Vondsten van ver achter de komma

Harold Hamersma ontdekt dat Nieuw-Zeeland meer in huis heeft dan de sauvignon blanc.

Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.
Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.

Wie Nieuw-Zeeland zegt, bedoelt eigenlijk sauvignon blanc. Ruim driekwart van alle exportwijnen is van die druif gemaakt. En de helft van het wijngaardareaal daar is ermee beplant. Het epicentrum is Marlborough, op de noordpunt van het Zuidereiland. De Britse wijnautoriteit Oz Clarke ging een jaar of tien geleden zelfs zover deze wijnregio uit te roepen tot ‘sauvignon blanc capital of the world’. En terwijl de ‘wilde witte’ in de Loire al eeuwen tekent voor onder andere Sancerre en Pouilly-Fumé, werd de Nieuw-Zeelandse variant tijdens recente blindproeverijen als ‘karakteristieker’ beoordeeld dan zijn Franse soortgenoten. Nota bene door Franse professionele wijnproevers.

Maar importeur Jarrod Englefield zou zo graag zien dat wijndrinkers bij Nieuw-Zeeland ook eens aan wat anders denken dan aan sauvignon blanc. Deze voormalige Nieuw-Zeelandse cricketprofessional kwam hier wonen („er stond een leuke Nederlandse vrouw langs het veld”), wilde wat om handen hebben, dronk zelf graag wijn en wist nog steeds de weg in zijn geboorteland. Hij liet mij kennismaken met wijnen uit een land dat niet meer wijn maakt dan 1 procent van de wereldproductie. Hij deed daar vondsten afkomstig van ver achter de komma. Ik proefde limited editions van piepkleine producenten uit andere streken dan Marlborough. Van andere druiven bovendien. In de loop der jaren dronk ik gewürztraminer van Rippon uit Central Otago, savagnin van Pyramid Valley uit Canterbury en chenin blanc van Clos de Ste. Anne. Maar ook rood ontbrak niet. In het begin pinot noir, de bourgognedruif die ondertussen ook vaste voet aan de Nieuw-Zeelandse grond heeft gekregen. „Maar mag ik je nou eens werkelijk verrassen?” informeerde Englefield onlangs. „Dan gaan we eens echt wat anders proeven.”

Waiheke Island

Zodoende belandde ik afgelopen week in de Nieuw-Zeelandse wijnwinkel De Wandelaar in Amsterdam. Een nieuw, klein winkeltje in Zuid, waar eigenaar Jens Hack, eveneens uit Nieuw-Zeeland, behalve wijnen ook allerhande andere specialiteiten verkoopt. Maar met alle respect voor zijn zeldzame Manuka-honing, ik kom toch echt voor de trouvailles van Englefield.

Dit keer meende hij dat ik kennis moest maken met de rode wijnen van Waiheke Island. Een piepklein eiland met 8.000 bewoners, op dertig ferryminuten van Auckland. Ze hebben er twintig wijnhuizen, samen goed voor slechts één procent van de totale Nieuw-Zeelandse output. Dat het een nuclear free zone is, waar bovendien niet met genetisch gemanipuleerde gewassen mag worden gewerkt, strekt eveneens tot aanbeveling.

Ik maakte kennis met de Luna Negra malbec van Stony Ridge – de wijnmaker had eerder gewerkt op Château d’Angludet in Margaux. En de ervaring die de eigenaar van The Hay Paddock had opgedaan bij Rhône-tyconen Chaves en Grippat was terug te proeven in zijn syrah. Beide geruststellend kostbare wijnen, met respectieve prijskaartjes van 65 en 62 euro.

Maar welbeschouwd staan deze nog in de koopjeshoek in vergelijking met de Magna Praemia van Destiny Bay, een bordeauxblend die de 250 euro aantikt.

Ik kan Englefield niet anders dan complimenteren, maar ik informeer of hij dan toch nog niet ook nog een tip heeft voor sauvignon blanc-drinkers die niet de hoofdprijs willen betalen. Hij wijst op The Ned 2013 uit Marlborough. „Die wijn past helemaal in de nieuwe koers die de wijnindustrie samen met de Nieuw-Zeelandse overheid heeft uitgestippeld. De toekomst ligt in duurzaam geproduceerde wijn, met inheemse gisten, met een lager alcoholpercentage, en daardoor ook met minder calorieën. En toch van een hoge kwaliteit.”