The future is bright? Het is

niet wáár!

Interview

Dirk de Clippeleir (51) maakte als directeur van platenmaatschappij EMI en Universal het succes en de neergang van de muziekindustrie mee. Wat ging er mis? Zijn lessen.

tekst Stijn Bronzwaer

foto’s Katrijn van Giel

Wie in Brussel van het De Brouckèreplein naar het Fontainasplein loopt, ziet waar modernisering toe kan leiden. Op deze plek stroomde in de negentiende eeuw de rivier De Zenne als een open riool door Brussel. Sinds 1871, nadat burgemeester Jules Anspach de rivier liet overkappen, ligt hier de brede Anspachlaan, één van de belangrijkste verkeersaders in Brussel. De aanleg leidde destijds tot veel protest in de stad, maar Anspach zette door. Brussel was eindelijk goed bereikbaar.

Eén van de mooiste gebouwen aan de Anspachlaan is de Ancienne Belgique, één van de oudste concertzalen van België. Dirk de Clippeleir (51) is er sinds 2011 de baas. De Clippeleir is voormalig directeur van platenmaatschappij EMI en Universal in België. Om het de Nederlandse lezers makkelijk te maken, spreekt De Clippeleir als hij het over zijn zaal heeft over „het Paradiso van Brussel”. De Ancienne Belgique heeft 2.000 plaatsen en draait voor een deel op subsidie van de Vlaamse overheid.

De Clippeleir maakte in de jaren negentig als directeur van EMI de gouden jaren mee van de muziekindustrie. Een winstpercentage van 20 procent was compleet normaal. De gouden jaren lijken voorbij: sinds 2000 is de muziekmarkt wereldwijd gehalveerd, tot ruim 12 miljard euro.

Volgens De Clippeleir zijn de traditionele platenlabels overbodig geworden. De oorzaken, volgens De Clippeleir: mismanagement, verkeerde strategische inschattingen, een mislukte strijd tegen piraterij en een generatie die niet voor muziek wil betalen. De wil om te moderniseren, zoals Jules Anspach die toonde, kwam te laat.

En ja, daar is hij zelf mede schuldig aan.

Wacht even. Zo slecht gaat het toch niet? Nieuwe inkomstenbronnen, digitale abonnementsdiensten zoals Spotify, hebben de muziekindustrie weer voorzichtig zelfvertrouwen gegeven. Vorig jaar steeg de omzet uit muziekverkoop in Nederland voor het eerst in twaalf jaar een beetje, bleek afgelopen donderdag. Nederland kocht in 2013 voor 130 miljoen euro aan muziek, een fractie meer dan een jaar daarvoor. De weg naar boven lijkt weer ingezet.

De Clippeleir denkt daar anders over, vertelt hij tijdens een rondleiding door zijn concertzaal. Op het podium test rockband Monster Magnet vast het geluid voor het concert van vanavond. Alleen zij, de grote artiesten, kunnen nog leven van muziek, legt De Clippeleir uit. De rest moet zich niet te veel illusies maken. „De tijd dat een artiest als Helmut Lotti standaard 800.000 platen verkocht in België is echt voorbij.”

Spotify gaat de muziekindustrie niet redden?

„Nee. Voor de consument is het fantastisch, maar wie betaalt ervoor? 80 procent van de gebruikers van Spotify kiest voor het gratis >> >> model met advertenties. Denk na: 80 procent krijgt de hele muziekcatalogus uit de geschiedenis plots gratis ter beschikking. Als je vroeger vier cd’s kocht voor zestig euro had je veertig, vijftig liedjes. Nu heb je álles, voor tien euro. En iedereen die daaraan meewerkt moet een stukje van die tien euro krijgen. Dat is onhoudbaar.”

Juist door Spotify groeit de muziekindustrie weer voor het eerst in jaren.

„De omzet nu staat in geen enkele verhouding tot wat het tien jaar geleden was. Die tijd is voorbij, omdat de huidige generatie muziekliefhebbers niet wil betalen. Men denkt: die krijgen we wel terug, maar die krijgen we niet terug. Je betaalt ook niet voor lucht.

