Rintje for president

Ook voor de Nederlandse media waren het gouden weken in Sotsji. Of het nu op radio en televisie of in de kranten was, verslaggevers en commentatoren konden zich nog eens schaamteloos uitleven in lyrisch nationalisme. In Den Haag en omstreken kan dat niet – daar heerst kwaadaardige versplintering. In Sotsji werd de natie heel even één en ondeelbaar.

Niets te vroeg.

Het leek of er een geheime afspraak bestond om het vooral gezellig te houden. Met Studio Sportwinter bij de NOS als smeeroliehonk van gezamenlijkheid. De sidekicks bij Pauw & Witteman, Mart Smeets en Frank Evenblij, voerden thuis ook aangenaam amusement en romantische kolder aan.

De kranten bleven niet achter, in het boetseren van de mens achter de kampioen. Zonder zweem van propaganda of verdoken favoritisme. Aan promotiepraatjes was niet helemaal te ontkomen, maar de journalistieke grondlaag werd niet losgelaten.

Studio Sportwinter bracht dagelijks een geslaagde mix van competitie, beschouwing, nostalgie en schaatskunde. Niet alles was even geslaagd – Erica Terpstra de markt van Sotsji opsturen om aan kanjers van specerijen te ruiken en een domme groet aan een huisschilder te brengen, in een kakafonie van schater, is buiklooptelevisie.

Zelf werd ik vertederd door analist Rintje Ritsma. Deskundig en afstandelijk lichtte hij de prestaties van de langebaanschaatsers door. Slijmen met de helden deed hij niet. Hij kwadrateerde de hem toegedichte nuchterheid. Anders dan kwebbelman Erben Wennemars die in zijn blinde adoratie meer pr-man dan analist was, hield Rintje de vervoering binnen de ambiance van het Friese rijtjeshuis. Waar een beetje geluk ook al mooi is.

Ik mag hopen dat Ritsma wat vaker door de NOS wordt ingezet voor sportanalyses, ook buiten het schaatsen.

Nu waren de Nederlandse olympiërs uit zichzelf al mediarijp. Ze hadden weinig massage nodig voor een striptease van overweldigende trots. Er was de vracht aan medailles die iedereen mild, spraakzaam en euforisch maakte. Aan Jorien ter Mors, Ireen Wüst, Jorrit Bergsma en andere gedecoreerde sprinters moest niet meer getrokken worden om te vloeien van liefde voor de schaats en ijs.

Bert Maalderink was er ook. Anders dan in het voetbal liep hij nu eens niet te koop met zijn treiterkunst. Hij stoeide wat met vragen en antwoorden, en bleef beleefd.

Over de braspartijen in het Holland Heineken Huis valt niets meer te zeggen. Het is bij alle Spelen dezelfde ellende: zoenen, drinken, polonaise. De meute die zichzelf uitlaat met een branie waar ze zich thuis voor schamen.

Het zijn voor Nederland exceptionele Spelen geworden. Een geweldige injectie voor de schaatssport. Jongerenkamers worden volgeplakt met nieuwe posters. Extase, drama en verdriet: het was er allemaal.

Ik heb tijdens deze Spelen geregeld een brok in de keel moeten wegduwen. Kijken naar bronzen Carien Kleibeuker eindigde met een sluier vocht in de ogen. Al was het gesprekje van coach Jillert Anema met haar dochtertje Annemijn nog een mooier shot van ontroering.

Geraakt was ik door de tranen van de bobdames Esmé Kamphuis en Judith Vis. Vierde met de bobslee: je hoort het in Keulen donderen. De tranen van Judith gingen door merg en been. In interviews werd zij wel eens vergeten – het was vooral Esmé die sprak. Terwijl juist zij de Witte Winterspelen een verlossend kleurtje gaf. Niemand in Sotsji kon zo mooi huilen als Judith. Niemand was zo mooi eenzaam als zij.

Na de sportieve hoogmis breekt straks het volksgala los, in Zwolle, Assen, en aanverwante gehuchten. Hopelijk komen medaillegeile politici het feest niet bevuilen.

En Erica Terpstra ook niet.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.