Hoe lelijker hoe beter

Monic Hendrickx speelt Kenau Simonsdochter Hasselaer. „Ik vind het een prettige gedachte dat ik mijn eigen moeder heb gespeeld”, zegt ze bij sashimi van griet.

Actrice Monic Hendrickx over de remakes van Nederlands films en series in het buitenland. „Voor de Amerikaanse markt zijn onze versies vaak te rauw. En ben ik te onbekend.”
Actrice Monic Hendrickx over de remakes van Nederlands films en series in het buitenland. „Voor de Amerikaanse markt zijn onze versies vaak te rauw. En ben ik te onbekend.”

Yamazato is het enige Japanse restaurant in Nederland met een Michelin-ster. Het zit in Hotel Okura, in Amsterdam. Monic Hendrickx (47) wilde er altijd al een keer eten. Twee serveersters in kimono begroeten haar buigend als ze door het toegangsgordijn stapt. Een derde begeleidt haar naar de tafel waaraan ik al zit. In haar zwarte broek en jasje lijkt ze langer dan ze is (1.72 meter). Welwillend ondergaat ze het Oosterse ontvangstritueel, totdat ze bijna zit. Ze veert overeind en zegt: „Wacht. Ik ga eerst even naar de wc.”

Het duurt altijd even voor je ziet wie een actrice zelf is. De rollen die ze speelde zitten in de weg. Monic Hendrickx was een Poolse prostituee in De Poolse bruid; ze was een Friese kinderboekenschrijfster in Nynke; tot eind vorig jaar was ze drie televisieseizoenen Carmen, de godmother van de Amsterdamse onderwereld in de serie Penoza. Vanaf 24 februari is ze in de bioscoop te zien als Kenau Simonsdochter Hasselaer, de Haarlemse vrouw die met haar vrouwenleger in 1572 de Spanjaarden van de vestingmuren sloeg.

Monic Hendrickx heeft dezelfde bruine ogen als Nynke, Carmen en Kenau. Dezelfde zangerige stem, het mooie, onopgemaakte gezicht. Aan haar gedaante verandert niet zoveel als ze Monic is, ze verandert van persoon. Veel tijd om daar lang over na te denken is er niet. De serveerster licht de menukaart toe. Monic Hendrickx zet haar leesbril op, houdt haar wijsvinger bij de genoemde gerechten en knikt. Als de serveerster weg is, slaat ze de menukaart dicht en repliceert dat zij van het hele verhaal ook niets heeft begrepen, maar dat ze graag het vijfgangenseizoensmenu wil.

Trouwens, in Kenau had ze wél make-up op. „Huid en haar werd vies gemaakt. Zo mooi waren de mensen in de middeleeuwen niet.” In een jurk van tien kilo (door alle onderrokken, een zwaard en een mes) gilt en schreeuwt ze als Kenau wat af. Niet een rol waarin ze er op haar allervoordeligst uitziet. „O, maar ik ben dol op dat soort rollen. Hoe lelijker hoe beter. Ik moet al zo vaak representatief zijn.” De schijn ophouden, getut en gedoe is niks voor haar. „Ik kan misselijk worden in de PC Hooftstraat. Al die mensen die maar geld uitgeven in de overtuiging dat schoonheid maakbaar is.”

Na de eerste gang staat ons sashimi te wachten van rauwe griet, tonijn en sint-jakobsschelp. Zo staat het op de kaart, die ons nog een keer wordt getoond. Aha, we hebben de kleine lettertjes onderaan over het hoofd gezien, waarin de gast wordt uitgelegd dat blauwvintonijn een bedreigde diersoort is. „Dus ze bedoelen...?” vraagt Monic Hendrickx. Ze bedoelen dat je de bedreigde diersoort op je bord krijgt, tenzij je zegt dat je dat niet wilt. Dan krijg je een alternatief. „Heb jij wroeging?”, vraagt ze. Zij? „Ja. Toch wel...”

Ze vertelt over de jurk die ze maandag zal dragen bij de première. De costumière van Kenau heeft er speciaal een voor haar gemaakt. Toch wel belangrijk hoe ze eruitziet? „Dat wordt belangrijk gemaakt. En het is ook heel leuk. Leuk om je te verkleden als een actrice die naar een première gaat.” Haar moeder, haar man (en haar agent) Ralph, haar broer, zus, vrienden gaan mee. Dochter Javaj van twaalf gaat mee de rode loper over. „De film wil ze niet zien. Ze houdt niet van films met vechten en geweld.”

Ze wordt vaak gevraagd voor stoere-vrouwenrollen. Ambitieuze karakters, soms meedogenloos, maar altijd met een randje zachtheid. Als Carmen runt ze een drugslijn en laat ze haar vijanden liquideren, maar ze is ook een moeder van drie tieners die ze voor het kwaad wil behoeden. Voor Penoza op televisie kwam, was ze een gewaardeerd filmactrice, maar niet per se bekend. „Voor een tijdschrift deed ik een fotoshoot met Katja Schuurman.” Ze lacht. „Zij mocht na afloop de kleren houden. Ik niet.” Penoza werd een enorme hit, nu wordt ze vaker op straat herkend, door een nieuw publiek. In plat Amsterdams: „Hé Carm. Ben ik effe blij dat je nog leeft.”

De serie is verkocht aan Polen, Duitsland en de VS. Daar maken ze er een remake van, met een iets „gladder” script en een „jongere en knappere actrice”. Heel jammer, ja, zegt ze. „Ik had mijn rol zo in het Pools of Engels willen overdoen.” Voor de Amerikaanse versie van De Poolse bruid speelde ze ook zelf de hoofdrol, maar dan als Afghaanse in plaats van Poolse prostituee.

