In een oogwenk vier jaar werk weg

De Nederlandse ploeg ging voor goud, maar het werd een grote deceptie. Freek van der Wart ging al heel snel onderuit. „Ineens lag ik op het ijs.”

Niels Kerstholt ligt op de ijsbaan na de aflossing. Het Nederlandse team werd heel teleurstellend vierde.
Niels Kerstholt ligt op de ijsbaan na de aflossing. Het Nederlandse team werd heel teleurstellend vierde. FOTO ANP

Het was chaos, het was paniek. Vier jaar het snot voor de ogen werken – in een oogwenk weggegooid. De andere rijders hadden niet eens gezien dat Freek van der Wart al in de eerste bocht onderuit gleed, samen met een Chinese rijder. „Dit is de ultieme deceptie”, stamelde Van der Wart na afloop.

Steeds dichter waren de Nederlandse shorttrackers de afgelopen jaren naar de wereldtop gekropen. Maar vrijdagavond was de finale van het koningsnummer van hun sport, de aflossing, al voorbij voordat ze op gang waren gekomen in de race van hun leven tegen het favoriete gastland Rusland, de Verenigde Staten, China en Kazachstan.

Van der Wart wist niet eens precies wat er was gebeurd. „Het is dringen, je bent met zijn vijven bij de start. Ik wilde nummer één en twee ontwijken. Ineens lag ik op het ijs.” Een wanhopige inhaalrace bracht hem, Sjinkie Knegt, Niels Kerstholt en Daan Breeuwsma nog op de vierde plek. „We hebben niet kunnen laten zien hoe goed we zijn”, zei Van der Wart. „Daar baal ik nog het meeste van.”

Voor de Nederlandse ploeg, een geëmotioneerde bondscoach Jeroen Otter voorop, zal het altijd de vraag blijven waarom de Koreaanse starter Joon Won-ho de race niet affloot en opnieuw liet rijden. Het reglement schrijft voor dat een race kan worden afgefloten bij een valpartij voor de helft van de eerste bocht. Over de plek des onheils bestond geen enkele twijfel.

Otter stelde dat de starter zat te slapen. „Die man dacht waarschijnlijk: naar huis, aan de whisky.” Otter had vooral te doen met de rijders met wie hij vier jaar dagelijks op het ijs stond. Hij leverde de ploeg af aan de wereldtop, maar zag de grote droom uiteenspatten op het ijs. „Ik had dit zo graag willen afsluiten met een medaille. Of in elk geval met een race waarin we konden laten zien hoe goed we zijn.”

Otter, vroeger zelf een wereldtopper, wil Nederland, land van langebaanliefhebbers, ervan overtuigen hoe mooi zijn spectaculaire schaatsdiscipline is. Dat kinderen ook de volgende Sjinkie Knegt kunnen worden, in plaats van de volgende Sven Kramer. „En dat wordt ons ontnomen door zo’n starter”, sprak hij woedend.

Aangeslagen, ontredderd en vol ongeloof probeerden de schaatsers zelf te reconstrueren wat er in die eerste meters van de race precies was gebeurd. Maar ze wisten dat het resultaat niet meer kon worden teruggedraaid. „We vallen nooit”, zei Knegt. „De laatste keer was bij de kwalificatie voor de vorige Spelen. Dit is de belangrijkste wedstrijd die je in vier jaar hebt. Hier leef je naartoe, hiervoor zit je drie weken in Rusland. Als je die dan verkloot, dan ben je een mooie dombo.”

Het Nederlandse kwartet herstelde zich nog snel, maar de Amerikaanse en Russische rijders zagen hun kans schoon en zetten Nederland en China op een onoverbrugbare afstand. „Ze gingen meteen volle bak rijden”, zei routinier Kerstholt. Daarmee was het goud meteen buiten bereik. „Dat we Kazachstan nog zouden pakken wisten we, maar er was paniek in de tent. Boodschappen kwamen niet meer over, we gingen te hard rijden om terug te komen. China bleef koeler. Uiteindelijk hebben we de Chinezen aan brons geholpen.”

De titel in het kolkende IJsberg-stadion was voor de ploeg van Rusland, aangevoerd door een ontketende Victor An, de voormalige Koreaan. De Amerikanen reden onbedreigd naar het zilver, de Chinezen schudden het ontgoochelde Nederlandse kwartet in de laatste ronden van zich af.