Nederland Met een beetje geluk doen we over vier jaar ook mee

Om maar gelijk één vooroordeel weg te nemen: heb je bij jeu de boules ooit iemand een bal ver voor de cochonnet – het kleine balletje – zien neerleggen omdat dat strategisch later van pas kan komen? Precies, dus houd op curling te vergelijken met dat campingspel, willen de jonge leden van de Nederlandse curlingselectie maar zeggen.

Nederland heeft maar 150 curlers. Toch is de toekomst van het Nederlandse curling mooi, maar het is ook nog echt de toekomst. De drie jongens die donderdag samen in de huiskamer van Joey Bruinsma – de lead ofwel eerste gooier van het Nederlands team – naar de olympische curlingfinale van de vrouwen zitten te kijken, hebben de gemiddelde leeftijd van 17. De oudste spelers in de selectie zijn 23.

25 uur per week op het ijs

Over vier jaar wil het mannenteam er zelf bijzijn bij de Winterspelen in in Pyongyang in Zuid-Korea. Dat willen ze doen op basis van talent – ze versloegen al eens het in Sotsji aanwezige Duitse team en verloren nipt van de finalist Groot-Brittannië.

En ze willen het doen op basis van toewijding. 25 uur per week stoppen ze in hun sport – ze staan op het ijs, beulen zichzelf af in de sportschool of ze zijn bezig met mentale en tactische training.

Want curling is een denksport, zegt de 20-jarige Joey Bruinsma. „Elk team heeft een speelplan gebaseerd op zijn eigen sterkte, maar ook op de zwaktes van de tegenstander”, zegt hij terwijl hij naar het televisiescherm wijst. „Als je bijvoorbeeld weet dat de tweede gooier van je tegenstander minder goed is, dan stem je je tactiek daarop af.”

De tactiek voor een ‘end’, vergelijkbaar met een game in tennis, wordt bepaald aan de hand van de eerste twee stenen die gegooid worden.

Het gooien – zo heet het nu eenmaal – van een eerste steen die net voor het cirkelvormige ‘huis’ belandt betekent dat een team de aanval kiest, en later in het end voor de score van twee of meer punten gaat door er een andere steen achter te leggen. Een eerste steen in het huis is wat defensiever, die kan immers zo weggekaatst worden.

Ze zitten bij sportpsycholoog

Om steeds weer de steen te kunnen gooien die gevraagd wordt, moeten de curlers stressbestendig zijn. Daarom zitten ze nu al bij een sportpsycholoog. „Elke worp is zo belangrijk”, zegt Bruinsma. „Je moet dus altijd scherp zijn.”

Sowieso zijn praatsessies dagelijkse kost voor het team. Ze hebben blindelings vertrouwen in elkaars kunnen en tactiek nodig om goed te kunnen presteren. Daarom zijn er bijeenkomsten waarbij de jongens verplicht moeten zeggen wat ze denken. Als één teamlid het niet met de anderen eens is, dan kan dat zijn prestaties negatief beïnvloeden.

Bondscoach doet het gratis

De jonge ploeg wordt fulltime bijgestaan door bondscoach Shari Leibbrandt. Maar ze verdient er niks mee. „Ik heb een fantastische echtgenoot”, verklaart ze lachend hoe ze dat financieel volhoudt. Haar opdracht is van de droom van haar jonge ploeg en van de Nederlandse Curling Bond – plaatsing voor de Olympische Spelen – een realistisch doel te maken.

Dat begint eind dit jaar bij het EK, in de B-groep. Daarin zal Nederland de finale moeten halen om naar de A-groep te kunnen promoveren. Vervolgens moet dan via het WK óf rechtstreekse plaatsing óf een plek voor het olympisch kwalificatietoernooi worden afgedwongen.

De jonge sporters zijn bereid er alles voor te doen. Slechte grappen van hun leeftijdsgenoten over het imago van de sport doet ze niets meer. Ze kunnen er zelfs wel een beetje om lachen, zegt Bruinsma, die er wel eentje wilt vertellen. „Je moeder zal wel blij zijn, dat je zo goed kunt vegen.”