Rutte II kan eindelijk oogsten

Lang leek het kabinet een machteloos zootje dat van incident naar incident holde. Nu worden zonder veel ophef grote hervormingen door de Kamers geloodst.

De Tweede Kamer donderdag tijdens de stemmingen voor het Krokusreces.
De Tweede Kamer donderdag tijdens de stemmingen voor het Krokusreces. foto David van Dam

Er was helemaal niets stiekems aan het succes van het kabinet de afgelopen weken. Het werd niet in achterkamertjes bekonkeld, laat staan dat er een commissie met collectieve zwijgplicht aan te pas kwam. Misschien juist daarom viel nauwelijks op dat in korte tijd meerdere essentiële plannen van Rutte II zijn aangenomen. Met comfortabele meerderheden. Na debatten en stemmingen in het parlement.

De Eerste Kamer bekrachtigde deze week dat alle jeugdzorg wordt overgeheveld naar de gemeenten. Een zeer ruime meerderheid van de Tweede Kamer stemde voor de wet die gehandicapten aan het werk moet krijgen, nadat vorige week al de hervorming van ontslagrecht, flexwerk en WW was goedgekeurd. Grote hervormingen die gepaard gaan met forse bezuinigingen. Wetgeving die in eerdere kabinetten was gestrand.

Lang was het beeld van dit kabinet: een machteloos zootje dat van incident naar incident holt en is uitgeleverd aan de grillen van de oppositie. De politieke en journalistieke aandacht werd deze week immers afgeleid door fractievoorzitters die in de zogeheten ‘commissie-Stiekem’ ruzie hadden gekregen over of en hoe het kabinet hen nou geïnformeerd had over de belgegevens die de geheime diensten met de Amerikaanse NSA delen. Een nabrander van de motie van wantrouwen die vorige week door D66 werd ingediend tegen minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA).

Tot teleurstelling van de coalitiepartijen leidde dat de aandacht af van wat er echt „belangrijk is voor de toekomst van Nederland”, zoals premier Mark Rutte (VVD) de hervormingen vorige week in zijn persconferentie omschreef. Hij wil, zegt hij herhaaldelijk, dat zijn kabinet „wordt afgerekend op resultaat”. Ook bij de PvdA vinden ze het „jammer dat deze cruciale hervormingen zijn ondergesneeuwd”.

Het succes van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) bewijst hoe beeld en werkelijkheid uiteenlopen. Klijnsma verzachtte de hervorming van de bijstand en de uitkeringen voor gehandicapten die kunnen werken – en loodste die door de Tweede Kamer. Maar samen met Plasterk en Weekers werd zij als de zwakke schakel in het kabinet gezien.

Klijnsma was eind vorig jaar de eerste bewindspersoon die, samen met Weekers, een essentiële wet zag stranden in de Eerste Kamer. Een meerderheid schoot daar de pensioenplannen van het kabinet af. Deze week was er opnieuw veel kritiek op de staatssecretaris, maar ze kreeg wel een cruciale hervorming door de Tweede Kamer.

Niet alleen het kabinet kampt overigens met een verschil tussen imago en realiteit. Het CDA, sinds de verkiezingsnederlaag van 2012 constant in de contramine, steunt plotseling allerlei hervormingen. De partij weigerde weliswaar mee te doen aan een voorgekookte deal tussen kabinet en ‘constructieve oppositie’, maar stemde voor de Jeugdwet en de verschillende plannen op het terrein van Sociale Zaken. Dat geeft het kabinet een aangename marge voor de behandeling in de Eerste Kamer.

De negatieve beeldvorming rond het kabinet komt niet uit de lucht vallen. Rutte II heeft 15 maanden aangerommeld en polderakkoorden en politieke deals gestapeld, waarbij de eigen plannen steeds verder verwaterden. Maar nu betalen die inspanningen zich uit voor het kabinet. Op een ogenschijnlijk gunstig moment: enkele weken voor de lokale verkiezingen modderen VVD en PvdA niet slechts voort, maar kunnen ze successen tonen.

De vraag is wel of de daadkracht overkomt in de campagne, en wat de coalitiepartijen er aan hebben. „De kiezer weet wel wat er allemaal op hem afkomt, maar niet in welke fase van het wetgevingsproces zich dat precies bevindt”, zegt een PvdA’er. Bovendien blijkt uit peilingen en onderzoek dat de regeringspartijen onverminderd impopulair zijn. Omdat ze met elkaar samenwerken, maar ook om de uitgeruilde maatregelen die ze nemen. Zeker bij de Partij van de Arbeid lijkt dat electoraal pijn te gaan doen bij de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart.

Daarnaast is het voor de coalitiepartijen lastig gebleken te pronken met eigen succes. Dat wordt namelijk grotendeels opgeëist door de ‘constructieve drie’. Gedogers D66, ChristenUnie en SGP sloten verschillende akkoorden met het kabinet waarin ze voor hun achterban belangrijke aanpassingen aan beleid binnensleepten en van de daken schreeuwden.

D66 kreeg wat op onderwijs en voor zzp’ers. De kleine christelijke partijen lieten kleine scholen, bijstandsmoeders en weduwen ontsnappen aan bezuinigingen. Maar toen binnen de PvdA verheugd werd gereageerd op de aanpassing van de bijstandsplannen, werd dat niet gewaardeerd door de partners uit die deal.

De VVD heeft minder succes te etaleren, want in de verschillende akkoorden drijven de plannen vaak verder af van het VVD-standpunt. Maar dát er nu prangende hervormingen zijn doorgevoerd die de partij al lang verlangde, kan zij incasseren. En de VVD maakt bovendien – behalve onder pomphouders aan de grens die onder verhoogde accijnzen lijden – geen nieuwe vijanden.

De relatie tussen de PvdA en de gedogers is wel gespannen. Het botert niet op persoonlijk vlak, zo bleek maar weer eens door de aanvaring tussen partijleiders Diederik Samsom (PvdA) en Alexander Pechtold (D66) in de kwestie rond Plasterk. Die ergernis was er ook toen senator Adri Duivesteijn eind vorig jaar dreigde de hervorming van de woningmarkt te torpederen en Samsom hem niet in het gareel kreeg.

Hier vallen beeld en werkelijkheid wel samen, de animositeit is echt. Maar deze wrijving komt erg goed uit voor de verkiezingscampagnes. In verschillende gemeenten zijn PvdA en D66 elkaars directe concurrenten. En in campagnes is tegenstellingen uitvergroten minstens zo belangrijk als successen vieren.