Hoe lang houdt Nederland de schaatswereld in zijn greep?

Het Nederlandse succes brengt de internationale schaatsbond in vertwijfeling.

Ireen Wüst, Lotte van Beek en Jorien ter Mors tijdens de kwartfinale van de ploegenachtervolging.
Ireen Wüst, Lotte van Beek en Jorien ter Mors tijdens de kwartfinale van de ploegenachtervolging. Foto ANP

Zelfs de voorzitter van de internationale schaatsunie (ISU) wist het niet meer, in een dweilpauze van de tien kilometer. „De Nederlanders vermoorden hun eigen sport”, constateerde Ottavio Cinquanta met een theatrale glimlach in een hoekje van de Adler Arena. „Maar wat kunnen we eraan doen?” Toen moest de voorspelbare vierde clean sweep van de Nederlandse schaatsers op de langste afstand nog komen.

Zes goud, zeven zilver en acht brons: liefst 21 van de 30 medailles op de individuele nummers van het langebaanschaatsen naar hetzelfde land. „Natuurlijk is dat saai voor de toeschouwers, de televisie, de sponsors”, zegt Cinquanta. „Sport leeft bij de gratie van een spannende competitie.”

Op persoonlijke titel wil de 75-jarige Italiaan, die ook lid is van het IOC, best toegeven dat veranderingen nodig zijn om het schaatsen boeiend te houden. Misschien een massastart, „met zestien tot twintig schaatsers op een baantje van 250 tot 300 meter”. Meer teamcompetities, zoals in het kunstrijden. „Een groot succes.” Of een „gemengde ploegenachtervolging, met twee mannen en twee vrouwen”. Voorlopig is alleen het voorstel serieus om de ‘gewone’ massastart – op de 400-meterbaan – olympisch te maken in 2018.

En zijn veranderingen wel de redding? „Ik spuug niet op het langebaanschaatsen”, aldus Cinquanta. Volgens de oud-schaatser – „ik heb nog tegen Jan Charisius gereden” – is een andere vraag belangrijker. „Zijn de Nederlanders nou zo goed of is de rest zo slecht?” Eddy Merkcx maakte het wielrennen ook saai door alles te winnen, stelt hij. Zoals de Noren jaren het blanglaufen domineren. „Je kunt de Nederlanders niets kwalijk nemen. Zij hebben hun beleid afgestemd op het halen van zo veel mogelijk medailles in één sport.”

Eerst maar eens een grondig onderzoek, verordonneerde de almachtige ISU-president, die nog tot en met 2016 in functie blijft. Is de Nederlandse dominantie structureel?

1 Wondertalenten

April 1986 is een cruciale maand voor het Nederlandse schaatsen. Twee jaar na het olympische drama van Sarajevo (nul medailles) worden Sven Kramer en Ireen Wüst geboren. Inmiddels zijn ze de meest succesvolle Nederlandse schaatsers ooit. Wüst passeerde in Sotsji al na haar goud en drie keer zilver op de individuele nummers de nationale ijskoninginnen Yvonne van Gennip en Marianne Timmer op de eeuwige medaillespiegel. Internationaal sprong ze over voormalige DDR-grootheden Karin Kania en Gunda Niemann. Nooit was een schaatsster zo compleet. Van een sprintrondje 27,5 seconden op de 1.000 meter tot duurtopper met 6.54 minuut op de vijf kilometer. Toen Wüst in 2006 opkwam, was het vrouwenschaatsen in Nederland op sterven na dood. In Sotsji is het met twee goud, drie zilver en vier brons springlevend. En ze gaat de laatste jaren alleen maar beter schaatsen. Ook de volgende olympische cyclus zal Wüst een boegbeeld blijven.

Maar Kramer kraakt, zoals BAM-coach Jillert Anema al een paar jaar zag. In 2010 leidde het gemiste goud op de tien kilometer bijna tot het einde van zijn carrière. Waarom nog vechten tegen de pijn in zijn rug? Zijn sabbatical van een jaar drukte de schaatssport met de neus op de feiten: minder toeschouwers, televisie en inkomsten. Pas toen bleek hoe alles jarenlang had meegelift op de uitzonderlijke kwaliteiten van de kampioen. Zoals onlangs bij het EK in Hamar zonder Kramer ook direct veel minder Nederlands publiek was. Het is onzeker of hij na het gemiste goud op de tien kilometer van Sotsji nogmaals de kracht vindt om vier jaar door te vechten. „Kampioenen als Heiden, Schenk, Koss of Kramer worden één keer in de zoveel jaar geboren”, constateert Cinquanta. „En niet altijd in hetzelfde land.”