„Vroeger bracht een artiest een plaat uit en ging daar zijn grote geld mee verdienen, touren was ondersteunend aan de plaatverkoop. Dat is nu omgekeerd. Je brengt alleen nog een plaat uit om een tour te kunnen doen, maar ook dat staat onder druk. Artiesten die in de jaren zestig groot werden zijn nog steeds aan het touren. Ik kan hier in Brussel makkelijk vanavond naar tien concerten. Voor artiesten is dat het verdienmodel: zo veel mogelijk op tournee gaan. De consument gaat mee, omdat je een concert nu eenmaal niet kunt kopiëren. Het grote gevaar zit in een te groot aanbod. U2 verkocht vroeger van elke plaat die ze uitbrachten minimaal vijf miljoen stuks en kreeg netto makkelijk 2 à 3 euro per plaat. Nu zal een nieuwe plaat van U2 wereldwijd een miljoen stuks verkopen, misschien twee miljoen. En als je twee, drie U2-shows gezien hebt, moet je dan de derde ook nog zien?”

Zijn we concertmoe?

„Nog niet, maar dit kan gebeuren. We zien het nu al, jongeren van 16 jaar gaan veel minder naar concerten. In onze zaal is slechts 10 procent jonger dan 20 jaar. Dat vind ik beangstigend.

„Jonge mensen gaan op een totaal andere manier met muziek om. Wij waren fans, je kocht een cd en je luisterde er tien keer naar. Je had een band met muziek. Jonge mensen luisteren via Youtube, een stukje van een liedje, dan weer iets anders. Er is te veel.”

U geeft aan uitgeverijen en kranten een presentatie met de titel: ‘De 11 lessen uit de teloorgang van de muziekindustrie’ (zie kader). Wat vinden uw oud-collega’s ervan dat u dit verhaal vertelt?

„Er zijn mensen die me off the record zeggen: je hebt gelijk. En er zijn er die in de ontkenningsfase zitten. Ik sprak vorig jaar met de wereldwijde baas van één van de grote majors. Die man zei: het is nog nooit zo goed gegaan, the future is bright. Het is niet wáár! Men is al blij dat de omzet niet meer zo hard daalt, maar we zitten zo laag dat we niet verder kunnen dalen.”

U was voorzitter van brancheorganisatie IFPI, de belangrijkste bestrijder van de muziekpiraterij. Een zinloze strijd, zegt u nu.

„Die strijd tegen downloaders van muziek, dat was gewoon dom. Je wil het beste voor je industrie. Je wil overleven, dan ontstaat er een soort blindheid. Ik geloofde: als je muziek steelt moet je betalen. Je handelt ook uit kwaadheid hè? Gij ventje, gij downloadt muziek, gij betaalt niet...ik ga u eens pakken.

„Het sluiten van Napster (de eerste grote illegale downloadsite) was de grote overwinning voor de muziekindustrie. Toen kwamen er tien die het nog beter deden. Achteraf hadden we Napster moeten kopen. Dan hadden we de technologie in handen gehad. Dat was in ieder geval een positieve aanpak geweest, maar Napster kopen, dat was niet aanvaardbaar. Napster was de vijand.

„Nog zo’n idioot voorbeeld. We gingen cd’s uitbrengen met kopieerbeveiliging. Een massaal domme beslissing natuurlijk. Je hebt gedurende 20, 25 jaar cd’s uitgebracht die wel gekopieerd konden worden, en dan breng je nu voor hetzelfde geld cd’s uit die je niet meer kan kopiëren. Die cd’s waren ook nog eens in veel oude cd-spelers niet meer te spelen.”

Hebt u zelf nooit gedacht toen u bij EMI of Universal werkte: we zijn verkeerd bezig?

„Dat is de meest pijnlijke vraag die je me kan stellen. (Korte stilte). Heb ik het zelf niet zien gebeuren? Ik kan niet kwaad op mezelf zijn, zo was nu eenmaal de cultuur. Je moet eruit stappen om het te zien. Er minder belang bij hebben dat het goed gaat. Als je een belang hebt, ga je beschermen wat je hebt. Een uitgeverij vroeg me in 2011 er een lezing over te maken, dan ga je analyseren wat er gebeurt. Dan moet je vaststellen dat er dingen fout zijn gegaan. Met een goede intentie, dat wel. De muziekindustrie heeft niet bewust z’n eigen industrie kapotgemaakt.”

