‘Kinderen worden slimmer van sport’

Op de cover vanNew Scientist #11 (de Nederlandstalige editie)
Op de cover vanNew Scientist #11 (de Nederlandstalige editie)

De aanleiding

Aan tafel bij presentator Henry Schut van Studio Sportwinter zitten dinsdagavond commentator Hans van Zetten en Erica Terpstra, oud-staatssecretaris en oud-voorzitter van sportkoepel NOC-NSF. Enthousiast als altijd roemt Terpstra de medailles die Nederland tot dan toe heeft behaald in Sotsji. Wat betekenen die overwinningen voor de sport in Nederland, vraagt Schut. Terpstra: „We moeten het cultiveren, ik vind dat dit de aanzet moet zijn voor de politiek om meer gymnastiek te geven op basisscholen, daar begint het mee.” Het publiek klapt. Net als Terpstra opsomt waarom meer beweging goed voor kinderen is, valt Hans van Zetten haar in de rede en roept: „Ze worden slimmer, ze worden slimmer.”

Volgens hem „is het gewoon zo dat kinderen die meer en beter bewegingsonderwijs krijgen op de basisschool slimmer worden. Hun cognitief leervermogen gaat erdoor omhoog.” Eric Rijlaarsdam vraagt zich af of deze bewering klopt.

Waar is het op gebaseerd?

Hans van Zetten mailt – tussen de wedstrijden in Sotsji door – dat hij de laatste jaren „intensief in contact” heeft gestaan met de bewegingswetenschappers van Groningen en Amsterdam. De onderzoeken zelf heeft hij niet bij de hand.

En, klopt het?

Aan de Rijks Universiteit Groningen (RUG) en de Vrije Universiteit (VU) en het VU medisch centrum in Amsterdam wordt inderdaad onderzoek gedaan naar het verband tussen bewegen en schoolprestaties. Ook internationaal is er veel interesse voor. We leggen de bewering voor aan: Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie aan de VU, Chris Visscher, hoogleraar jeugdsport aan de RUG, Amika Singh, senior onderzoeker bij het VU medisch centrum en promovenda Lot Verburgh van de VU. Eerst even op een rij wat aangetoond is over bewegen en beter presteren:

Je hersenen kun je ‘trainen’. Wie intensief beweegt, ziet direct een verbetering van cognitieve functies („cognitief leervermogen” zoals Van Zetten het noemt, bestaat niet: leervermogen ís cognitief). Na bijvoorbeeld een half uur hardlopen, is je reactievermogen sneller en je geheugen beter. Ook bij kinderen. Dat blijkt uit testen tussen verschillende groepen kinderen, maar ook uit scans. Daarop is te zien dat in de prefrontale cortex (het voorste deel van de hersenen) de hoeveelheid en dichtheid van ‘witte stof’ toeneemt door beweging. Hoe meer witte stof, hoe sneller en efficiënter de informatieoverdracht.

Hoe lang het effect van bewegen merkbaar blijft, is onduidelijk.

Kinderen die bewegen, doen het beter op school. Met ‘beter doen’ wordt bedoeld: halen hogere cijfers. Ook blijkt dat kinderen die goed zijn in sport vaker dan leeftijdsgenoten havo of vwo doen. Volgens Gronings onderzoek is een belangrijke reden voor dit feit dat jonge sporters efficiënter leren doordat zij zich meer bewust zijn van het eigen leerproces en vaker ervaringen uit het verleden gebruiken om ervan te leren. Overigens is niet onderzocht of deze hoge mate van reflectie is aangeleerd in de sport of dat zij ermee geboren zijn. Het is dus is niet aangetoond dat zij goed kunnen plannen en probleemoplossend denken ómdat ze sporten.

En wat weten we nog niét over het verband tussen sporten en beter presteren:

Bekend is dat intensievere beweegprogramma’s meer effect hebben op bijvoorbeeld rekenprestaties dan minder intensieve. Ook weten we dat motorische vaardigheden samenhangen met hogere cognitieve functies. Maar er is ook veel nog niet bekend, bijvoorbeeld welk moment en welke duur het meeste effect hebben: of je beter ’s ochtends kunt bewegen, of tussen de lessen door. Amika Singh is een van de deskundigen die zich de komende vier jaar richt op de vraag: ‘welk soort bewegen heeft invloed op het cognitief functioneren van kinderen?’ Voor dat onderzoek trekt het NWO, dat voor de overheid wetenschappelijk onderzoek financiert, een half miljoen euro uit.

Dan het lastigste punt: wat is slim? „Het woord slim gebruiken we in de psychologie eigenlijk niet, net zoals het woord normaal”, zegt Lot Verburgh. Hoogleraar Chris Visscher zegt in het verleden contact te hebben gehad met Van Zetten, maar hij heeft „nooit gezegd dat je van sporten slimmer wordt”. Met ‘slim’ doelt Van Zetten waarschijnlijk op een verbetering van de cognitieve functies. Want wat in elk geval nog nooit is aangetoond, is dat je door sporten een hoger IQ krijgt.

Conclusie

Commentator Hans van Zetten zei eerder deze week dat kinderen slimmer worden van sporten. Het klopt dat de cognitieve functies na intensief bewegen verbeteren. En het klopt dat kinderen die bewegen hogere cijfers halen op school. Maar de moeilijkheid zit ’m in het woord ‘slim’. Kinderen krijgen geen hoger IQ door te sporten, ze lijken wel duidelijk taakgerichter te zijn. Ook is het langetermijneffect van sporten niet bekend. Daarom beoordelen wij de stelling als half waar.