Schenk aan een fonds voor een vleugje onsterfelijkheid

Nalaten met een zeer persoonlijk doel voor ogen.

Maartien Delprat, adviseur mecenaat van het Prins Bernhard Cultuurfonds, krijgt steeds meer mensen zonder kinderen op gesprek die overwegen om een Fonds op Naam op te richten. Zij willen hun nalatenschap regelen met een specifiek en vaak zeer persoonlijk goed doel voor ogen. „De laatste jaren zijn dat er vijftig tot zeventig per jaar”, zegt ze. „Veel gesprekken resulteren in een fonds, dat na overlijden actief wordt.”

Volgens Delprat richten verschillende types mensen een fonds op: van toneelliefhebbers en tuinfans tot experts op hun vakgebied. Zij willen hun geld besteden aan doelen die „verband houden met hun bevlogenheid”, zegt ze. „Denk aan projecten voor jong muzikaal talent, aan behoud van erfgoed of beurzen voor wetenschappers.”

Bart (62) en Nelleke (54) de Graaf-Drijvers legden tien jaar geleden in hun testament een Fonds op Naam vast ten behoeve van cultuureducatie van kinderen in de drie noordelijke provincies. Na hun overlijden wordt de financiële opbrengst van hun volledige bezit ondergebracht in hun eigen fonds, het De Graaf-Drijvers fonds. Vorig jaar besloten ze om hun fonds al bij leven te activeren: jaarlijks stort het echtpaar een bedrag dat moet worden besteed aan de cultuureducatie van kinderen in Groningen. Het kinderloze echtpaar heeft, voordat het een Fonds op Naam oprichtte, „veel doelen overwogen, maar overal zaten voor ons haken en ogen aan”. Uiteindelijk besloten ze tot de oprichting van een fonds: „Omdat we het goed hebben, onder meer doordat de maatschappij ons veel geboden heeft. Dat willen wij ook mogelijk maken voor mensen die na ons komen.”

Er zijn inmiddels meer dan driehonderd CultuurFondsen op Naam, die in totaal bijna 6 miljoen euro per jaar uitkeren. Delprat verwacht dat er in de toekomst nog honderden fondsen bijkomen. „De afgelopen dertien jaar heb ik ruim vijfhonderd mensen gesproken die oprichting van een fonds overwogen. We weten soms niet of zij dat ook daadwerkelijk hebben vastgelegd in hun testament. Maar we merken vaak dat als mensen eenmaal uitgebreid met ons hebben gesproken over oprichting van een fonds, dat fonds in hun hoofd al bestaat en er meestal ook wel komt.”

De ervaring leert volgens Delprat dat mensen vanaf hun vijftigste gaan nadenken over hun nalatenschap. Maar de meesten regelen de zaken pas echt als ze met pensioen zijn.

De plannen voor een Fonds op Naam worden meestal vooraf in detail besproken, waarbij het Cultuurfonds steeds vaker de rol van adviseur inneemt.

Is het vreemd om, als je geen kinderen hebt, je wettelijke erfgenamen te passeren en alles na te laten aan een fonds? Delprat: „Wat we vaak horen, is ‘ach, we hebben niet zoveel met de neven en nichten’ of ‘ze kunnen heel goed voor zichzelf zorgen’. Wat ook veel voorkomt, is dat mensen wel geld nalaten aan neven en nichten, maar het grootste deel van de erfenis in een fonds onderbrengen.”

De minimale inleg voor een CultuurFonds op Naam is 50.000 euro. Dat is voor de meesten met een koophuis wel binnen bereik. Het ene fonds keert de totale inleg binnen een bepaalde termijn uit, anderen willen hun fonds eeuwig in stand houden en laten alleen de rente uitkeren. Delprat: „Sommige mensen willen een vleugje onsterfelijkheid. Dat kan vanaf een miljoen euro inleg.”

Oprichtingskosten voor een CultuurFonds op Naam zijn er niet, je maakt alleen kosten voor het opstellen van een testament. Het Prins Bernhard Cultuurfonds houdt 5 procent in op elk besteed bedrag uit een fonds. „We zijn niet uit op winst, maar moeten wel zorgen voor een maximaal rendement dat ten goede komt aan cultuur, natuur en wetenschap.”

Als alles is besproken, is er vaak opluchting bij de toekomstige schenkers, merkt Maartien Delprat. „Ik vind het altijd weer mooi om te zien hoe blij mensen zijn als ze weten dat hun nalatenschap later precies daar terechtkomt waar hun hart nu ligt.”