Zwichten voor het grote geld

Met spelerstransfers zijn miljoenen gemoeid. Bijna een derde van alle transfersommen komt bij tussenpersonen terecht. De in 2001 opgerichte voetbalmakelaar FDS zou dat allemaal anders gaan doen. Maar is dat ook gebeurd?

Foto’s Istock, bewerking Fotodienst NRC

Aan superlatieven geen gebrek als Arjen Robben in de zomer van 2007 een vijfjarig contract tekent bij Real Madrid. De Spaanse topclub noemt de Nederlandse aanvaller „een nachtmerrie voor iedere verdediger”. Robben is zojuist overgenomen van het Engelse Chelsea voor 36 miljoen euro.

Naderhand blijkt de deal omgeven met schimmigheden. Zo maakt Real Madrid, zonder medeweten van Robben, ruim één miljoen euro over aan diens fiscalist Ton Smit, blijkt uit onderzoek van deze krant. Waarom?

NRC Handelsblad sprak de afgelopen maanden met tal van betrokkenen bij de transfer en met kenners van de voetbalmakelaardij. Een wereld waarin miljoenen omgaan. Hoe beter de speler, hoe hoger de commissies. Het grote geld werkt excessen in de hand: bemiddelaars die tonnen opstrijken om een speler ‘naar een club te brengen’, de inzet van ‘tussenpersonen’ en de jacht van makelaars op elkaars (jeugd)spelers. Een schets van de mores in de hedendaagse voetbalmakelaardij.

In 1995 verandert de voetbalwereld definitief van karakter. Het Belgische Hof van Justitie doet uitspraak in het ‘Bosmanarrest’. Het hof bepaalt, na een door de Belgische voetballer Jean Marc Bosman aangespannen zaak, dat clubs niet langer een transfersom mogen bedingen bij een overstap van een speler wiens contract is afgelopen. De uitspraak versterkt de positie van voetballers ten opzichte van hun club. Het aantal transfers en de salarissen van spelers stijgt daarna explosief, zegt Theo van Seggelen, voorzitter van de internationale spelersvakbond FIFPro.

Geld waar spelersmakelaars op afkomen. Zo vloeit in 2012, het eerste jaar waarover cijfers bekend zijn, bijna 30 procent van het totale budget van 2 miljard euro aan voetbaltransfers in de wereld naar allerhande makelaars en tussenpersonen. Van Seggelen: „Een onwaarschijnlijk bedrag.” Geld dat bovendien wordt onttrokken aan de sport. Van Seggelen: „De voetbalmakelaardij is een jungle die je moet kennen om te weten wie er deugt.”

Fair Deal Sportsmanagement (FDS) is zo’n voetbalmakelaarskantoor dat zich graag op die eigenschap beroept. Het in 2001 opgerichte kantoor moet „het antwoord worden op misstanden” in de voetbalwereld. De Haagse fiscalist Ton Smit, de Amsterdamse advocaat Klaus Vink en oud-profvoetballer en Jehovagetuige Joop Korevaar staan aan de basis van het kantoor. „De doelstelling van de makelaar is het maken van winst. Deze stichting doet dat niet”, zegt Klaus Vink op 22 september 2001 in NRC Handelsblad.

Met FDS is volgens de krant een „ethisch reveil in de troebele spelersbegeleiding” op komst. FDS werkt met lage, transparante tarieven voor hun begeleiding bij contractbesprekingen en transfers. Exploitatieoverschotten verdwijnen niet in de zakken van makelaars, maar gaan naar goede doelen in het voetbal, zo is het plan. Als voorbeeld geldt het masterplan voor het jeugdvoetbal van de Nederlandse voetbalbond. Vink begint de stichting „uit een soort idealisme”, zegt hij tegen NRC. „Ik zie al heel lang dat mensen die goed zijn in sport contracten tekenen waarvan je je afvraagt: hoe is het mogelijk? Ik vind het een uitdaging om een wereld met grote lacunes te verbeteren.”

De auteur van het artikel is Erik Oudshoorn, sportjournalist bij NRC Handelsblad. Net als Gijsbert Spierenburg, sportjournalist bij de Haagsche Courant, heeft hij een adviserende rol bij FDS. Zo bedenkt Oudshoorn de naam. En die is niet zomaar is gekozen. Het geeft de kernwaarde van FDS weer: betrouwbaarheid.

De inbreng van de twee journalisten is hun kennis van het voetbal. Vink: „Beiden hadden echt ontzettend veel knowhow van spelers.” Het tweetal ziet wekelijks meerdere wedstrijden en heeft ambtshalve contact met bestuurders en spelers. Korevaar: „Zij hadden als journalist een andere ingang. Voetbalmakelaardij is een beetje politiewerk hè? Je moet infiltreren.”

Oudshoorn is kind aan huis bij Ajax, Spierenburg volgt PSV en het Nederlands elftal op de voet. De opbrengst voor de journalisten bestaat uit interessante contacten die ze opdoen, zo is de gedachte. Van de betrokkenheid van het tweetal zijn alleen de FDS-oprichters op de hoogte.