En waarom wordt de serie niet integraal overgenomen in het buitenland? De serie The Killing is in onverstaanbaar Deens en met een onbekende actrice in de rol van Sarah Lund toch ook een succes, in Europa in elk geval. Ze haalt haar schouders op. „De Amerikanen vinden de Nederlandse uitvoering te rauw en mij te onbekend.”

In Kenau is ze een heldin die de stad redt. Maar ze is ook een werkende weduwe, moeder van twee puberdochters die ze, uit bezorgdheid, zo kort houdt dat ze zich tegen haar keren. „Ze is onbeholpen, sociaal net niet helemaal handig.” Ondertussen rijgt ze heel wat Spanjaarden aan haar zwaard en kiepert ze kokende teer over hun hoofden. Kenau is een historische figuur (in het echt had ze vijf dochters), die volgens de overlevering Holland beschermde tegen de Spaanse invasie. Pas later is de naam Kenau een scheldwoord geworden voor een helleveeg, of een manwijf. De filmmakers proberen van Kenau weer de heldin te maken die ze geweest moet zijn. Dat lukt. Maar wordt de film daardoor niet ook een tikje nationalistisch? Vol vaderlandsliefde en Hollandse heldenmoed?

Nee, zegt Monic Hendrickx. Ze vindt het geen chauvinistisch film. „Het gaat niet zozeer over de oorlog tegen de Spanjaarden, het gaat over ‘een’ oorlog. Kenau is niet alleen maar een heldin. Als het goed is, wordt het voorstelbaar waarom ze besluit te vechten.” De Spanjaarden veroordelen Kenaus oudste dochter tot de brandstapel. „Ze vecht heus niet alleen voor het vaderland. Ze is niet alleen maar nobel of dapper. Ze neemt wraak voor haar dochter. Ze wil niet apathisch toekijken terwijl ze alles dreigt te verliezen.”

Marimacha

De Spanjaarden noemden Kenau een ‘marimacha’, een haaibaai. „Voor haar was dat een geuzennaam. Zoiets als ‘bitch’ in de hiphopmuziek.” Misschien kun je haar een feministe noemen, denkt Monic Hendrickx hardop. Zelf heeft ze niet zo veel met de feministische strijd. „Ik kon studeren wat ik wilde. Ik heb heel wat boetes ontlopen door mijn charmes in te zetten. Ik hou van mannen.” Maar? „Nou ja, als ik kijk naar mijn oma’s. Allebei acht kinderen. Ik weet niet of die veel te kiezen hadden.” En haar eigen moeder? Die werd weduwe toen Monic Henrickx dertien was, haar zus veertien, haar broertje tien. De vader van Monic Hendrickx was wiskundeleraar, een aantal jaren gaf hij les in Suriname. „We waren net terug in Nederland, toen hij ziek bleek.” Hij overleed aan darmkanker.

Het Gouden Kalf voor haar rol in De Poolse bruid heeft ze aan haar moeder opgedragen. „Ik was hoogzwanger. Het was een eerbetoon aan alle goede moeders.”

Ze doet voor hoe haar moeder loopt. „Schuin naar voren, alsof ze bijna voorover valt. Zo fietst ze ook. Haar hoofd is altijd het eerst bij waar ze wil zijn. Alsof ze, zonder dat ze het doorheeft, voortdurend een kar trekt. Stoer en onverschrokken. Op het obsessieve af. En ik, een tropenkind, sukkelde er achteraan. Altijd trager dan de rest.”

Klinkt behoorlijk Kenau-achtig, haar moeder. „Alleen dan niet zo boos en overbezorgd. Ik vind het een prettige gedachte dat ik mijn eigen moeder heb gespeeld.”

De film Kenau is precies een jaar geleden opgenomen in een buitenstudio in Hongarije. Daar staat een nagebouwd Middeleeuws dorpje, Robin Hood is er ook opgenomen. Monic Hendrickx moest leren zwaardvechten en paarden mennen. De film is opgenomen in veertig draaidagen van soms veertien uur. „Krankzinnig hectisch. Voor Nynke hadden we vijftig dagen.” Maar meer tijd of geld is er niet. Niet voor film, en niet voor televisie. „Voor de serie Stellenbosch namen we vier scriptpagina’s per dag op. De laatste serie Penoza joegen we er elf pagina’s doorheen. In zes dagen namen we een aflevering op.” Dat is snel? „Dat is bijna niet meer te doen.” Soms leidt weinig repeteren vooraf tot een „cadeautje” op de set. „Improviseren is erg aan mij besteed. Ineens ontstaat er iets dat niemand zo had bedacht.” Ze houdt het vol door niet te roken en te drinken. En wel te sporten en gezond te eten.

Ze zit tegenover me met twee gebogen armen boven haar hoofd en een been opgetrokken. Bij het toetje blijkt een origami kraanvogel te zitten, die ze nadoet. Met haar telefoon maakt ze foto’s van de menukaart, om te onthouden wat ze heeft gegeten.

Was dit Monic Hendrickx in de rol van Monic? Misschien. We zijn van tafel opgestaan, hebben links en rechts geknikt naar buigende bediening, en lopen tussen de gordijnen door het restaurant uit. Abrupt maakt ze een einde aan de voorstelling. „Moeten we niet betalen?” O ja. Bijna vergeten.