Niet zo cryptisch

Inlichtingendiensten opereren ten dele in het duister, omwille van de veiligheid van de burgers die zij beschermen. Dat geldt dus ook voor AIVD en MIVD. Maar het parlement moet wel hun ministers, en zo de diensten zelf aan controle kunnen onderwerpen. Waar mogelijk in het openbaar, zo nodig in het geheim.

Hoe lastig de afweging ‘publiek versus vertrouwelijk’ is en hoe de Tweede Kamer zo met zichzelf in de knoop kan raken, bleek de afgelopen twee weken.

Aanleiding was een omstreden motie van wantrouwen die tegen minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) was ingediend. Hij had zich op televisie en in de Tweede Kamer aan speculaties overgegeven die erop neerkwamen dat vermoedelijk de Amerikaanse dienst NSA in Nederland 1,8 miljoen metadata uit telefoonverkeer had verzameld. Maar het bleek om data te gaan die de Nederlandse diensten uit buitenlands telefoonverkeer hadden afgetapt en doorgesluisd naar de NSA. De minister verzuimde lange tijd de Kamer over zijn fout te informeren, zo was het beeld, en dat bracht D66 tot de motie.

Daarna ontstond getouwtrek over de vraag of Plasterks collega, minister Hennis (Defensie, VVD), of een ambtenaar de zogenoemde ‘commissie-stiekem’ (CIVD) niet toch had ingelicht, in het geheim dus. De voorzitter hiervan, Zijlstra (VVD), noemde de bewering in de motie, dat de Kamer niet was geïnformeerd, „een politiek oordeel”. Want: „De motie kán per definitie niets zeggen over wat er wel of niet in de commissie is besproken, want dat is geheim.” Premier Rutte zei later: „Ook mijn standpunt is dat de ministers de Kamer correct hebben geïnformeerd.” Gelet op Zijlstra’s stelling kan dat ook niet anders dan een politiek oordeel van Rutte zijn.

Deze krant schreef woensdag dat Plasterks rectificatie wel degelijk in de commissie-stiekem is besproken. Dit bericht noopte de commissie tot een reactie: „De CIVD acht zich (...) niet geïnformeerd over de rol en werkwijze van de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten bij de verzameling van de 1,8 miljoen metadata.” Let op het woord ‘acht’. Niet ‘is’.

Het is ongewenst dat een parlementaire commissie aan cryptografie doet. De commissie-stiekem doet er wijs aan naar haar eigen functioneren te kijken en ook naar het advies dat de commissie-Dessens uitbracht. Zij evalueerde de Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten en adviseerde deze maand het uitgangspunt te hanteren om zo min mogelijk informatie als vertrouwelijk te bestempelen.

Voorkomen moet worden dat een minister in het openbaar blundert en dat daarna niet publiekelijk rechtzet. De wet verbiedt openbaarheid over de middelen die de diensten in concrete aangelegenheden aanwenden, over hun geheime bronnen en over hun actuele kennisniveau. Dat maakt veel meer openheid mogelijk dan de ministers hebben willen betrachten.