Vroeger bracht een artiest een plaat uit en ging daar zijn grote geld mee verdienen, touren was ondersteunend aan de plaatverkoop. Dat is nu omgekeerd. Je brengt alleen nog een plaat uit om een tour te kunnen doen, maar ook dat staat onder druk. Het grote gevaar zit in een te groot aanbod. U2 verkocht vroeger van elke plaat minimaal vijf miljoen stuks en kreeg netto makkelijk 2 à 3 euro per plaat. Nu zal een nieuwe plaat van U2 wereldwijd een miljoen stuks verkopen. En als je twee, drie U2-shows gezien hebt, moet je dan de derde ook nog zien?”

Zijn we concertmoe?

„Nog niet, maar dit kan gebeuren. We zien het nu al, jongeren van 16 jaar gaan veel minder naar concerten. In onze zaal is slechts 10 procent jonger dan 20 jaar. Dat vind ik beangstigend. Jonge mensen gaan op een totaal andere manier met muziek om. Wij waren fans, je kocht een cd en je luisterde er tien keer naar. Jongeren luisteren via Youtube, een stukje van een liedje, dan weer iets anders. Er is te veel.”

U geeft aan uitgeverijen en kranten een presentatie met de titel: ‘de 11 lessen uit de teloorgang van de muziekindustrie’ (zie kader). Hoe vinden uw oud-collega’s het dat u dit vertelt?

„Er zijn mensen die me off the record zeggen: je hebt gelijk. En er zijn er die in de ontkenningsfase zitten. Ik sprak vorig jaar met de wereldwijde baas van één van de grote majors. Die man zei: het is nog nooit zo goed gegaan, the future is bright. Het is niet wáár! Men is al blij dat de omzet niet meer zo hard daalt, maar we zitten zo laag dat we niet verder kunnen dalen.”

U was voorzitter van brancheorganisatie IFPI, de bestrijder van muziekpiraterij. Een zinloze strijd, zegt u nu.

„Die strijd tegen downloaders van muziek, dat was gewoon dom. Je wil het beste voor je industrie. Je wil overleven, dan ontstaat er een soort blindheid. Ik geloofde: als je muziek steelt moet je betalen. Je handelt ook uit kwaadheid hè?

„Het sluiten van Napster (de eerste grote illegale downloadsite) was de grote overwinning voor de muziekindustrie. Toen kwamen er tien die het nog beter deden. Achteraf hadden we Napster moeten kopen. Dan hadden we de technologie in handen gehad. Dat was in ieder geval een positieve aanpak geweest, maar Napster kopen, dat was niet aanvaardbaar. Napster was de vijand.”

Dacht u toen u bij EMI of Universal werkte nooit: we zijn verkeerd bezig?

„Dat is de meest pijnlijke vraag die je me kan stellen. Ik kan niet kwaad op mezelf zijn, zo was nu eenmaal de cultuur. Je moet eruit stappen om het te zien. Er minder belang bij hebben dat het goed gaat. Als je een belang hebt ga je beschermen wat je hebt. Een uitgeverij vroeg me in 2011 er een lezing over te maken. Dan moet je vaststellen dat er dingen fout zijn gegaan. Met een goede intentie, dat wel. De muziekindustrie heeft niet bewust z’n eigen industrie kapotgemaakt.”

U zat aan de knoppen.

„Ik heb de industrie mede geprobeerd te redden met de Super Audio Cd. Ik was verantwoordelijk voor de wereldwijde introductie. Je kan het vergelijken met de overgang van VHS naar dvd. Een aanmerkelijk kwaliteitsverschil. Het moest de opvolger van de cd worden, maar hij kwam helaas tegelijk met de introductie van de iPod. De liedjes daarop waren van veel lagere kwaliteit, maar hadden het voordeel van de draagbaarheid. Voor de Super Audio Cd had je een nieuwe speler nodig, nieuwe speakers. (Zucht.) Ik geloofde erin, hè? Nu zou je kunnen zeggen, hoe kom je erbij?”

U hebt de cd ‘de grootste mislukking uit de geschiedenis van de verpakkingsindustrie’ genoemd.

„De elpee was mooi. Met grote letters, mooi groot artwork. Hij rook lekker. Krasvrije muziek, dat was het grote voordeel van de cd. Maar het doosje is zo kapot, het is een verschrikkelijk product. Als iemand je nu een cd geeft voor je verjaardag, denk je: ga toch weg zeg.

„Mijn moeder zei: je bent geboren met een elpee onder je arm. Ik spendeerde altijd al mijn spaargeld aan muziek. Ik koop nog wel af en toe een cd; ik ga toch nog graag door het cd-boekje. Al koop ik wel veel minder dan vroeger. En waar? Probeer in Brussel of in Amsterdam nog maar een cd-winkel te vinden. We hebben de platenzaken zelf kapotgemaakt door supermarkten hoge kortingen te bieden als ze cd’s zouden verkopen. De platenzaken kregen deze kortingen niet.”

U maakt zich zorgen dat jongeren niet meer naar een concert komen. Hoe zorgt u ervoor dat u niet in dezelfde val trapt?

„Mijn boodschap aan mijn collega’s van Ancienne Belgique is: we hebben nu voldoende middelen. Laat ons nu nadenken, plannen maken. Hoe zal deze concertzaal er over vijf jaar uitzien? Niet hetzelfde als vandaag, dus we moeten stappen zetten. Het ergste dat me kan overkomen is dat ik over tien jaar opnieuw met een journalist word geconfronteerd die vraagt: had je het niet kunnen weten?”