Een nette auto voor nette burgers

Bas van Putten is blij met de Dacia Logan, een gewone auto zonder opsmuk. Dus laat dat touchscreen maar zitten.

In een vroeger Nederland was, binnen zekere fatsoensgrenzen, de auto die je reed representatief voor je inkomenspositie en maatschappelijke status. De aannemer reed Mercedes, bovenmodale hoogopgeleiden hadden Saabs en Volvo’s, de schoolmeesters bescheiden Franse middenklassers. Alle collega’s van mijn ouders, leraren, reden Renaults en Citroëns. Mijn liefde voor Mercedes-Benz werd thuis met deftig afgrijzen bestreden. Proletarisch.

Die onderwijzerskaste had best geld voor iets smakelijkers dan een Renault 4 of Citroën Ami, maar koesterde de regel dat je er niet mee te koop liep. De keuze viel op auto’s die de man en vrouw achter het stuur niet groter maakten dan ze waren. Dat de toenmalige Benz-rijder wél voor de show reed, was het grote onderwijzersmisverstand. Hij kocht onverwoestbaarheid en lage afschrijving vanuit dezelfde Hollands nuchtere beginselen die ons thuis tot de Eend hadden bekeerd. De kerel bestelde niet eens elektrische ramen, nergens voor nodig. Zijn bezitterstrots drukte nog bijna kinderlijk verbazing uit over zijn machtige bezit, hij schaamde zich alleen een beetje minder voor de uitgave.

Die sobere beschavingspiramide is in de wilde jaren tachtig en negentig ingestort. Wij gingen duur doen, allemaal. Representativiteit werd uitstraling, het stukje van jezelf dat best gezien mocht worden. De showrooms stroomden vol modellen die veel duurder moesten lijken dan ze oorspronkelijk waren en het van de weeromstuit ook werden, want opsmuk is nooit gratis. De nette auto van mijn jeugd stierf uit. Wat ervoor in de plaats kwam, had overbemeten sportvelgen en een dreigbek, voor geld dat ons soort mensen niet aan auto’s uitgaf. Ik zag geen weg terug.

Toen Renault medio vorig decennium het Roemeense Dacia uit het graf trok met een eigen budgetmodellenlijn, was de belangstelling in Nederland aanvankelijk gering. De schaarse kopers van de eerste Logan, een spotgoedkope en oerlelijke sedan, waren mensen die vroeger een Lada kochten, koopjesjagers zonder vastomlijnd sociaal profiel; geen volk waaruit je een imago smeedt zoals dat kon met 2CV-rijders die van hun non-auto een antihedonistisch statement maakten. Er was een crisis nodig om die goudmijn aan te boren. De grote leasefuif was voorbij, doelmatigheid en prijs werden weer thema’s. In de MCV, de stationversie van de Logan, zag ik steeds vaker mensen die op collega’s van mijn ouders leken, mensen met meer geld dan ze in auto’s steken. Het statistische bewijs ligt er: Dacia-rijders verdienen bovengemiddeld goed. Dit merk profiteert zowel van de crisis als van de ommekeer in de perceptie van vervoer; het gaf de nette burgerij zijn nette auto terug. De vorige week gepresenteerde jaarcijfers van het Renault-concern spreken boekdelen. Dacia wordt de cash cow van Renault.

Cultauto

Ik reed de nieuwe MCV. De vorige was een cultauto in spé, een blokkendoos met wonderlijk gezaagde vierhoeken voor de speels in elkaar grijpende zijruiten, zo dapper lelijk dat het leuk werd. De opvolger is moderner, minder een anti-auto. Het zou een tweedehands Toyota kunnen zijn, de keurig anonieme tweedehands die onderwijzers tien jaar terug voor 13.000 euro kochten om geen 23.000 in een nieuw model Renault Mégane te hoeven steken. Voor dat geld heb je nu een nieuwe Logan, een Renault zoals Renault vroeger middenklassers maakte, modern maar sober. Zo middeleeuws als toen gaat het in Logans trouwens niet meer toe. Tegen bijbetaling heb je hem zelfs met touchscreen navigatie. Daar gaan we uiteraard niet aan beginnen. De kaalste Logan is de echtste.

De MCV is vier meter negenenveertig lang, weegt maar 1.013 kilo en biedt met een bagageruimte van 573 liter – 1518 liter met neergeklapte achterbank – meer interieurvolume dan enige concurrent in deze prijsklasse. Het is waar dat de vorige een stuk ruimer was, maar voor de grote maten heeft Dacia nu de gigantische, niet veel duurdere Lodgy en de Dokker.

In de hangar waar Dacia hem presenteert, heerlijk gewoon in Valkenburg ZH, vraag ik de goedkoopste die ze hebben. Hij heeft nog net airco. Bij het starten hoor ik een cilinder minder dan ik van de eerste MCV gewend was; ze hebben er de driecilinder turbo van de Clio in getransplanteerd. Mij best, die heeft met 90 pk zat kracht en scheuren ga je toch niet. De Logan helt nogal en je zit niet in stoelen die je in bochten op je plaats houden. Maar wat hij heel goed kan, is kinderen van voetbal halen en representatief zijn in een haast vergeten zin des woords: hij doet niet duur. Hij is gewoon een auto, het ding dat je nodig had.