Vieze Freddy’s sweatshop

Mode is serieuze business voor Freddy Tratlehner en zijn partner. Hun tweede collectie komt eraan.

tekst Nathalie Wouters

Freddy Tratlehner (30) is rapper en bekend als Vjèze Fur of Vieze Freddy van De Jeugd van Tegenwoordig. Maar laat één ding duidelijk zijn: zijn kledinglijn Tratlehner is géén hobbyproject. Het idee ontstond zeker twaalf jaar geleden al, toen hij Perre van den Brink (30) leerde kennen in Amsterdam-Noord, waar ze allebei opgroeiden. „Binnen onze vriendengroep waren wij de enige twee die obsessief met merken bezig waren”, zegt Van den Brink in het Amsterdamse café Razmataz . „Ik kocht alles van Jean Paul Gaultier, en Freddy had een toffe jas van Dolce & Gabbana. Toen hadden we het er wel eens over: hoe vet het zou zijn om ooit een eigen merk te beginnen.”

Eind 2012 kwam het er eindelijk van. Tratlehner, vandaag gekleed in een lichtblauw overhemd van het conceptuele Japanse label Comme des Garçons: „Ik had zin om weer eens iets met m’n handen te doen. En ik had het geld. Dus heb ik maar meteen iemand ingehuurd die de patronen en de samples kon maken. En toen was er opeens een collectie.” Vervolgens kwam Perre van den Brink er weer bij, in het dagelijks leven ‘head of content’ bij mediabedrijf Vice, en voorheen werkzaam op de marketingafdeling van jeansmerk Diesel en als hoofdredacteur van lifestyletijdschrift Blend. Hij ontfermt zich over de organisatie en de marketing. Tratlehner: „Perre houdt van dingen regelen. Ik niet.”

Hun label kreeg de achternaam van Freddy. „Tratlehner klinkt statig”, zegt Van den Brink. „Dat vonden we passen bij de kleding die we maken.” Ze maken luxe, maar makkelijk draagbare mannenmode, die uitblinkt in stofgebruik, onverwachte kleurencombinaties en oog voor detail. Van den Brink legt zijn jasje uit de eerste collectie op tafel:op het eerste gezicht een simpel baseballjack. Maar de achterkant is van grijs kasjmier, op het voorpand zitten twee vlakken van grijs en wit leer. Het grijze leer is subtiel geperforeerd, en door de kleine gaatjes is een knaloranje onderlaag te zien.

Niet schreeuwerig

Van den Brink: „Het moet rijk voelen zonder dat het schreeuwerig is.” Voor hun stoffen gaan ze naar de Première Vision: de Parijse modebeurs waar bijna alle grote modehuizen hun materialen inkopen. Tratlehner: „Daar struinen we dan drie hele dagen rond, langs eindeloos veel nisjes met kleine staaltjes stof. Hun mooiste ontdekking van de laatste keer: T-shirtstof van twee lagen aan elkaar gebreide Japanse katoen.

De eerste collectie, die in maart 2013 werd gelanceerd in de Amsterdamse galerie Gabriel Rolt, werd volgens Van den Brink „fucking goed” ontvangen. Van de zestig kledingstukken (zeven ontwerpen) waren er al gauw nog maar een paar over. Vooral vrienden en kennissen uit de creatieve scene van Amsterdam en fans van ‘De Jeugd’ kochten gretig in.

„Mensen die geïnteresseerd zijn in mode en kwaliteit”, zegt Van den Brink. Een eenvoudig T-shirt kostte 80 euro, de leren jasjes 750 euro. „Ja, dat is veel geld. Maar het is niet duur voor iets dat handgemaakt is en zo exclusief.”

De grenzen en obstakels ontdekken ze gaandeweg vanzelf. „Ik had een trui geschetst die uit vijf verschillende stoffen bestond”, zegt Tratlehner. „Maar die bleek minstens 1.000 euro te gaan kosten, dus die hebben we maar gecanceld.”

Na die eerste collectie meldden zich meteen ook een aantal inkopers, maar het duo bedankte vriendelijk. „Het waren niet het type winkels dat we in gedachten hadden”, zegt Van den Brink. „We willen graag het toffe, alternatieve merk zijn tussen de grote designers.”

Haast hebben ze niet, maar ambitie des te meer. Tijdens de internationale mannenmodeweken kijken Tratlehner en Van den Brink dagelijks op Style.com, waar alle collecties minuten na de modeshows al te zien zijn. Voor de winter van 2014 zijn de collecties van Calvin Klein, Fendi, Raf Simons en Dior Homme favoriet. „Dat niveau willen we uiteindelijk ook bereiken”, zegt Tratlehner. „En dan wereldwijd in alle goede winkels hangen.”

Tratlehner, die beeldende kunst studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie, leerde op z’n zestiende zichzelf kleding maken. „Uit nieuwsgierigheid. Ik heb gewoon een oud shirt uit elkaar gehaald, overgetrokken en met de naaimachine van mijn moeder weer in elkaar gezet.” In de clip van ‘Watskeburt?!’, de nummer-1-hit die in 2005 de doorbraak van De Jeugd van Tegenwoordig betekende, is één van zijn eerste ontwerpen te zien: een met sterren bedrukt pak dat hij van babydekentjes maakte. Voor de tour van hun laatste album Ja, natúúrlijk! (2013) ontwierp Tratlehner podiumoutfits in dezelfde kleur als de albumhoes: „vunzig geel en oranje”.

Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de zomercollectie voor 2014. Het worden zeven items: T-shirts, sweaters en jasjes, allemaal in kleine oplage, elk in een oplage van slechts tientallen. Tratlehner liet zich inspireren door afbeeldingen van verlaten kassen en biodomes (koepelkassen) die hij op internet tegenkwam. „En we zijn naar Tropicana geweest, het vervallen zwemparadijs in Rotterdam. Dat was heel inspirerend. De structuur van het glazen dak heb ik verwerkt in grafische patronen.”

In een paar weekenden hebben ze met vijf vrienden uit de modewereld alles met de hand in elkaar gezet in hun atelier in de Wittenstraat. „Onze eigen mini-sweatshop”, zegt Van den Brink. „Dat klinkt romantisch, maar het gaat er heel gestructureerd en professioneel aan toe hoor.” Hij zelf mag, zegt ’ie, alleen de draadjes afknippen.