De tijd bewijst het: de foto is echt

De winnende foto van Somaliërs met hun mobieltjes op het strand. De originele foto is hier iets aangesneden.
De winnende foto van Somaliërs met hun mobieltjes op het strand. De originele foto is hier iets aangesneden. Foto John Stanmeyer

Het dreigt traditie te worden om te twijfelen aan de echtheid van de winnende World Press Photo, maar aan de foto van John Stanmeyer hoeft niemand te twijfelen. Hij illustreerde in december een artikel in National Geographic Magazine van Paul Salopek die ‘in het spoor van de mensheid’ een voetreis over de wereld maakt. Salopek en Stanmeyer waren eind februari 2013 in Djibouti aangekomen na een lange tocht door Ethiopië en zagen ’s avonds op het strand van Djibouti-stad deze Somalische vluchtelingen staan.

De vluchtelingen probeerden contact te maken met een Somalisch gsm-netwerk omdat dat zo goedkoop is – in hun telefoons zitten Somalische sim-kaarten. Kort na zonsondergang is de kans op succes het grootst, dan zijn de atmosferische condities optimaal. ‘Catching’ heet hun bezigheid.

Stanmeyer heeft het deze week nog eens toegelicht. Want van AW-wege was, eh, twijfel gerezen aan de echtheid van zijn foto. Daarom was een poging ondernomen om er meer informatie over te krijgen.

Het zat hem in de maan. Die leek te groot. Wij zien de maan vanaf aarde onder een hoek van 0,5 graad. De beeldhoek van een ‘gewone’ kleinbeeldcamera ligt rond de 50 graden. Op de vakantiefoto’s die de Hollander meeneemt van de romantische maansopkomst boven de Egeïsche Zee is het maar een honderdste van de fotobreedte breed. Dat is altijd weer een teleurstelling. De amateurfotograaf heeft het maar te slikken, maar de vakman kan de maan natuurlijk wat opblazen. Dat is wat kunstenaars, schilders en tekenaars al eeuwen doen. Zij beelden de maan ongeveer 2 á 3 keer zo groot af als zij haar hebben waargenomen. En nog wel groter soms, denk aan Vincent van Gogh.

De maan van Stanmeyer is groot, zij is vreemd nevelig omfloerst (en de horizon niet) en ze staat niet precies recht boven de reflectie in zee die Minnaert de ‘lichtzuil’ noemde. Ook zijn op internet kopieën van Stanmeyers foto te vinden die aanzienlijk minder donker zijn uitgevallen. Dan zou je zweren dat de Somaliërs nog in de gloed van de ondergaande zon staan.

Voilà, daarop berustte de twijfel. Samen met Günther Können en Siebren van der Werf is deze week nagegaan of hier niet sprake was van boerenbedrog. Können publiceerde in het voetspoor van Minnaert over optische verschijnselen in de natuur, Van der Werf is bekend geworden door zijn ontrafeling van het Nova Zembla-verschijnsel, een luchtspiegeling die Barentsz en Heemskerck in 1597 parten speelde. Beiden weten de weg in astronomische tabellen.

Op de avond van 26 februari 2013 was de maan nog praktisch helemaal vol, het precieze tijdstip van volle maan viel 18 uur eerder. De maan stond maar 4 graden ten noorden van de hemel-equator en de stad Djibouti ligt ook ongeveer op de evenaar (11,5 graad NB). De maan kwam die avond dus pal in het oosten op en klom vanaf de horizon met een vaartje van 14 graden per uur naar het zenit. Overzichtelijk.

Op Google Maps is wel ongeveer te vinden waar Stanmeyer stond: bij het gewone strand waar de Djiboutiens zelf baden. Er zijn foto’s en YouTube-filmpjes van. Het is een groezelige vlakte met nogal wat debris. Men zwemt er gekleed. De Rue de la Siesta met al zijn straatlantaarns loopt er bovenlangs.

Die lantaarns verklaren waarschijnlijk het oranje schijnsel op de overhemden, denkt ook Stanmeyer. Zonlicht kan het niet zijn, want als een volle maan ruim boven de horizon staat moet de zon er ruim onder staan. Op 26 februari ging de zon om 18.17 uur onder, een half uur later (18.50 lokale tijd) kwam de maan op. Lokale tijd is East Africa Time, dat is UTC +3 uur (en UTC is ruwweg het oude GMT).

Omdat de maan door dunne wolken schijnt, zijn haar proporties niet goed te zien. Maar Siebren van der Werf kon de belichting van de foto met het programma PaintShop zó veranderen dat haar precieze vormen tevoorschijn kwamen. Daarna bleek dat het maanmidden ongeveer 13 maandiameters boven de horizon staat. Dus 6,5 graad. De maan was dus eigenlijk maar nèt een half uur ‘op’, we schatten het opnametijdstip op kwart over zeven ’s avonds. (Dat is aan het eind van de nautische schemering, zegt Günther Können, de oostelijke horizon is dan goed donker.)

Hoe laat maakte Stanmeyer zijn foto? ‘Photograph was taken sometime around maybe 630-7 pm’, mailt hij. Het klopt dus aardig, want dit soort berekeningen is niet op een half uur nauwkeurig te krijgen. Können is kritisch: ,,Om 19 uur was de maan nauwelijks op, Stanmeyer moet het preciezer kunnen zeggen.”

Dat de maan niet recht boven haar reflectie staat is niet vreemd. De genoemde ‘lichtzuil’ draait scheef als de golven niet precies dwars op de kust afrollen.

Met de maan als maat valt uit te meten dat de beeldhoek van de foto maar zo’n graad of 14 is. Stanmeyer heeft een tele-objectief gebruikt of een ‘gewone’ foto enorm uitvergroot. Het verschil is niet te zien. Maar met de maan als maat kan nóg iets worden vastgesteld: de mannen staan helemaal niet bij elkaar! De kleinste man meet maar 2,9 maandiameter en wordt dus gezien onder een hoek van 1,4 graden. Is hij 175 cm lang dan staat hij 70 meter van de fotograaf. De man in het midden staat 20 meter weg, de man helemaal links 12 meter. Stanmeyer heeft de Somaliërs dus absoluut niet ‘bij elkaar’ gezet – dat was ook nog zo’n abject AW-vermoeden.