Beschaafd in gevecht met de Rotterdamse orde

foto anp

Of het wel verstandig was de nieuwe havens op de Maasvlakte te vernoemen naar Nederlandse zeehelden zoals Tromp en De Ruyter? Kon de toegangspoort naar Nederland niet wat neutraler heten? Wat gebeurde. Dus is er nu een Prinses Margriethaven.

Het lukte Rotterdammer Minus Polak keer op keer zulke kwesties in de gemeenteraad aan de orde te stellen. ‘Een klassieke liberaal’, is de veel voorkomende typering van Herminius Carl George Ludolf Polak. ‘Op en top beschaving’, is een andere. Een man die halverwege de jaren zestig naam maakte in de bloeiperiode van Rotterdam als wethouder van stadsontwikkeling en verkeer namens de VVD. De naam van Polak is verbonden aan diverse grote projecten in Rotterdam. Hij leverde menig gevecht over vliegveld Zestienhoven, dat uiteindelijk zijn politieke einde werd.

In 1974 stapte hij op als wethouder nadat de door de PvdA gedomineerde gemeenteraad volgens hem onvoldoende geld beschikbaar wilde stellen om de landingsbaan te verbeteren. Dat was uit veiligheidsoverwegingen dringend nodig, vond Polak. Hij was zelf in het vliegtuig gestapt om het vast te stellen. Veel te veel hobbels, had hij bij de landing geconstateerd. Maar de meerderheid van de raad beschouwde het als een verkapte uitbreiding. „Er is een einde aan mijn rijk”, zei hij bij zijn afscheid.

Minus Polak, zoon van de Rotterdamse hoogleraar bedrijfseconomie Nico Jacob Polak, begon na zijn rechtenstudie in Amsterdam in de jaren vijftig bij een advocatenpraktijk in Rotterdam. In zijn studententijd was hij actief lid van het vermaarde letterkundig dispuutgezelschap H.E.B.E. Daar kon hij zich als eloquent spreker toen al uitleven. Toespraken waarom hij ook in de Rotterdamse gemeentepolitiek vermaard was.

Dat wil zeggen: toen daar nog ruimte voor was. Hij zag tot zijn grote teleurstelling hoe halverwege de jaren zeventig in de gemeenteraad de macht van het getal de kracht van het argument overnam. „De raad is niet langer die warme kamer die hij is geweest in de Nederlandse kille politiek”, zei hij.

Polak werd in 1974 na zijn wethouderschap voorzitter van het College van Bestuur van de Erasmusuniversiteit. Een functie die door toedoen van de onder de studentenrevolutie van eind jaren zestig ingevoerde Wet Universitaire Bestuurshervorming flink was uitgekleed. „Aangelegenheden waar het bij een universiteit om gaat, gaan vrijwel geheel langs mij heen”, zei Polak en diende in 1977 zijn ontslag in. Hij ging terug naar de advocatuur, werd kantonrechter en stapte in 1985 over naar de Raad van State, waarvan hij tot 1995 lid was.