Ook na het IJzeren Gordijn voelt Oost-Europa ver

Gevoelsmatig liggen Europese steden in het oosten verder weg dan steden in het zuiden. De val van de Berlijnse Muur heeft daar niets aan veranderd.

Moskou is vanuit Amsterdam minder ver rijden dan de steden Athene of Istanbul. Toch voelt het niet zo. Op de mentale kaart van Europa lijkt het zuiden dichterbij dan het oosten.

Het fenomeen vormde een favoriet proefje dat docenten afnamen bij eerstejaarsstudenten sociale geografie: rangschik een alfabetisch rijtje van twaalf grote Europese steden in de juiste volgorde van afstand. In de jaren zeventig en tachtig bleek dat studenten steevast de Oost-Europese steden als Boedapest en Kiev honderden kilometers verder weg inschatten dan Barcelona of Lissabon die zuidwaarts op min of meer dezelfde afstand liggen.

De verklaring leek destijds voor de hand te liggen: de scherpe scheidslijn tussen oost en west die het IJzeren Gordijn dwars door Europa trok, maakte dat steden in het Oostblok gevoelsmatig verder weg lagen. Dat was ook beter voor de gemoedsrust, want die grauwe, armoedige en onvrije samenleving die westerlingen zich erbij voorstelden kon maar beter wat verder weg liggen. Docent Cees Eysberg van de Universiteit Utrecht publiceerde er een artikel over (Journal of Geography, 1985), gebaseerd op de analyse van de antwoorden van 760 studenten tussen 1977 en 1981.

Vietnamoorlog

De theorie kreeg bijval van de invloedrijke Amerikaanse geograaf Peter Gould. Zelf had Gould geconstateerd dat Amerikaanse studenten tijdens de Vietnamoorlog de afstand tot het vijandige Hanoi overschatten terwijl zij het bevriende Saigon juist te dicht bij huis inschatten.

Maar nu blijkt dat eerstejaarsstudenten anno 2013 het rijtje van twaalf Europese steden nog steeds in dezelfde volgorde zetten als hun voorgangers dertig jaar geleden. Dat is onverwacht, want zij zijn geboren na de val van de Muur in 1989 en hebben dus geen persoonlijke herinnering aan de Koude Oorlog. Dat schrijven Utrechtse geografen onder leiding van Ben de Pater (Geografie, maart). De val van het communisme en het toetreden van Oost-Europese landen tot de Europese Unie heeft steden als Moskou gevoelsmatig niet wezenlijk dichterbij gebracht.

Misschien is de verklaring dat studenten door vakanties bekender zijn met landen in het zuiden dan met de landen in het oosten, opperen de Utrechters eerst.

Maar wellicht speelt emotionele verbondenheid met bepaalde gebieden helemaal geen rol. Studenten toen en nu zijn opgegroeid met wereldkaarten in de zogeheten Winklerprojectie. Die weergave van een bol in een plat vlak geeft een vertekening, waardoor Zuid-Europa te klein en Oost-Europa te groot wordt afgebeeld. Dat geldt nog sterker voor de Mercatorprojectie die onder meer in Google Maps wordt gebruikt. Maar of er inderdaad zo’n zakelijke verklaring bestaat voor het fenomeen oost-dus-ver-weg, is nog niet bewezen.