Treiteraars zijn ongeschikt als militair

In tegenstelling tot wat Stephan de Vries in NRC van 19 februari beweert, is treiteren in een militaire opleiding doelmatig noch professioneel. Het is allesbehalve zelfreinigend maar een blijk van incompetentie.

Treiteraars zijn ongeschikt als militair en officier. Zij schieten tekort in plichtsbesef, taakvervulling en zelfbeheersing. Extreme taakstelling, extreme groepsdruk en andere aangedragen argumenten vormen daarvoor geen excuus. Die stellen juist de hoogste eisen waaraan treiteraars niet voldoen. De taak van de krijgsmacht is bepaald door de opdracht die de krijgsmacht heeft.

Dat geldt onverkort voor de krijgsmachtdelen, de onderdelen daarvan en de individuele militair: handelen in en binnen een opdracht en anders niet.

Geen eigenmachtig optreden tenzij strikt noodzakelijk en dan nog slechts ‘in de geest van de commandant’. De militair die eigenmachtig optreedt, zal dat nadien moeten verantwoorden.

Het is onbestaanbaar dat cadetten in opleiding zonder uitdrukkelijke opdracht zich informele selectiebevoegdheid aanmatigen en uitoefenen. Zij doorkruisen de gewenste leerprocessen.

Uit de hand lopen van een dergelijk ‘eigen’ proces in pesten en treiteren duidt op gebrek aan zelfdiscipline. Gebeurt dat alles toch, dan zijn maatregelen nodig.

Immers, die cadetten zijn zich onvoldoende bewust van hun plicht als militair jegens elkaar, jegens hun opdrachtgevers en niet tot voldoende zelfbeheersing in staat. Zij schieten daarin zodanig tekort dat zij ongeschikt zijn als militair.

Grijpt die officier niet in, dan is het zaad gezaaid voor Abu Ghraibs, My Lays en andere uit de hand gelopen excessieve eigenrichting. Dat is ernstig plichtsverzuim.