“Mam, denk je dat ik later net zo goed word als Piet Kleine?”

Zie hem hier liggen, op de geïmproviseerde massagetafel in een boerenschuur in Maasland. Een kwartiertje eerder fluitend als vijfde geëindigd in de Westland Marathon, een klassieker van 120 kilometer op natuurijs, twee dagen voor de Elfstedentocht van 1997. Geen gram vet op het pezige lichaam. Piet Kleine, dan 45 jaar, nog altijd favoriet voor de

Piet Kleine poseert trots voor het electronische scorebord.
Piet Kleine poseert trots voor het electronische scorebord. Foto ANP / Spaarnestad Fotoarchief

Zie hem hier liggen, op de geïmproviseerde massagetafel in een boerenschuur in Maasland. Een kwartiertje eerder fluitend als vijfde geëindigd in de Westland Marathon, een klassieker van 120 kilometer op natuurijs, twee dagen voor de Elfstedentocht van 1997. Geen gram vet op het pezige lichaam. Piet Kleine, dan 45 jaar, nog altijd favoriet voor de Tocht der Tochten. Meer dan 20 jaar na zijn grootste succes als schaatser.

Sinds het EK van 1966 in Deventer heeft Nederland gedomineerd op de internationale ijsbanen. Ard Schenk en Kees Verkerk bij de mannen, Stien Baas-Kaiser en Atje Keulen-Deelstra bij de vrouwen. Maar na de succesvolle Spelen van Sapporo 1972 stappen Ard en Keessie over naar de profs. Twee jaar later zijn ze gestopt. Nederland schaatsnatie? Harm Kuipers wordt in 1975 verrassend wereldkampioen, maar geeft in het olympisch seizoen de voorkeur aan zijn studie. Oranje gaat naar de Spelen van Innsbruck 1976 met als kopmannen Hans van Helden – een paar weken eerder nog slechts vijfde op het EK – en Piet Kleine, toen achtste. Kansloos?

Net als in 1972 – met drie keer goud voor Schenk en zilver voor Verkerk – is Leen Pfrommer coach van de Nederlandse kernploeg. In de voorbereiding op Innsbruck was te hard getraind, vertelde de luitenant-kolonel buiten dienst in 2010 in NRC Handelsblad. In de zomer door conditietrainer Henk Gemser, in de winter door hemzelf. “Ik zette er nog eens de bezem achter.” Pas rond het EK raakten zijn schaatsers wat uitgerust. “We begonnen weer iets van vreugde in de ploeg te krijgen.”

De kopmannen? „Van Helden was een aparte jongen. Technisch een van de allermooiste schaatsers, maar mentaal niet te sturen. Wispelturig. De ene keer kwam hij om half twee trainen, de andere keer om half negen. Ik wist nooit wat ik aan hem had. Bij Piet Kleine wist je dat juist precies. Hij zei nooit zoveel, een egale, makkelijk te sturen vent.”

Pfrommer krijgt in Innsbruck niets mee van gouden skiërs als de Oostenrijker Franz Klammer of de West-Duitse Rosi Mittermaier. Zelfs niet van landgenote Dianne de Leeuw, die zilver haalt bij het kunstrijden. „ Ik had het druk genoeg. Damescoach Gerard Maarse werd ziek en stak de hele zaak aan. Klaas Vriend en Jan Derksen gingen na drie dagen hun bed in en zijn daar de hele Spelen niet uitgeweest. Jan Bazen werd nog zesde op de 500 meter maar dook daarna ook zijn bed in.”

Op de vijf kilometer slaat de stemming om. Pfrommer: „De Noor Sten Stensen won, Piet Kleine werd tweede, Hans van Helden derde. Onder de gegeven omstandigheden niet slecht, zilver en brons.” Maar op de 1.500 meter is het een organisatorische puinhoop. Door de slechte weersomstandigheden verandert hoofdscheidsrechter Kapitanov steeds weer het dweilschema. Het grootste slachtoffer heet Kleine. “Hij moest onvoorbereid het ijs op en verknalde zijn race. Gelukkig slaagde Hans van Helden er in om derde te worden. Piet was zesde en pisnijdig. Hij had brons kunnen pakken.”

