De lente ligt klaar

Kalen bomen en struiken zijn niet saai, als je ze beter leert kennen. Over blozende takken en winterbloeiers.

tekst Kester Freriks

De winter lijkt donker, het licht is schaars. Toch gloeien takken van bijvoorbeeld duindoorn en kornoelje in deze tijd op in geel of rood. De zonzijde van braamstruiken kleurt lichtpaars. Bomen- en struikenkenner Dirk Slagter noemt dit „het blozen van de takken”. Waar de zon op een tak schijnt van de abeel wordt die stralend wit. Of kijk naar hulst en Gelderse roos: die dragen felrode winterbessen. En dan hebben we nog de sneeuwwitte sneeuwbes.

Bij bloei en groei denken we allereerst aan de lente. In zijn boek Winterflora, dat pas een derde herziene druk beleefde, houdt bioloog Dirk Slagter een vurig pleidooi om in de wintermaanden naar bomen en struiken te kijken. En vooral: om ze te herkennen. Voor veel mensen is flora pas boeiend als alles volop in tooi staat. Dat is jammer. Juist in januari of februari wemelt het in struikgewas en aan boomtakken van ontluiking. In de winter ligt de lente klaar.

Kale bomen en struiken vertellen van alles. De knoppen die nu aan de takken zitten, zijn, aldus Slagter, „overwinteringsknoppen die boordevol antivries zitten”. De „schubben” van de knoppen, bijvoorbeeld die van de kastanje, zijn bedekt met een kleverig hars om vorst te weren. Aan de plaats waar knoppen zich op een tak bevinden is de struik of boom te herkennen. Knoppen vormen een krans, ze kunnen tegenover elkaar staan of aan het uiteinde van de tak. Katjes zien er niet uit als bloemen, en toch zijn ze de bloeivorm van wilgen en zwarte els. Katjes hoeven helemaal niet opvallend van kleur te zijn, want het lokken van insecten in wintertijd is tevergeefs. Mannelijke katjes worden vroeg in het jaar bros, waardoor de wind vrij spel heeft en het stuifmeel meeneemt naar de vrouwelijke bloemen. Een katje is een „windbloeier” die gebruik maakt van de winterse wind.

Met behulp van Winterflora kunnen meer dan honderdtwintig soorten bomen, struiken, klim- en slingerplanten op naam worden gebracht. Opvallende kenmerken, zoals levende bladeren aan de boom, de stand van de tak, pluimen, bessen en bottels leiden moeiteloos naar de juiste benaming. Nauwkeurige tekeningen in fraai zwart-wit vergemakkelijken het zoeken.

Ook geeft het boek antwoord op tal van wintervragen aan de zogeheten „houtige gewassen” in onze natuur. Waarom tonen bomen en struiken als vlier en vlinderstruik al vroeg jong blad, dat niet afsterft in de kou? Omdat het blad suikerverbindingen aanmaakt die het nieuwe spul tegen bevriezen beschermen. En vroeg uitlopen heeft als voordeel dat er geen concurrentie is van andere bloeiers. Dus zelfs hartje winter woedt de strijd om het bestaan volop. Slagter verwoordt het fraai in de beschrijving van katjes: „Om te overwinteren hebben bomen en struiken boeiende en gevarieerde aanpassingen ontwikkeld. Zelfs de voortplanting die begint met bloeien, laat verschillende strategieën zien waarbij in het geval van katjes zelfs gebruik gemaakt wordt van het feit dat het winter is.”

Totdat in het voorjaar alles openbarst. Maar dan bent u allang verslaafd geraakt aan het herkennen van kleurrijke winterse flora.