2 Commerciële teams

„Dit is dankzij de mogelijkheden van de commerciële ploegen”, sprak coach Jac Orie na het een- twee-drietje op de 500 meter. Goud voor beslist.nl (Michel Mulder), zilver en brons voor Brandloyalty (Jan Smeekens en Ronald Mulder). „Ze zwepen elkaar op.” Maar: „We moeten niet denken dat dit voor altijd is. Zo is het gewoon niet.” Integendeel, zo dreigt. Na veertien seizoenen stopt TVM met sponsoring van de titelfabriek van coach Gerard Kemkers. De toekomst is ongewis. Ook BAM (Jorrit Bergsma, Bob de Jong) en Activia (vrouwentak van de ploeg-Orie) stoppen ermee, andere sponsors twijfelen. Alleen Brandloyalty heeft nog een contract voor één jaar. Na veel opstartruzies in de eerste jaren strijden de merkenteams inmiddels vooral op het ijs. Zelfs in de aanloop naar de ploegachtervolging bleef het deze keer rustig. Wie sprak nog over de bom die de teams vlak voor de Spelen legden, door te breken met de bondsdirecteuren Paul Sanders en Arie Koops? Meer ruimte voor de sponsornamen op het schaatspak, is de eeuwige discussie. Alleen dan stappen nieuwe geldschieters wellicht nog in de sport. Maar schaatsbond KNSB, gesponsord door KPN, wijkt vooralsnog niet. Zijn er in de aanloop naar 2018 nog net zo veel mogelijkheden voor profschaatsers als de afgelopen vier jaar?

3 Multidisciplinair schaatsen

Goud voor een shorttrackster (Jo rien ter Mors), een inlineskater (Michel Mulder) en een marathonschaatser (Jorrit Bergsma): met dank aan coachpioniers Jeroen Otter (shorttrack), Jillert Anema (marathon) en Desly Hill (inline) profiteerde Nederland voor het eerst echt van de rijkdom die andere disciplines dan langebaanschaatsen bieden. Het shorttrackprogramma dat onder technisch directeur Koops al in 2006 werd gestart, levert de eerste resultaten, met brons voor Sjinkie Knegt. Inliners en marathonschaatsers werden jarenlang eerder dwarsgezeten dan geholpen door beleid. Op de ‘heilige’ langebaan gold schaatsen op natuurijs als een doodzonde. Na Bergsma nooit meer. En inlineskaten was funest voor de fijne techniek. Tot de Mulder-tweeling. Sotsji 2014 is een ijkpunt voor een nieuwe visie op schaatsen. Maak de opleiding multidisciplinair, zegt Bart Veldkamp, coach van de Belg Bart Swings. „Diverse trainingsprikkels zijn beter dan monotone prikkels. Het leidt tot coördinatief beter ontwikkelde atleten.” Niet voor niets ziet ook de Noorse bondscoach Jarle Pedersen de redding voor het langebaanschaatsen in een combinaties met shorttrack en inline. „Steeds wedstrijdjes rijden, dat vindt de jeugd leuker.” Zoals Noord-Amerikanen en Koreanen al jaren de meeste langebaners halen uit andere disciplines.

4 Kennis

Spreid de Nederlandse kennis van het langebaanschaatsen als een exportproduct uit over de rest van de wereld, klonk het in Sotsji geregeld. Zoals Marnix Wieberdink, Wim den Elsen en Jan Bos met de Kia Schaatsacademie in Inzell kleine schaatslandjes op de kaart proberen te krijgen. Maar de grotere schaatsnaties hebben eigen bestuurders, die hun eigen ‘rijk’ niet zomaar opgeven. Nederlandse toptrainers als Orie of Kemkers naar Noorwegen of Japan? In Sotsji scoorde Bart Schouten met de Canadees Denny Morrison (zilver en brons) en viel Veldkamp op met Swings. Maar een paar jaar geleden lukte het de Hagenaar ook niet om Amerika te laten winnen. Zoals gerenommeerde trainers als Ingrid Paul of Sijtje van der Lende geen garantie voor succes bleken in Canada en China. „Ik geloof niet dat Nederland geheime kennis heeft die de rest beter kan maken”, stelde de Canadese schaatslegende Gaetan Boucher in Sotsji. „Alles draait om hard werken. Dan kan een land met veel minder schaatsers nog altijd succesvol zijn.” Zie de Tsjechische Martina Sáblíková, die als eenling maar blijft winnen. Of de Pool Zbigniew Brodka, die goud won op de 1.500 meter.

5 Toekomst

It’s a numbers game, verklaarde Pe ter Mueller vanuit Oslo het Nederlandse succes. „Ze hebben al jaren de meeste goede schaatsers en in Sotsji rolt de sneeuwbal precies de goede kant op.” Maar kijk naar de uitslag van de WK junioren van vorig jaar: een Zuid-Koreaan, een Noor en een Italiaan op het podium, de eerste Nederlander (Gerben Jorritsma) vijfde, en zowel bij de jongens als de meisjes zeven nationaliteiten in de toptien. De Russen zien Sotsji pas als begin van een wederopstanding tot leidende sportnatie, zei schaatsbondscoach Kosta Poltavets. Wie zegt dat de volgende Sven Kramer niet uit Rusland komt, of dat de Amerikaan Emery Lehman (17) of Swings (23) in Pyeongchang niet de ster van de Spelen zijn?