“Mam, denk je dat ik later net zo goed word als Piet Kleine”, vraagt de dan negenjarige Bart Veldkamp thuis in Den Haag voor de televisie, met commentaar van Fred Racké en Ard Schenk.

Adrenaline voor de afsluitende tien kilometer? Sten Stensen, wereldrecordhouder en al jaren heerser op de langste afstand, rijdt op zaterdagochtend 14 februari een superrace: 14.53,30. Onder deze omstandigheden, volle bak sneeuw, een niet voor mogelijk gehouden tijd. De Noor laat zich al feliciteren op het middenterrein als Kleine in de baan komt. De lange stayer uit Hollandscheveld start voorzichtig, zoals altijd. Onverstoorbaar vindt hij de cadans die nodig is om alles uit zijn lichaam te halen.

Zie hem schaatsen. Zijn brede, lange klappen zijn het summum voor elke liefhebber van de tien kilometer. Wie zwierde in eigen beleving niet in de stijl van Kleine over sloten, vaarten en kanalen? De eenzaamheid van de lange afstandschaatser. “Mam, denk je dat ik later net zo goed word als Piet Kleine”, vraagt de dan negenjarige Bart Veldkamp thuis in Den Haag voor de televisie, met commentaar van Fred Racké en Ard Schenk.

Doorkomst 4.800 meter, nog altijd is Kleine langzamer dan Stensen. Maar dan gebeurt het. Drie rondjes achter elkaar van exact 35 seconden. Hij ligt eerste! „Het ging steeds harder sneeuwen”, aldus Pfrommer. “Er werd zelfs tijdens de race geveegd, met schuivers. Die mannen werden ook moe, het baantje werd smaller en smaller. Piet reed altijd breed, maar nu moest hij smaller sporen. Hij sloeg zich daar wonderbaarlijk doorheen en reed 14.50,59. Net boven het wereldrecord, ruim onder de tijd van Stensen. Na zilver op de vijf nu goud op de tien! En Van Helden haalde zijn derde bronzen medaille. Klasse.”

Leen Pfrommer coacht Piet Kleine

Leen Pfrommer coacht Piet Kleine naar een magistrale overwinning op de 10.000 meter. Foto Dick Coersen

Zelfs de door de wol geverfde coach is verrast. „Tijdens het Wilhelmus werd ik emotioneel. Goud, zilver en drie keer brons. Dat was echt een topprestatie, gezien de omstandigheden en de ploeg waarmee we waren. De aanloop was zo slecht geweest, ik had me suf gepiekerd over oorzaken. En dan lukt het alsnog. Ja, toen kreeg ik het een moment te kwaad.” Kleine zelf houdt aan zijn succes een baan over als postbode.

En Nederland heeft na Ard & Keessie weer nieuwe schaatsidolen. Bij het WK in Heerenveen, een paar weken na de Spelen, leidt Van Helden halverwege soeverein. Toch ziet hij de titel alsnog naar Kleine gaan , die de 1.500 meter en tien kilometer wint. Wereldrecords volgen in Inzell en Alma Ata. In 1.55,61 haalt Van Helden drie seconden af van de legendarische toptijd van Schenk. Kleine verpulvert de records op vijf en tien kilometer. Beiden passeren eindelijk Schenk op de Adelskalendern, de wereldranglijst aller tijden.

Na zijn topjaar 1976 zakt Kleine wat terug, om in 1980 op te veren op de olympische tien kilometer in Lake Placid. Weer die lange klappen, die fijne cadans. Weer de beste, maar nu op één na: het Amerikaanse fenomeen Eric Heiden wint alle afstanden. Een jaar later stopt Kleine op de langebaan. Maar niet als topsporter.

Als amateurwielrenner en daarna als marathonschaatser is hij tot zijn vijftigste succesvol op het hoogste niveau. Door een gemiste stempelpost in Hindeloopen wordt zijn vijfde plaats in de Elfstedentocht van 1997 geschrapt, een smet op de Nederlandse sportgeschiedenis. Maar het goud van Innsbruck 1976 neemt niemand de postbode uit Kerkenveld ooit af.