Kleinste ego in de eredivisie

De meest onwaarschijnlijke hoofdcoach in het Nederlandse betaald voetbal beweegt zich het liefste op de achtergrond. „Het is een serieuze jongen die weet dat er op hem gelet wordt.”

‘Het meest vermoeiende”, zegt Michel Jansen (47), „is het feit dat er mensen zijn die medelijden met me hebben. Om wat er over mij gezegd wordt. Afgelopen week nog: sta ik bij een wedstrijd van de onder-19 te kijken, staat er een wat oudere supporter naast me te huilen omdat hij het zo erg vindt wat er over mij gezegd wordt. Dan zeg ik: maak je niet druk, dat doe ik ook niet. Maar daar loop ik dus tegenaan.”

Trainer Jansen van FC Twente is de meest onwaarschijnlijke hoofdcoach van de eredivisie. Natuurlijk zit hij op die plek omdat hij het benodigde trainersdiploma heeft, en assistent-trainer Alfred Schreuder (nog) niet. Het is voor iedereen te zien dat de hoofdcoach aan de zijlijn niet het hoogste woord voert. Daar voelt hij zich, zo zeggen bekenden en hijzelf, goed bij.

Maar dat Jansen enkel stroman is, niet meer dan een marionet van de technische staf bij de gratie van zijn diploma Coach Betaald Voetbal, gelooft niemand bij zijn oude club HHC Hardenberg. Ook Louis Breukelman niet, voorzitter van de topklasser. Moet hij dan geloven dat alles wat goed is van Alfred komt en Michel er niets van kan? „Kom nou.”

‘Die man uit Vriezenveen’, noemen ze hem in voetbalpraatprogramma Voetbal International. Of: „Dan sturen ze die meneer Jansen, een stroman, die intern en extern door niemand serieus genomen wordt, als een soort boegbeeld naar de tv om domme dingen te zeggen”, zei stamtafelgast Johan Derksen maandag nog over de coach die zogenaamd niets te vertellen heeft in Enschede.

Jansen beaamt dat je voor een rol als de zijne je ego onder controle moet hebben. „Dat is nooit een probleem geweest voor mij. Ik doe iets omdat ik het leuk vind, niet omdat ik graag op de voorgrond wil treden. Bij de kampioensfoto’s van HHC moest je me met een vergrootglas zoeken. Ja, uiteindelijk hebben ze er twee gevonden. Maar op zo'n moment geniet ik liever op de achtergrond, heb ik m’n werk gedaan.”

De term ‘stroman’, ja, daar wordt hij wel eens moe van. Maar voor de rest kan het Jansen weinig schelen wat ‘de buitenwacht’ allemaal vindt. „De wereld zit niet te wachten op Michel Jansen, zo is het nu eenmaal”, zei hij eind vorig jaar in dagblad Tubantia. „Maar ik zit er wel.” En nu is hij de coach van de nummer twee in de eredivisie. Wint zijn team, want zo is het toch, zondag van Feyenoord, dan mag rustig gesteld worden dat Twente het met Ajax gaat uitvechten om de titel.

In het perspraatje gaat het vrijdag natuurlijk over de tegenstander van zondag. En over Twente-spits Luc Castaignos, die na een doelpunt vorige week tegen Vitesse van die zwijggebaartjes maakte – en daarna de pers meed. „Dat doet hij niet nog eens”, zegt Jansen nu, al toonde hij er meteen na de wedstrijd wel begrip voor de reactie van zijn spits. En daar kwam dan weer kritiek over in de praatprogramma’s. Hoe de week is geweest? Met zelfspot: „Wel rustig eigenlijk, Alfred was drie dagen weg”, zegt Jansen.

Rolverdeling

Alfred Schreuder is de sterke man bij FC Twente, in wie de club het volste vertrouwen heeft gesteld. En toch zal dit seizoen, hoe het ook afloopt voor de Enschedese titelkandidaat, het seizoen van Jansen worden. „Dat lijkt me toch wel”, zegt Jan van Staa, hoofd jeugdopleiding bij FC Twente, in een portakabin bij het Hengelose trainingscomplex. „Denk je nou echt dat supporters bij vijf nederlagen op rij om het hoofd van Schreuder vragen? Nee, dan is Jansen de pineut. Nou dan. Dan verdient hij ook de credits nu het goed gaat. Zijn auto staat ook daar gewoon op de voorste plek. Hoofdcoach is hoofdcoach. Hoe de onderlinge afspraken zijn, dat is bijzaak.”

De KNVB achtte de constructie niet in strijd met het reglement. Van Staa, zelf mondig assistent onder Rini Coolen en succesvol interim-trainer, snapt het gemor heus wel. „Je stelt je kwetsbaar op zo, voor de buitenwereld. Maar op het moment dat je twee A-trainers hebt wordt die rolverdeling wel geaccepteerd. Alleen als je een A-trainer hebt en die andere trainer is zo dominant aanwezig, word je kritisch benaderd. Dat begrijp ik wel. Ik denk niet dat Michel daar mee zit.”

