Standbeelden

Als geboren Rotterdammer en ooggetuige van het bombardement en zijn lange nasleep heb ik Ossip Zadkine’s De Verwoeste Stad altijd een doeltreffend beeld gevonden. Het symboliseert de verwoesting en de wanhoop. Dat was de toestand in de stad nadat de Heinkels van de nazi’s hun bommen op het weerloze centrum hadden laten vallen. Een door en door lafhartige oorlogsmisdaad. Binnen een uur was het stadshart eruit gerukt. Wat kun je anders doen dan radeloos je armen ten hemel heffen? Zadkine heeft het goed begrepen. Een andere kunstenaar had een ander beeld gemaakt, maar dit is goed. Zo hoort een beeld te zijn. Doeltreffend.

Al vlug na het bombardement hebben de Rotterdammers weer hun veerkracht getoond. Op 11 december 1941 werd het plan van de stadsarchitect W.G. Witteveen ingediend. In 1944 werd het vervangen door het plan-Van Traa dat twee jaar later is aangenomen. Intussen waren al nieuwe, tijdelijke winkelbuurten verrezen, aan de Goudsesingel, de Coolsingel, de Jongkindstraat, de Nieuwe Binnenweg onder andere. En twee dancings aan de Rochussenstraat: l’Ambassadeur en de Cascade. De Rotterdammers waren niet verslagen, ze hadden niet stilgezeten. Die noodwinkels zijn al lang geleden weer afgebroken.

Zadkine is op het idee van zijn beeld gekomen toen hij met de trein over het luchtspoor reed, een spoorlijn hoog boven de grond, dwars door het centrum. In Rotterdam zeiden we: het Viaduct. In 1953 werd het beeld door De Bijenkorf aan de stad geschonken. Het kreeg zijn plaats op het Plein 1940, aan het einde van de Leuvehaven, niet ver van de oude Bijenkorf die voor de helft was verwoest, waarna de andere helft mooi is gerestaureerd. Verder was het niet ver van het Schielandshuis en de Coolsingel. Met een beetje goede wil kon je het in de buurt van het centrum noemen. Ik had een lichte reserve maar die was toen vlug verdwenen.

Nu is er een initiatief om het beeld te verplaatsen naar het Stationsplein. Daar valt iets voor te zeggen. Dit plein heeft in ieder geval meer de allure van een centrum dan het Plein 1940. Vlakbij het Groothandelsgebouw dat in aanbouw was omstreeks de tijd dat Zadkine op zijn idee kwam; vlakbij de eerste moderne wolkenkrabbbers van de stad; niet ver van de Lijnbaan en het Stadhuis; en er komen per dag duizenden mensen langs. Bovendien was daar in de buurt de Oude Diergaarde die op 14 mei ook door het bombardement is getroffen. Het verhaal gaat dat een oppasser van het apenhuis toen een gorilla heeft gered door hem uit zijn kooi te bevrijden en hem in een telefooncel op te sluiten. Plein 1940 of Stationsplein, ik zie het wel.

Toen ik een jaar of vijf was, heb ik bewust mijn eerste standbeeld gezien, van Erasmus. Het stond op de Grote Markt. Hij leest in een boek. Op het ogenblik dat het nieuwe jaar begint, slaat hij een bladzijde om, zei mijn moeder. Onzin, dacht ik, maar dat zei ik niet. Ik wilde naar de duikerswinkel, een meter of vijftig verder. Daar stonden allerlei interessante spullen in de etalage, een duikerspak, een helm, alles wat je onder water nodig hebt. Erasmus is verhuisd naar het plein voor de Laurenskerk.

De Nederlanders zijn geen volk met een diepe hang naar standbeelden van beroemdheden. In Rotterdam hebben we op de grens van Crooswijk en Kralingen, in de buurt van waar vroeger de Boezemkerk stond, het bronzen beeld van Bep van Klaveren, de beroemde bokser, bijgenaamd The Dutch Windmill. De kerk, een prachtig gebouw in Jugendstil, is afgebroken. In Amsterdam staan Thorbecke en Rembrandt op hun pleinen. Rembrandt in gezelschap van de volledige Nachtwacht in brons. Die hebben we aan twee Russische kunstenaars te danken. Het wordt tijd dat Vincent van Gogh zijn Aardappeleters op het Museumplein krijgt. Dan hebben we verder Simon Carmiggelt aan het Weteringcircuit en André Hazes op de Albert Cuypmarkt. Wie was Albert Cuyp? Een groot schilder uit de Gouden Eeuw. Heeft hij een standbeeld? Ja, dat staat in Dordrecht. Een abstract mannetje, bestaande uit grote, middelgrote en kleine bollen.

Als jongen las ik de avonturen van Dik Trom, Pietje Bell en Bulletje en Boonestaak. Dik is au fond een door en door brave jongen die zich weleens iets ondeugends veroorlooft. Pietje lijkt heel wat ondeugender. Met zijn vriend Engeltje richt hij de bende De Zwarte Hand op. Dat wordt allemaal ver in de schaduw gesteld door Bulletje en Boonestaak die de meest ongelofelijke avonturen beleven. Dik woonde in Hoofddorp. Daar is een standbeeld voor hem opgericht. Hij zit achterstevoren op een ezel. Dat is de manier waarop hij zich het liefst verplaatste. Daar hoeft niets aan te worden toegevoegd.