In Den Haag zijn ze minder wraakzuchtig

In Den Haag kijken steeds meer politici naar House of Cards // Bij ons is het anders hoor, zeggen ze // Ook in censuurland China is de serie populair, er worden voor het eerst zelfs geen scènes uitgeknipt

Machtspelletjes, intriges, lekken naar de media, gekonkel om hogerop te komen. Cynisch, hard en meedogenloos. Hoe House of Cards is politiek Den Haag?

Natuurlijk beginnen politici die de serie kijken met een disclaimer. Het is een gave serie, goed in elkaar gezet en met veel punten die raken aan hoe politiek echt werkt. Maar de sfeer aan het Binnenhof is „gelukkig een stuk prettiger” dan in het Washington van afgevaardigde Frank Underwood, zegt bijvoorbeeld Martijn van Dam (PvdA, is bij seizoen 1, aflevering 7). „House of Cards vergroot de nare kanten van het politieke spel uit. Maar wij hebben in Nederland vooral inhoudelijk bevlogen politici.”

Liesbeth van Tongeren (GroenLinks, is bij seizoen 2, aflevering 4) heeft een iets boosaardiger blik en onderscheidt twee types politici: de House of Cards-achtigen en de anderen. Zij die gaan voor de macht en daar vervolgens hun standpunten bij zoeken („Je ziet de laatste tijd D66, maar ook de PvdA die kant op gaan”) en de politici die ergens voor staan en dan bezien hoe ze die standpunten kunnen verwezenlijken. Daar hoort GroenLinks dan bij.

Als illustratie vertelt Van Tongeren hoe ze afgelopen donderdag in de Tweede Kamer een motie had ingediend, waarin ze de letterlijke tekst van PvdA’er Jan Vos over duurzame energie had overgenomen. Toch stemde de PvdA tegen. „Dan heeft je stemgedrag niets meer met wat je de burger vertelt te maken. Dat is machtspolitiek. De VVD komt er tenminste voor uit: wij vinden windmolens niks, maar we hebben er nou eenmaal afspraken over gemaakt.”

Enorme wraakgevoelens

Hoofdpersoon Frank Underwood wordt in de serie gepasseerd voor de functie van minister van Buitenlandse Zaken, waarna de afleveringen in het teken staan van de wraak die hij wil nemen. „Zijn blinde ambitie en de enorme wraakgevoelens als hij het níet wordt, zijn uitvergroot. Zulke harde en persoonlijke gevechten als hij levert zul je hier niet zien”, zegt Kees Verhoeven (D66, is bij seizoen 1, aflevering 3). Maar een vergelijkbaar beloningssysteem voor loyale politici kent Nederland natuurlijk wel. „Zwoegen en veel werk voor je partij verrichten betekent meestal vroeg of laat een telefoontje met nieuws over een benoeming.”

Van Tongeren noemt huidig VVD-minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert als voorbeeld van dat beloningsmechanisme. Zij stemde de vorige kabinetsperiode vóór behoud van de weigerambtenaar, hoewel ze principieel fel tegen was. „Ze liet zien: ik heb discipline, ik ben trouw aan de partij. Nu is ze minister.” Kees Verhoeven noemt VVD’er Hans van Baalen als voorbeeld van iemand bij wie een ministerschap er steeds net níet van komt.

Net zo herkenbaar zijn de achter-de-schermenspelletjes die in Nederland meestal tussen partijen plaatsvinden. Als voorbeeld geeft Martijn van Dam een streek die hem in mei vorig jaar werd geleverd. Hij was in gesprek met de oppositie over alternatieven voor de bezuinigingen op de publieke omroep. Idee van Van Dam was om kabelbedrijven en aanbieders van televisiepakketten een heffing op te leggen. Maar voordat hij er harde afspraken over kon maken, lekte een Kamerlid van een oppositiepartij naar De Telegraaf dat de PvdA een ‘tv-taks’ wilde regelen. „Het beeld was neergezet, en ik moest ertegen vechten.”

Bij de Tweede Kamerfracties is House of Cards nog niet zo populair als bijvoorbeeld de Deense politieke televisieserie Borgen. Daar heeft zowat iedereen wel naar gekeken. De Deense politiek benadert met haar meerpartijenstelsel meer de Nederlandse werkelijkheid dan het Amerikaanse tweepartijensysteem. De uitvergrote ambities en persoonlijke gemenigheden van House of Cards liggen net te ver van de (Nederlandse) werkelijkheid.

Toch gebruiken Kamerleden de serie hier en daar wel als leerschool. Kees Verhoeven is campagneleider van D66 voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. „In Nederland vinden we fondsenwerving of pogingen om invloed op de beeldvorming te verwerven al snel op het randje. Ik vind niet dat je de grens moet opzoeken, omkopen gaat natuurlijk te ver. Maar het is wel legitiem om te proberen ervoor te zorgen dat de pers positief over je schrijft.”