FDS is aanvankelijk niet winstgevend, mede omdat de lucratieve transfers van Arjen Robben FDS niets opleveren. De deals worden op verzoek van Hans Robben, die als vader de zaken van zijn zoon behartigt, door Ton Smit buiten FDS gehouden. Hoe minder betrokkenen, hoe beter. Er is door Smit speciaal een vennootschap onder firma voor opgericht. De Hagenaar regelt de fiscale zaken voor het jonge talent, in wie ook Ajax in de zomer van 2002 zeer is geïnteresseerd. Maar Robben kiest, mede dankzij het snelle handelen van Spierenburg, voor PSV. Hij is het die in 2002 op verzoek van PSV contact legt met Robben om hem te polsen over een overgang van FC Groningen naar Eindhoven.

Spierenburg is goed met PSV-voorzitter Harry van Raaij, die gecharmeerd is van de watervlugge linksbuiten. Spierenburg kent het talent al langer. Hij heeft meerdere keren over hem geschreven. De Hagenaar laat zich buiten FDS om voor zijn inspanningen betalen. Hij komt met Van Raaij overeen dat hij voor zijn bijdrage aan de transfer van Robben naar PSV een percentage van de transfersom krijgt bij doorverkoop van de aanvaller. Van Raaij: „Met een maximum van twee ton, zo uit mijn hoofd.”

Die transfer komt er. In 2004 vertrekt Robben voor 19 miljoen euro naar Chelsea. Van Raaij speelt de afgesproken fee voor Spierenburg door aan Chelsea-directeur Peter Kenyon. Van Raaij: „Ik zei tegen Peter, die ik goed ken: ‘Er is nog iemand die ergens recht op heeft.’ Zo is het toen geregeld.” Spierenburgs netwerk betaalt zich uit.

De voorspoedige carrière van Robben leidt in 2007 tot een transfer naar Real Madrid. Robben tekent er een miljoenencontract, zijn vader en Ton Smit delen de vijf ton bemiddelingsfee die Madrid betaalt. Wat Robben en zijn vader niet weten, is dat er nóg ruim 1,1 miljoen euro wordt overgemaakt door Real Madrid aan Smit.

De Hagenaar is dat overeengekomen met de bemiddelaar van de Spaanse club, de Serviër Vlado Lemic. Het is onderdeel van een geheime deal van vier mensen. Smit mag ruim een ton zelf houden, de resterende 1.000.000 euro vloeit via Lemic en zijn Nederlandse zakenpartner, de Haagse voetbalmakelaar Rodger Linse, terug naar Madrid. Het restant gaat naar de Serviër Predrag Mijatovic, de technisch directeur van Real Madrid; de man die de ruim 1,1 miljoen euro uit de clubkas van Madrid heeft overgemaakt naar Smit. Zo krijgen ze alle vier hun deel. In stilte. Een betrokkene die anoniem wil blijven: „Dat gaat bij alle grote deals zo.”

De transfer van Robben leidt tot spanning tussen Vink en Smit. Laatstgenoemde levert, ondanks een toezegging, geen bijdrage aan de onkosten die FDS voor andere spelers maakt. Tot ergernis van Vink: „Daar zijn enige woorden over geweest.” Smit op zijn beurt heeft twijfels over Vink nadat diens kantoor in Amsterdam in mei 2007 is doorzocht op verdenking van administratieve onregelmatigheden bij een cliënt. De samenwerking blijkt definitief onhoudbaar als Smit tevergeefs probeert zijn zoon Duncan bij FDS te betrekken. De twee FDS-oprichters gaan uit elkaar.

Vink zet FDS voort, Smit richt zich op zijn florerende belastingkantoor in Den Haag. Maar er is nog iemand die geld van Smit wil: journalist Gijsbert Spierenburg. Die mag dan inmiddels societyverslaggever zijn bij de Haagsche Courant, zijn voetbalcontacten heeft hij niet verwaarloosd. Hij eist geld van Smit voor zijn bijdrage aan de transfer van Robben naar Madrid. Wanneer dat uitblijft, bedreigt Spierenburg volgens meerdere bronnen Smit. Een ingewijde: „Daar was Ton zeer van ontdaan.”

In de zomer van 2010 sterft Smit onverwacht, op 66-jarige leeftijd. „Als zaakwaarnemer stond hij vele grote namen uit de voetbalwereld bij”, schrijft ADO Den Haag in een herdenking aan de erevoorzitter van de club.

Hoogtijdagen

Na jaren in de marge van de voetbalmakelaardij begint FDS op stoom te komen onder leiding van Vink, diens zoon Sjaron en met de hulp van de Haagse spelersbegeleider Frank Schouten. Schouten beschikt niet over een makelaarslicentie – noodzakelijk om een contract te mogen sluiten – maar wel over een gezond staaltje Haagse bluf. Spelers vertrouwen hem. Hij reist stad en land af op zoek naar nieuwe talenten. Schouten heeft de contacten, Klaus en zijn als makelaar gelicentieerde zoon regelen de contracten. FDS bindt spelers als de latere internationals Eljero Elia en Ola John aan zich.