Jansen,die in 2008 begon bij FC Twente, is voorganger van Van Staa als hoofd van de jeugdopleiding. De Vriezenvener is opgeklommen in het amateurvoetbal in Oost-Nederland en momenteel de enige hoofdcoach in de eredivisie die geen wedstrijd in het betaald voetbal speelde. Die nog planner was bij een installatiebedrijf, niet toevallig de sponsor van Excelsior ‘31 uit Rijssen, waar hij zijn eerste successen had. En die later zelf, ondanks zijn twee linkerhanden, kranen op de camping repareerde als dat zo uit kwam. Het maakte Jansen niet veel uit wat hij deed: het draaide hem toch alleen om het voetbal.

Middenvelder

Als speler kwam hij niet verder dan de beloften van Heracles. Even bellen met Heracles-voorzitter Jan Smit. „Michel Jansen van FC Twente? Hier gevoetbald? Wanneer dan?” Ook Van Staa moest even navragen wanneer het ook alweer was dat Jansen bij Heracles in het tweede speelde (midden jaren tachtig). Terwijl Van Staa in die tijd nota bene aanvoerder van Heracles was en de beloften trainde. „Ik zie het type speler nog wel voor me. Een stayer op het middenveld, altijd aanspeelbaar. Maar qua karakter niet echt het schoffie. Hij had een bepaalde intelligentie altijd al, maar hij was niet de speler die over lijken ging.” Volgens Van Staa is Jansen „niet de man is die voorop loopt in de polonaise”. Want: „Het is een serieuze jongen die weet dat er op hem gelet wordt. Het is niet makkelijk, gezien het randgebeuren.”

Geen polonaise dus. En toch, boven de bar in de kantine van HHC hangt een foto van Jansen met een oranje boa om zijn nek. Dat was, zo zal hij later zelf zeggen, geënsceneerd. Ze kennen hem bij HHC niet als uitbundig, wel als veeleisend en ambitieus. Neem die keer dat hij verloor bij PH Almelo, voor de beker. Jansen, koud een paar weken trainer van de toenmalige eersteklasser, smeet zijn sleutels van het sportcomplex op tafel - klaar om er mee te kappen. Zijn boodschap richting het bestuur was, grof gezegd: we gaan linksaf, mijn manier, of we gaan rechtsaf. Hij ging „met gierende banden weg”, zegt Jansen.

Maar hij bleef. En het werd dus linksaf, zijn manier, en Hardenberg zou niet meer hetzelfde zijn. HHC promoveerde in 2004 en werd onder zijn leiding in 2007 en 2008 kampioen van de zaterdag hoofdklasse C. „Hij is hier bepalend geweest voor het ambitieniveau. Een man met een groot voetbalintellect”, zegt voorzitter Breukelman. Wat hij wilde, schuurde volgens hem wel eens met wat er mogelijk was. Klassiek voorbeeld was dat hij op het hoofdveld ging trainen toen het trainingsveld niet in orde was. Een groot taboe hier, volgens de voorzitter, maar hij deed het gewoon. „Dan moest het ook maar voor elkaar zijn.”

Jansen wist altijd precies wie en wat zijn elftal nodig had, misschien wel zijn belangrijkste kwaliteit, vindt Breukelman. Hij kende elke speler in de wijde regio. „Als hij dan een speler op het oog had, man, dan hadden wij geen leven tot ie die speler had.”

Jansen won als trainer van HHC de Rinus Michels Award als beste amateurcoach en werd op slag de meest begeerde trainer in het amateurvoetbal. Maar dan kom je nog altijd van buiten het betaald voetbal. „Er is weinig ruimte voor mensen van daarbuiten om er in te komen. Toen ik als hoofd jeugdopleiding bij Twente begon zei iedereen al: je bent knettergek, je belandt in een poel des verderfs”, zegt Jansen. „Maar uiteindelijk, waar ik ook gewerkt heb, als je je stinkende best doet en laat zien waar je goed in bent en ook je zwakke kanten durft te laten zien, dan is er uiteindelijk respect voor hoe je werkt.”

Bij Twente is de invloed van de assistenten een niet te onderschatten fenomeen. Ze zitten er ook al jaren: Alfred Schreuder, Youri Mulder, Boudewijn Pahlplatz. Kees van Wonderen is er sinds afgelopen seizoen weer bij. Steve McClaren, kampioen met FC Twente in 2010, zei altijd „ik probeer niet in de weg te lopen”. Zijn opvolger Michel Preud’homme was ook meegaand. Alleen Co Adriaanse was solistisch, te eigenzinnig. Mede daardoor sneuvelde hij voortijdig.

De rest is geschiedenis: McClaren kwam terug, maar nam een jaar geleden ontslag na aanhoudende slechte resultaten. Schreuder dook in het gat, geschraagd door een onbekende Vriezenvener met een UEFA Pro licentie. Een man met het juiste papiertje en misschien wel het kleinste ego in de club.

Jansen houdt niet de schijn op belangrijker te zijn dan zijn, op papier, assistent Schreuder. „Bij Twente is het een verhaal van het collectief. Ik hoef niet onder stoelen of banken te steken dat de rol van Alfred gewoon heel belangrijk is. Maar misschien nog wel belangrijker is de rol van het clubmanagement. Kijk, we hadden een probleem. Ik heb gezegd: ik help de club, ik help mezelf én de collega’s waar ik goed mee door één deur kan. Dus waarom zou ik het niet doen? Het management heeft uiteindelijk de nek uitgestoken. Ze hebben een goed gevoel bij mij, bij Alfred, bij het geheel.”