Schuld en schilderijen

Ik heb een Berlijnse medeburger gekwetst. Per ongeluk. Op de zondagse Tierpark-rommelmarkt in het centrum van Berlijn ontdekte ik een schilderij dat me wel beviel. Een beetje impressionistische vissersboot in een haven. De verkoper wilde er 250 euro voor hebben. En hij zei ter toelichting: „Het is ergens tussen 1935 en 1945 geschilderd.” Toen gebeurde het. „Ah, in de goede oude tijd”, flapte ik eruit. In een flits snapte ik de betekenis van het Duitse bijwoord flapsig: lomp.

De man met zijn lamswollen trui, zijn tikje lange, verzorgde grijze coupe en bruine ribfluwelen broek zag er eerder uit als een plattelandsdokter in bonis dan als een oude nazi. Hij was sowieso te jong om door een brutale Hollander te worden herinnerd aan Hitlers Derde Rijk. Hooguit had hij in april 1945 als jongetje bij de ondergang van Berlijn moeten meehelpen bij de luchtafweer. Misschien was hij wel een getraumatiseerde kindsoldaat van de Flakhelfer-Generation. Of misschien had hij er gewoon helemaal niks mee te maken.

Hij zweeg verbluft. Om het goed te maken, zei ik dat het ironisch was bedoeld. Maar daarmee maakte ik het alleen erger. Hij schudde in ieder geval zijn hoofd. Het concept ironie kon geen verlichting brengen. De schuld van het verleden hing loodzwaar aan de dwarsbalken van de marktkraam.

Nazi’s en schilderkunst vormen momenteel door de zaak-Gurlitt sowieso een pijnlijke combinatie in Duitsland. Cornelius Gurlitt bleek in het bezit van een omvangrijke kunstschat die, naar wordt vermoed, voor een groot deel bestaat uit nazi-roofkunst.

En ofschoon Duitsland het Verdrag van Washington heeft ondertekend dat de teruggave regelt van joods eigendom aan de oorspronkelijke eigenaars, verzetten de geldende Duitse wetten zich tegen ‘restitutie’: de misdaad van de kunstroof is na dertig jaar verjaard. Gurlitt spande deze week zelfs een rechtszaak aan om zijn door de fiscus in beslag genomen eigendommen op te eisen. Geheel kansloos is hij niet.

Het land dat zo vaak geprezen is over de wijze waarop het omgaat met de schaduwen van de grote schuld. Dat het verleden, van de shoah, de oorlog, de massale waanzin, smeerlapperij en terreur van de nazi’s bezworen heeft door een systematisch en pijnlijk zelfonderzoek. Dat land blijkt in de praktijk van het weer goed maken van aangericht onheil hopeloos vast te lopen in legalistische procedures.

De Bondsraad, de senaat van afgevaardigden uit verschillende deelstaten, bespreekt dezer dagen de zogenoemde Lex-Gurlitt. Het gaat om een Beiers wetsvoorstel dat de verjaringstermijn in een beperkt aantal gevallen onder voorwaarden buiten werking stelt. Het is zo gecompliceerd dat de kans dat die wet het ooit haalt, zeer klein is. En het falen van de wetgever voedt zo opnieuw het schuldgevoel. De Frankfurter Allgemeine Zeitung is al blij dat het onderwerp weer eens op de agenda staat van een wetgever.

Ik heb naderhand het schilderij-incident op de rommelmarkt nog eens van alle kanten bekeken. Vergangenheitsbewältigung, verwerking van het verleden, waar Duitsland zo goed in is. Maar dan op de vierkante millimeter. Was die verkoper niet zelf begonnen met het noemen van gevoelige jaartallen? Of had hij daar geen gevoel voor? Ook al was dat het geval, gaf dat mij dan het recht om flapsig te doen? Nee, dat was verkeerd, zelfs al was het niet zo bedoeld. Het schilderij heb ik overigens niet gekocht. Het was een fout schilderij. En te duur.