Verkracht in een steeg in Kaapstad

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: nachtelijk gepieker.

Het was zo’n nacht waarin je vlak voor het inslapen denkt: morgen echt een afspraak maken bij de huisarts, en je vier uur later – als de merels bijna weer gaan fluiten – je familie en vrienden aan het inlichten bent over je naderende einde. Deze nacht lig ik tegen half drie verkracht en beroofd in een steegje van een township.

Ik ga voor mijn werk naar Zuid-Afrika. En nu heb ik al voor de derde keer mijn kussen opgeschud en ben ik aan het tobben hoe het me daar, als alleenreizende vrouw met de huidskleur van de voormalige onderdrukker, zal vergaan. Het bezoek aan een land met zo’n zwarte geschiedenis, waar ik zo weinig van weet, drukt op me als een zware deken.

Doe niet zo moeilijk, zeggen de meisjes van kantoor. Kaapstad is hartstikke gaaf! Lekker weer, heerlijke wijn. Jaloers zijn ze. En dan komen ze met hun adviezen: Niet in je eentje over straat gaan joggen, hoor. En als de winkels dichtgaan, moet je maken dat je wegkomt: na sluitingstijd is de straat van de lijmsnuivers. Wist ik dat er in Zuid-Afrika mensen zijn die uit veiligheidsoverwegingen hun bed in een kooi hebben staan?

Misschien had ik ook niet voor het slapen gaan op Wikipedia moeten kijken. Uit een onderzoek van de Verenigde Naties uit 2000 zou blijken dat Zuid-Afrika de wereldranglijst aanvoert als het om verkrachten gaat, en nummer twee in moorden is. Ik had beter ook even gewacht met Help, ik ben blank geworden (2009) van NRC-correspondent Bram Vermeulen. Al op pagina 16 kom ik in een moordpartij terecht: een boerenzoon is op een maandagochtend een krottenwijk binnengelopen en heeft zonder een woord te zeggen het vuur geopend op de bewoners. Op pagina 17 zie ik een jongen van tien en een moeder en haar baby sterven.

En toen moest de nacht nog beginnen.

Als iemand mij, twee uur en een omgewoeld bed later, het pistool op de borst zou hebben gezet en me had gevraagd: wat doe je liever? Naar Zuid-Afrika gaan of thuisblijven bij je dochters? Dan zou ik zeggen: laat mij maar lekker thuis, dan schuif ik een kip in de oven, maak appelmoes en dan kijken we na het eten naar de film Wolf omdat we die acteur Marwan Kenzari zo knap vinden. Maar zoiets mag je wel denken, je kan het nooit hardop uitspreken. Dat staat gelijk aan sociale zelfmoord.

Evolutionair gezien is mijn gepieker wel te verklaren. Ik heb een knipsel uit de Volkskrant bewaard met de kop ‘Waarom lijkt ’s nachts alles zoveel erger?’ „Piekeren is een logische eerste reactie op nieuwigheid en onzekerheid”, zegt een klinisch psycholoog. En het heeft een functie: voorzichtigheid vergroot de kans op overleving. Maar elke wakkere geest weet dat de strijd tegen racisme in Zuid-Afrika met mijn getob niet geholpen is.

Wat je tijdens zo’n piekernacht weer niet kunt bedenken, is dat je in het vliegtuig naast een gespierde man zult zitten die de wereld rondreist met het geld dat hij verdient met import van plastic uit Azerbeidzjan. Je kunt je eenvoudigweg niet voorstellen hoe je in een buitenwijk onder een golfplaten afdak yellowtail zult eten terwijl een muzikant op een djembé je „sweet sister” noemt. Of dat de hele stad naar zee ruikt.

Het is een grote fout van de evolutie dat je brein niet leert van al dat onnodig gepieker. Als het dat wel zou doen, zou het je bij het begin van nachtelijk getob onmiddellijk het sein veilig geven. Ga maar slapen, zou het zeggen, kip en appelmoes kunnen wel even wachten.