Van wie is die zuigzoen?

Joyce Roodnat

Over de Viola Big Band, Bert Nienhuis, Luc Tuymans, Katrijn Van Giel, Rineke Dijkstra.

Altviool speelt Esther Apituley en dat doet ze als de Chinese nachtegaal zo mooi. Bovendien is ze het magisch centrum van haar eigen Viola Big Band: negen altviolisten, inclusief zijzelf. Ze staan in een kring en spelen van alles, plus Duke Ellingtons ‘Mood Indigo’. Apituley maakt af en toe een vurig sprongetje, als de muziek haar zo behaagt dat het haar bijna te veel wordt.

Apituley speelt in het CBK Amsterdam, waar dezer dagen kunst wordt geëxposeerd die uit Amsterdamse huizen werd gebruikleend. Be Calm is het motto. Kalm maar. Nou, ik niet, want ik ben aangenaam geënerveerd door het niveau van de kunst die bij particulieren kon worden gejut.

Wacht. Nu zal Apituley een kunstwerk begeleiden. Ik hoop op haar spel bij de venijnige Chocolate Zombies, sculptuurtjes van Mirjam Oosterbaan, maar ze zet koers naar een grote geënsceneerde foto van een ijsbeervacht (er steekt een bloot mensenbeen uit) op een stoel op de poolcirkel. Met een partita van Bach lijft Apituley de foto in. Zolang zij speelt is hij van haar: het water rimpelt, het been rilt.

Intussen wordt zij zelf ook ingelijfd. Fotograaf Bert Nienhuis richt zijn lens en legt haar vast. Klík: ze is van hem (de altviool zuigzoent haar wang – ik zie het en Nienhuis ziet het vast ook).

Zonder haar en haar muziek had Nienhuis geen foto. En toch is die foto zijn creatie.

Luc Tuymans schilderde een beklemmend portret, een zweterige close-up van een neus, omwalde ogen en een reep voorhoofd. De titel is A Belgian politician. Mooi beeld.

Ja, dat vindt fotograaf Katrijn Van Giel ook. Háár beeld, namelijk. Want Tuymans baseerde dit schilderij op een foto die zij maakte. Ze voelt zich bestolen en overweegt juridische stappen.

Tuymans kopieerde Van Giels foto niet één op één. Hij intensiveerde hem. Hij ontkleurde het beeld, isoleerde het parelende voorhoofdzweet. Het fotoportret van een specifieke politicus werd, in verf, een metafoor voor het politieke bedrijf.

Kort geleden speelde er een vergelijkbaar akkefietje. Fotograaf Koos Breukel voelde zich geplagieerd door schilder Iris van Dongen, toen hij een door hem gemaakte foto herkende in het schilderij waarmee zij dong naar de opdracht voor het staatsieportret van koning Willem-Alexander.

Och, het was maar een schets, liet Van Dongen weten, ze zou hem later verscheuren. Maar die schets hing wel in het Rijksmuseum, op de expositie van de staatsieportretvoorstellen.

Van Dongen noemde Breukels foto als het zo uitkwam, maar toestemming had ze hem niet gevraagd. Ze verschilt niet van Luc Tuymans. Die liet weten dat hij daar niet aan kan beginnen. Hij vind zijn onderwerpen in het publieke domein, stelde hij, en soms zijn dat foto’s.

Ik denk aan Gerhard Richter, die schilderde heel veel onheilszwangere en waardevolle schilderijen naar foto’s. Ik denk aan het schilderij waarmee Andy Warhol in 1963 het weerzinwekkende van de elektrische stoel trof – gemaakt op basis van een foto, ook zonder credit.

Zo zijn er meer, veel meer. De wereld werd rijker van die schilderijen. We zouden ze niet willen missen. Fotografen moeten niet zeuren.

Alhoewel...

Ook het staatsieportretvoorstel van schilder Ina van Zyl leunde op een fotoportret, van Rineke Dijkstra. En haar werd toestemming gevraagd.

Ik bel Dijkstra en vraag hoe dat in zijn werk ging. „Nou, toestemming… Ina van Zyl liet me weten dat ze mijn foto gebruikte.” Dijkstra wilde niet flauw doen, maar ze moest wel even slikken: „Een schilder kan alles schilderen en ik zit vast aan de werkelijkheid. Ik bedoel: die blik van Willem-Alexander had ík gevangen.”

En die blik werd haar weer afgevangen, door een schilder.

Dijkstra wilde geen geld, ze bedong bronvermelding en die kreeg ze.

Had je ook nee kunnen zeggen, vraag ik. Dijkstra aarzelt en zegt dat ze dat liever niet zou doen.

Ik vergelijk nog eens het schilderij van Luc Tuymans met de foto van Katrijn Van Giel. De kracht van kunst is dat hetzelfde ineens iets wezenlijk anders kan opleveren. Juist daarom kan het geen kwaad als de bron wordt vermeld.

En het is niks bijzonders. Eens zal ik een fotoboek van Nienhuis openslaan en dan lees ik bij het portret van een vrouw, verstrengeld met haar instrument: ‘Esther Apituley, altviolist’.