Ze regeerden ook nog

Alle aandacht ging naar de commissie-stiekem, de delegatie naar Sotsji en de affaire-Plasterk // Dus zag bijna niemand dat het kabinet de ene na de andere wet door de Kamer loodste

Er was helemaal niets stiekems aan het succes van het kabinet de afgelopen weken. Het werd niet in achterkamertjes bekonkeld, laat staan dat er een commissie met collectieve zwijgplicht aan te pas kwam. Misschien juist daarom viel nauwelijks op dat in korte tijd meerdere belangrijke plannen zijn aangenomen. Met comfortabele meerderheden. Na debatten en stemmingen in het parlement.

De Eerste Kamer bekrachtigde deze week dat alle jeugdzorg wordt overgeheveld naar de gemeenten. Een zeer ruime meerderheid van de Tweede Kamer stemde voor de wet die gehandicapten aan het werk moet krijgen, nadat vorige week al de hervorming van ontslagrecht, flexwerk en WW was goedgekeurd. Grote hervormingen die gepaard gaan met forse bezuinigingen. Wetgeving die in eerdere kabinetten was gestrand.

Er was afleiding genoeg

Lang was het beeld van dit kabinet: een machteloos zootje dat van incident naar incident holt en is uitgeleverd aan de grillen van de oppositie. De politieke en journalistieke aandacht werd deze week immers afgeleid door fractievoorzitters die in de zogeheten commissie-stiekem ruzie hadden gekregen over of en hoe het kabinet hen nou geïnformeerd had over de belgegevens die de geheime diensten met de Amerikaanse NSA delen. Een nabrander van de motie van wantrouwen die vorige week door D66 werd ingediend tegen minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA).

Tot teleurstelling van de coalitiepartijen leidde dat de aandacht af van wat er echt „belangrijk is voor de toekomst van Nederland”, zoals premier Mark Rutte de hervormingen vorige week in zijn persconferentie omschreef. Hij wil, zegt hij herhaaldelijk, dat zijn kabinet „wordt afgerekend op resultaat”. Ook bij de PvdA vinden ze het „jammer dat deze cruciale hervormingen zijn ondergesneeuwd”.

Dat imago en realiteit verschillen is trouwens niet alleen bij het kabinet aan de orde. Het CDA, sinds de verkiezingsnederlaag van 2012 constant in de contramine, steunt plots allerlei hervormingen. Ze weigerde dan wel mee te doen aan een voorgekookte deal tussen kabinet en ‘constructieve oppositie’, maar stemde voor de Jeugdwet en de verschillende plannen op het terrein van Sociale Zaken.

Het negatieve beeld van het kabinet is niet uit de lucht komen vallen. Rutte II heeft 15 maanden aangerommeld en polderakkoorden en politieke deals gestapeld, waarbij de eigen plannen steeds verder verwaterden. Maar nu betalen die inspanningen zich uit voor het kabinet. Op een ogenschijnlijk gunstig moment: enkele weken voor de lokale verkiezingen modderen VVD en PvdA niet slechts voort, maar kunnen ze successen tonen.

De vraag is wel of de daadkracht overkomt in de campagne – en wat de coalitiepartijen er aan hebben. „De kiezer weet wel wat er allemaal op hem afkomt, maar niet in welke fase van het wetgevingsproces zich dat precies bevindt”, zegt een PvdA’er. Bovendien blijkt uit peilingen en onderzoek dat de regeringspartijen onverminderd impopulair zijn. Omdat ze met elkaar samenwerken, maar ook om de uitgeruilde maatregelen die ze nemen. Zeker bij de Partij van de Arbeid lijkt dat electoraal pijn te gaan doen bij de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart.

En pronken is lastig

Daarnaast is het voor de coalitiepartijen lastig gebleken om te pronken met hun succes. Dat wordt namelijk grotendeels opgeëist door de ‘constructieve drie’: gedogers D66, ChristenUnie en SGP sloten verschillende akkoorden met het kabinet waarin ze voor hun achterban belangrijke aanpassingen aan beleid binnensleepten en van de daken schreeuwden.

Voor de VVD geldt dat in de verschillende akkoorden de plannen vaak afdrijven van het eigen standpunt. Maar dát er nu prangende hervormingen zijn doorgevoerd die de partij al lang verlangde, kan zij incasseren. Bij de PvdA is de relatie met de gedogers gespannen. Het botert niet op persoonlijk vlak, zo bleek maar weer door de aanvaring tussen partijleiders Samsom (PvdA) en Pechtold (D66) in de kwestie rond Plasterk.

Hier vallen beeld en werkelijkheid wel samen, de animositeit is echt. Maar deze komt ook erg goed uit voor de verkiezingscampagnes. In verschillende gemeenten zijn PvdA en D66 elkaars directe concurrenten. En in campagnes is tegenstellingen uitvergroten minstens zo belangrijk als het vieren succes.