Maar wij hebben de oudste

De Olympische ijshockeyfinale van zondag ligt ver buiten Nederlands bereik. Maar we scoren wel: in het Guinness Book of Records. Met Fred de Wit (78), de oudste ijshockeyer ter wereld.

Het waren de Canadese soldaten die net na de oorlog hun oog lieten vallen op de kunstijsbaan in de Haagse Houtrusthallen. De Duitsers hadden er paarden gestald, de bevrijders zetten de vriesmachines weer aan. Een jochie uit de buurt, de elfjarige Fred de Wit, stond bijna elke dag te kijken naar de ijshockeyende militairen. Hij kreeg een stick in handen gedrukt en stond even later in het doel bij de RYC Pinguins. Bijna zeventig jaar later (inclusief vijf WK’s in de jaren zestig) keept hij nog steeds. De Pinguin van weleer is een Gladiator geworden: bij die Nijmeegse club toont de 78-jarige wekelijks zijn reflexen.

Het leverde hem een vermelding in het Guinness Book of Records op, waarin de Duitser Klaus Simon – een broekie van 69 – nog als oudste ijshockeyspeler aller tijden werd vermeld. Dat is rechtgezet: sinds vorige maand de derdedivisiewedstrijd tegen de Kemphanen uit Eindhoven met 18-3 werd gewonnen, is De Wit officieel de oudste. En hij stopt niet, ondanks periodiek optredende koude voeten: „Eigenlijk is alleen het ijs opkomen soms een beetje lastig.”