De acteur met het talent om te

sterven

De correspondent // Oscar Garschagen in Shanghai

Shi Zhongpeng is gespecialiseerd in sneuvelen. Op een dag stierf hij in zijn rol van ‘Japanse soldaat’ welgeteld 31 keer, tot nu toe zijn record. „Ik kan heel overtuigend doodgaan – in de studio”, lacht de jonge aankomende acteur in Shanghai waar hij deze week toelatingsexamen doet voor de prestigieuze theateracademie.

Niemand herkent hem op het plein waar zich honderden nerveuze kandidaat-studenten en ouders hebben verzameld, terwijl hij toch rollen speelt in een van de best bekeken series op de Chinese tv, het anti-Japanse oorlogsdrama Koud Staal. Gemiddeld 300 miljoen kijkers per aflevering zagen hoe hij als ‘Japanse soldaat’ werd doodgeschoten of -gestoken, dan wel gekeeld door Chinese soldaten.

Meestal moest Shi daarbij dommig kijken – wreed, boos, of bekkentrekkend mocht ook. In de series over de Chinees-Japanse oorlog van 1931 tot 1945 zijn Japanners altijd uitzonderlijk moordlustig en vaak ook laf.

Gelukkig is deze week primetimetelevisie nog helemaal gewijd aan de Chinese successen op de Winterspelen, zeker nu China ook een curlinggrootmacht blijkt te zijn. Maar komend weekend, als alle feestdagen zijn afgewikkeld, wordt de tv-oorlog tegen Japan weer hervat.

Of wij Shi ook weer zien, is de vraag. Na drie seizoenen ‘sneuvelende Japanse soldaat’ droomt hij van echte rollen in romantische drama’s. „Ik wil ook rollen met dialogen, waardoor ik met mijn gezicht in beeld kom”, zegt hij in een min of meer toevallig gesprekje. In Chinese series komen ‘Japanse soldaten’ nauwelijks aan het woord. Dat is behalve een artistiek ook een financieel nadeel. Zwijgende figuranten vangen 7 euro per draaidag, figuranten met tekst kunnen 15 euro per dag ophalen bij de studiokassier.

Bekkentrekkend vertelt hij dat regisseurs hem als Japanse soldaat willen omdat hij zo’n mooie wrede grimas heeft, en hij als kung fu-student overtuigend achterover plat op zijn rug kan vallen. Vrienden acteren liever ‘Chinese soldaat’ want dan komt je gezicht vaker in beeld. Maar hem maakt het niet uit. „Geld is geld” en „regisseurs vinden nu eenmaal dat mijn kop te lelijk is om Chinese soldaat te zijn”.

Volgens een telling van het magazine Caijing stierven alleen al in 2012 zo’n 70 miljoen ‘Japanse soldaten’ in de Chinese filmstudio’s. Dat ‘dodental’ zal dit jaar worden geëvenaard. Even leek het erop dat de autoriteiten de televisieoorlog tegen Japan wilden beëindigen. Er was veel kritiek op de vaak bespottelijke, haatzaaiende verhaallijnen.

Maar sinds de Chinese en Japanse leiders niet meer on speaking terms zijn en de conflictstof over rotsachtige eilanden en luchtzones aanzwengelt, krijgen de tv-makers de vrije hand. Scenario’s van anti-Japanse oorlogsfilms, spionage en liefdesdrama’s passeren weer moeiteloos de censuur.

Als Shi niet wordt aangenomen op de theateracademie, reist hij volgende maand door naar de Hengdian World Studio’s. In de grootste filmstudio in Azië beginnen, bij beter weer, de buitenopnames van nieuwe afleveringen. De studio zoekt op dit moment 300.000 nieuwe figuranten.

Voor de grote veldslagen waarin het kleine, heldhaftige communistische leger onder leiding van Mao Zedong de keizerlijke, Japanse divisies in de pan hakt, zijn veel figuranten nodig. Of de veldslagen werkelijk hebben plaatsgevonden, doet er niet toe. Of de series haat en anti-Japanse sentimenten aanwakkeren, is ook geen punt van discussie.

„Iedereen die ik ken, vindt die series behoorlijk dom en saai’’, zegt Shi Zhongpeng met een wegwerpend gebaar. Kan zijn, maar onderzoeksbureau Pew constateerde vorig jaar dat 90 procent van de Chinezen de Japanners wantrouwt of haat. Dat neemt overigens niet weg dat de Chinese middenklasse graag Toyota’s koopt, shopt in Tokio, of, net als de jonge acteur, sushi en sake heerlijk vinden.