Opinie

Weg met WhatsApp. Telegram dan maar?

Technologie Laura Wismans

WhatsApp is verkocht aan Facebook. Moet ik nu naar een andere chatdienst overstappen? Kunnen we die dan beter vertrouwen?

Als in je Twittertijdlijn binnen een minuut veertig keer hetzelfde BREAKING nieuws getweet wordt dan weet je dat het groot is. Na de eerste WTF’s over het astronomische overnamebedrag van 19 miljard dollar dat Facebook voor WhatsApp betaalde, kwamen de grappen (‘ik kocht WhatsApp voor 79 cent, koopje!’) en de verontwaardiging (‘Thanks for ruining everything @facebook’).

Ik informeerde in een paar van mijn WhatsApp-groepen wat mijn vrienden van het nieuws vonden. Een handvol was verontwaardigd, een enkeling laconiek (‘Stop met naaktfoto’s appen, dan komt het wel goed’), maar het grootste deel reageerde niet op mijn vraag. Het was een bijna perfecte afspiegeling van hoe Nederlanders op nieuws over afluisterpraktijken van veiligheidsdiensten of privacyvraagstukken reageren. Er gingen twee stemmen op om over te stappen naar een andere chatdienst.

Ondertussen ging Telegram viral. Ergens tussen die eerste veertig breaking berichten op woensdagavond werd de chatdienst al genoemd: ‘Hier alvast een prima alternatief voor WhatsApp: telegram.org’. Veiliger dan WhatsApp en nog sneller ook, was de belofte. Dat wilde ik weleens zien, ik maakte een profiel aan.

Wat zullen ze hebben staan springen daar in Rusland. Ik was niet de enige, Telegram bestormt de downloadlijsten. De app is gemaakt door een van de oprichters van VKontakte, het ‘Russische Facebook’. De makers bezweren dat de boel beter versleuteld is dan bij welke chatapp ook. Ze nodigen hackers uit de beveiliging te kraken, dat gaat ze toch nooit lukken. Hmm, Rusland staat nou niet bepaald bekend als afluistervrij land, bedenk ik. De KGB kijkt met je mee! Enkele bloggers, die klinken alsof ze verstand van zaken hebben, hekelen de veiligheid met iets meer autoriteit.

Wat moet ik daar nou mee? Hoe weet ik aan welk bedrijf ik mijn gegevens kan geven? Wat moet ik met welles-nietsverhalen over versleuteling?

Eerder deze week, voor het overnamenieuws, sprak ik met Cees de Laat, hoogleraar system and network engineering aan de UvA. Toen ik het nieuws hoorde, dacht ik er aan terug. Hoe het internet nu gebruikt wordt is volledig gebaseerd op vertrouwen, analyseerde hij. Je moet vertrouwen hebben in iets wat je niet bezit, waar je niet over gaat, geen grip op hebt. Vertrouwen dat ze in dat andere koninkrijk handelen volgens afspraken en regels waar jij het ook mee eens bent. En dat die afspraken afgedwongen worden.

Het lastige is dat er zo veel tussenpartijen zijn. Voor de gebruiker is amper na te gaan of ze je vertrouwen waard zijn. De Laat ziet het liefst een ander internet. Een internet gebaseerd op de aanname dat nagenoeg niets te vertrouwen is. Met standaard laagdrempelig te gebruiken versleuteling, en minder centraal bij een paar kolossen georganiseerd.

Dat klinkt heel verstandig. Maar zo ver is het nog lang niet. Wat doe ik in de tussentijd?

Weinig. Gezellige avonden plannen, gesprekken over wat ons bezig houdt, hilarische plaatjes, het gaat allemaal via WhatsApp. Ik kan wel voor Telegram kiezen, of voor WeChat, KiK, Line, of welke dienst dan ook, ik ben pas echt van WhatsApp af als al mijn vrienden ook een andere dienst gaan gebruiken. Ook de onverschillige. Want ik wil niks missen. En dat is waarom Facebook zo’n goede aankoop heeft gedaan.