U zat aan de knoppen. U had de industrie op een andere koers kunnen brengen.

„Ik had mijn stem luider kunnen laten horen, ja. Ik heb de industrie mede geprobeerd te redden met de Super Audio Cd. Ik was verantwoordelijk voor de wereldwijde introductie. Je kan het vergelijken met de overgang van VHS naar dvd. Een >> >> aanmerkelijk kwaliteitsverschil. Dat moest de opvolger van de cd worden, maar hij kwam helaas tegelijkertijd met de introductie van de iPod. De liedjes daarop waren van veel lagere kwaliteit, maar hadden het voordeel van de draagbaarheid. Voor de Super Audio Cd had je weer een nieuwe speler nodig, nieuwe speakers. (Zucht.) Ik geloofde erin, hè? Nu zou je kunnen zeggen, hoe kom je erbij?”

U hebt de cd ‘de grootste mislukking uit de geschiedenis van de verpakkingsindustrie’ genoemd.

„Pak zo’n ding eens vast. Het is geen leuk product hè, zeker niet als je ziet waar het vandaan komt. De elpee was mooi. Met grote letters, mooi groot artwork. Hij rook lekker. Krasvrije muziek, dat was het grote voordeel van de cd. Maar het doosje is zo kapot, het is een verschrikkelijk product. Zodra het voordeel van het krasvrije wegvalt, met muziek via internet, dan heeft het product geen waarde meer. Als iemand je nu een cd geeft voor je verjaardag, denk je: ga toch weg zeg.

„Mijn moeder zei: je bent geboren met een elpee onder je arm. The Beatles, Elvis en Neil Diamond waren m’n eerste liefdes. Ik spendeerde altijd al mijn spaargeld aan muziek. Ik koop nog wel af en toe een cd. Ik wil toch nog graag iets in m’n handen hebben. Ik ga toch nog graag door het cd-boekje. Al koop ik wel veel minder dan vroeger. En waar? Probeer in Brussel of in Amsterdam nog maar een cd-winkel te vinden. We hebben de platenzaken zelf kapotgemaakt door supermarkten hoge kortingen te bieden als ze cd’s zouden verkopen. De platenzaken kregen deze kortingen niet.”

U maakt zich zorgen dat jongeren niet meer naar een concertzaal komen. Hoe zorgt u ervoor dat u niet opnieuw in dezelfde val trapt?

„Mijn boodschap aan mijn collega’s van Ancienne Belgique is: het gaat nu goed, we hebben voldoende middelen om na te denken over de toekomst. Laat ons nu nadenken, plannen maken. Hoe zal deze concertzaal er binnen vijf jaar uitzien? Niet hetzelfde als vandaag, dus we moeten stappen zetten. Het antwoord dat je soms krijgt: maar het gaat toch goed, waarom moeten we investeren in het live tonen van onze concerten op ons nieuwe televisiekanaal? Waarom moeten we een nieuwe zaal openen? Mijn ervaring heeft me geleerd: veranderen moet je doen als het goed gaat. Het ergste dat me kan overkomen is dat ik over tien jaar opnieuw met een journalist word geconfronteerd die vraagt: had je het niet kunnen weten?”

Eén van de 11 lessen uit uw presentatie luidt: geloof niet in wonderen. Internet is niet het wonder dat de muziekindustrie gaat redden?

„Apple-oprichter Steve Jobs werd als het wonder van de muziekindustrie gezien. Ik heb hem één keer ontmoet, in Londen bij een presentatie van Jobs met andere directeuren van Universal over de introductie van iTunes. Ik was totaal onder de indruk van de man, maar na afloop zei ik tegen mijn collega’s: mannen, dit gaat fout. We verliezen alles. Hij gaat de prijs bepalen, hij gaat monopolist zijn. Alles kost 0,99, of het nou dollars, ponden of euro’s zijn. Je kan niet zeggen, voor een oude track van Sam Cooke of een nieuwe van Blaudzun moet je hetzelfde betalen.

„Ik heb er nooit een grote nota over naar de directie geschreven. Nee, zo was ik niet. Maar het was wel de enige keer dat ik zag: dit is een foute strategie. Dat was mijn heldere moment. Ik ben toch blij dat ik er één heb gehad.”<<