Nederland wil erbij horen

Nederland wil in 2017-2018 een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad. Dat vergt jarenlang lobbywerk.

Nu Nederland een campagne voert voor een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, heeft VN-kenner Richard Gowan wel een tip voor Den Haag. „Probeer niet dodelijk serieus te zijn. Zeg niet alleen maar dat je staat voor de waarden van de VN en voor internationale samenwerking. Straal uit dat je er ook plezier in hebt, dan maak je veel meer kans.”

Nederland is vorig jaar al begonnen om bij de 192 andere lidstaten van de Verenigde Naties te lobbyen voor steun. Den Haag heeft zijn zinnen erop gezet om in de periode 2017-2018 in de raad te komen. Pas in het najaar van 2016 wordt daarover gestemd, maar het is gebruikelijk om al jaren van te voren steun te zoeken. Luxemburg, dat nu in de Veiligheidsraad zit, begon zelfs tien jaar van te voren aan een campagnemarathon.

Nederland stuurde vorig jaar al een oud-VN-ambassadeur op pad om landen voor Nederland warm te maken, met argumenten en als kadootje een USB-stick waarop foto’s van bollenvelden en 17de-eeuwse schilderen staan.

De zetels zijn verdeeld over kiesgroepen, en binnen de kiesgroep ‘West-Europese en andere landen’ moet Nederland met Zweden en Italië strijden om twee zetels. Eén van deze drie zal dus achter het net vissen, of zoals een diplomaat zegt: een bronzen plak is er niet.

De officiële leus van de Nederlandse campagne is: The Kingdom of The Netherlands, Your Partner for Peace, Justice and Development. Over de Nederlandse kansen wil Richard Gowan, verbonden aan New York University en de European Council on Foreign Relations, geen voorspellingen doen. Wel waarschuwt hij: „Te veel nadruk leggen op justitie hoeft niet bij alle landen goed te vallen. Het Internationaal Strafhof in Den Haag is bij veel Afrikaanse regeringen bepaald niet populair.”

Maar de Nederlandse VN-ambassadeur in New York, Karel van Oosterom, zegt: „Je moet niet bang zijn om lidstaten van je te vervreemden door uit te dragen waar je als land voor staat. We moeten er ook niet opeens mee ophouden om op te komen voor LGBT-rechten [de rechten van homo’s, biseksuelen en transgenders, red.] omdat sommige landen daar een probleem mee hebben. Dat zou ons trouwens ook echt niet helpen.”

Van Oosterom, die in New York een hoofdrol speelt in de campagne, is niet bang dat het allemaal verspilde moeite is mocht Nederland niet gekozen worden. „De VN is een enorme organisatie, een oceaan waarin je 365 dagen kan rondzwemmen en dan denk je aan het eind nog: welke kant ben ik nou opgegaan? Deze campagne geeft veel focus en samenhang aan ons werk. We dragen extra uit wat tóch al ons beleid is.”

Nederland was vijf keer eerder lid van de Veiligheidsraad, de eerste keer in 1946, toen de VN net waren opgericht, de laatste keer in de periode 1999-2000. De Nederlandse VN-ambasadeur in die tijd, Peter van Walsum, is een sterk voorstander van de Nederlandse campagne om een zetel te bemachtigen, want hij vindt dat „ieder land elke kans die zich voordoet om invloed uit te oefenen moet aangrijpen”. „Het is nu erg in de mode om te zeggen: wat koop je ervoor? Maar als je in de Veiligheidsraad zit, speel je mee.”

Voor een land als Nederland, zegt Richard Gowan, zullen de verwachtingen wel hoger gespannen zijn dan voor bijvoorbeeld Luxemburg. „Nederland is een behoorlijk grote speler in de Verenigde Naties. Dat brengt meer verantwoordelijkheid met zich mee.” Dat Nederlandse militairen deelnemen aan de vredesmacht in het West-Afrikaanse Mali, noemt hij alvast „een belangrijk gebaar”.

Maar eerst moet de campagne worden gewonnen. Sommige Luxemburgse diplomaten gebruikten niet alleen hun officiële leus over vrede en multilaterale samenwerking, maar voerden met een knipoog ook informeel campagne onder de tientallen heel kleine landen in de VN met de woorden: size doesn’t matter – en dat sprak aan. Bij de (geheime) stemming telt de stem van ministaatjes als Vanuatu in de Stille Zuidzee (220.000 inwoners) even zwaar als de stem van Rusland of de Verenigde Staten.

„En vergeet niet”, zegt Richard Gowan, „dat veel VN-ambassadeurs, vooral van kleine landen, hier echt niet allemaal zo vreselijk hard werken. Je kan wel proberen ze te overtuigen door ernstige conferenties te beleggen over de versterking van de rechtsstaat enzo. Maar goeie concerten en feesten vallen bij veel ambassadeurs zeker zo goed. Hoopt Nederland, met zijn Caraïbische landen in het koninkrijk, veel Caraïbische stemmen binnen te halen? Veel van de ambassadeurs van die landen vallen in de categorie van, laat ik maar zeggen, de liefhebbers van feesten.”