Vink heeft al zijn activiteiten dan inmiddels gecentreerd in een oude villa aan het Museumplein met uitzicht op het Rijksmuseum. Met zijn bedrijven is de Amsterdammer, die ook voorzitter is van de businessclub van Ajax, van alle markten thuis: advocatuur, notariaat, belastingadvies en de voetbalmakelaardij. „Bij ons heb je veel ineen”, zegt Vink trots tegen Harry Mens in het RTL-programma Business Class.

Vink is in 1990 voor zichzelf begonnen en heeft naar eigen zeggen „een vermogende clientèle” opgebouwd. In 1997 staat hij met een geschat vermogen van 343 miljoen gulden op nummer 48 van de Quote 500, de lijst van rijkste Nederlanders. In het zakenblad verklaart Vink, die zichzelf „een ondeugend jongetje noemt”, het succes van zijn fiscale adviespraktijk. „Als je braaf bent, gebeurt er nooit wat.” Die houding levert hem in 2008 een waarschuwing op als advocaat, maar ook een florerende praktijk, getuige zijn kunstcollectie en wagenpark in die jaren: een Volkswagen Karmann Ghia cabriolet, een Chevrolet, een Jaguar en wat Fiats 500. Vink: „Drie of vier stuks.”

Possibile

FDS beleeft na de doorstart zijn hoogtijdagen. Het hoogtepunt beleven Vink en Schouten in de zomer van 2011 met de transfer van international Eljero Elia van Hamburger SV naar het Italiaanse Juventus. Vink: „Toen stond er een privévliegtuigje klaar op Schiphol. Wat een belevenis.”

De Italianen spreken alleen amper Engels. Vink bedingt desondanks een uitstekend salaris voor Elia. „Eljero noemde mij altijd zijn witte vader”, vertelt Vink in zijn kantoor, waar gesigneerde Nederlands elftalshirts van Elia en John staan ingelijst. Vink: „Tijdens de onderhandeling kreeg ik een ingeving: ik reken niet een percentage als fee maar een groot, in één keer uit te betalen bedrag.” De Italianen overleggen even met elkaar als Vink te horen krijgt: „Impossibile.” Vink: „Ik zei: possibile.” Hij krijgt gelijk. Het geld wordt overgemaakt. Vink heeft zijn naam als rasonderhandelaar weer waargemaakt. Tevreden: „Dat is een mooi onderdeel van het vak.”

Tot grote schenkingen aan goede doelen komt het echter niet. Zo ontvangt de KNVB nooit iets voor het jeugdvoetbal. Vink: „De eerste jaren hebben we verlies geleden, daarna was het rendabel en pas daarna kwamen de extra’s. Dat investeren we nu in de begeleiding van jonge spelers.” Af en toe geven ze wat aan goede doelen, zegt Vink. „Bedragen van 1.000 of 2.000 euro. Aan het project Gehandicapten in het zadel, bijvoorbeeld.”

Ingewijden stellen dat Vink de winsten afroomt, onder meer door maximaal te declareren. Zelfs het lezen van het weekblad Voetbal International geldt als werk. Vink: „Ik ben dat in ieder geval niet geweest en wanneer Sjaron het is geweest, was het zeker niet het zomaar lezen van de VI.” Vakbondsman Theo van Seggelen: „FDS is geworden als alle andere makelaarskantoren: uit op het grote geld.”

Vinks medewerker Frank Schouten heeft er in 2012 genoeg van. Voor een vast salaris brengt hij spelers van naam binnen, maar hij ziet de commissies aan zich voorbij gaan. Er is één probleem: spelers als PSV-doelman Jeroen Zoet en Feyenoorder Lex Immers staan bij FDS onder contract. Pas na tussenkomst van Schoutens advocaat kan hij met ‘zijn’ spelers voor zichzelf beginnen. Al moet Schouten daar financieel voor bloeden. Vink: „Tja, het waren spelers van FDS en dat staat op mijn naam.” Het is symptomatisch voor de werkwijze van Vink, vertellen betrokkenen. Hij schuwt geen juridisch middel om zijn gelijk te halen. Zelf ziet hij het anders.

De voetballerij is niet meer zoals vroeger. De tijd dat een geschil tussen clubs of makelaars met een borrel werd geschikt, is voorbij. Vink: „Helaas. Daarvoor zijn de belangen simpelweg te groot.” De missie van misdaadjournalist Peter R. de Vries die onlangs zijn eigen voetbalmakelaarskantoor begon en zich op basis van betrouwbaarheid wil onderscheiden van de rest, is dan ook lastig, zegt Vink. „Hoe goed je bedoelingen ook zijn, een spelersstal opbouwen wanneer je niet in de markt zit, kost jaren.”

Zelf concentreert hij zich met zijn zoon en hun medewerkers op jonge, talentvolle spelers. Vink: „We hebben een goede stal.” Zoon Sjaron: „Nu maar hopen dat er uiteindelijk een paar doorbreken.” Vink: „Wij rekenen op hun loyaliteit om bij ons te blijven want er zijn altijd kapers op de kust. We zien het wel, wij hoeven er niet van te leven. We doen het omdat we het leuk vinden.”