Opinie

Benno L.: kon de krant niet eerst even tot tien tellen?

De ombudsman

Sekteleider Charles Manson vroeg, toen hij in 1967 een straf had uitgezeten, of hij niet in de gevangenis mocht blijven. Hij vertrouwde het niet, daarbuiten.

Bij de avondploeg bestond de indruk dat Leiden dit toch al zou gaan bekendmaken

Dát was pas nieuws.

NRC Handelsblad belandde deze week in een orkaan van kritiek, omdat de krant zaterdag de verblijfplaats onthulde van pedoseksueel Benno L. Nieuws van twee jonge freelancers, die het deze krant en andere „mediabedrijven” hadden aangeboden. De Volkskrant nam het niet, NRC Handelsblad wel.

De hoofdredactie betuigde dinsdag spijt. De redactie had „een verkeerde inschatting” gemaakt, op basis van „signalen” dat Leiden die zaterdag toch al officieel bekend zou maken dat Benno L. er verbleef. De krant besefte niet dat hier iets werd onthuld, was het verweer.

Eerst een nuancering: de krant maakte niet, zoals staatssecretaris Teeven suggereerde, „naam, toenaam en adres” van Benno L. bekend, maar zijn woonplaats en soort woning (seniorenflat). De gemeente gaf zaterdag na de publicatie een persconferentie, het nieuws verspreidde zich via sociale media, op zondag volgde een oploop bij de seniorenflat.

Maar waarom bracht de krant dit?

Chef Binnenland Patricia Veldhuis en dienstdoend nieuwschef Jochen van Barschot, die het bericht op vrijdag behandelden, verkeerden beiden in de veronderstelling dat Leiden dit hoe dan ook zaterdag bekend zou maken – en dan had de krant het alvast. Ze vonden het nieuws relevant, niet als vingerwijzing naar een veroordeelde pedoseksueel, maar wegens de uitleg van de burgemeester, die zijn nek had uitgestoken in een brisante problematiek.

Beiden vinden dat het zo niet had gemoeten, nu blijkt dat de gemeente niet van plan was dit bekend te maken.

Maar de krant had daar natuurlijk eerder achter moeten komen.

De twee freelancers die het nieuws aanboden, Theresia Schouten en Elif Isitman, maakten ook geen gewag van een persconferentie in de eerste e-mail die zij, al op maandag, aan de krant stuurden. Integendeel, de twee schrijven dat ze „een zeer interessant nieuwsfeit op het spoor” zijn, een „primeur”. Wel is „haast geboden”, waarschuwen ze, want: „De informatiestroom komt waarschijnlijk snel op gang wanneer wij de feiten laten bevestigen.”

Die mail ontging de chef Binnenland, maar dook op vrijdag weer op. Toen belde Schouten, nadat contact met de Volkskrant was afgeketst: wilde de NRC dit hebben? In dat gesprek kreeg Veldhuis de indruk dat het ging om een voorgenomen bekendmaking van Leiden. De twee zeiden inmiddels burgemeester Lenferink van Leiden te hebben benaderd, en zaterdag zou nu zeker een bekendmaking volgen.

Ja, die bekendmaking kwam er nu dus – maar als gevólg van de aanstaande publicatie in de krant, niet als gepland initiatief van de gemeente.

Eindredacteur Hans Wammes belde nog wel ter verificatie met Lenferinks woordvoerder Hennie Castelein, die bevestigde dat de freelancers waren wie ze waren en dat zij de burgemeester daadwerkelijk hadden gesproken. De gemeente kreeg de tekst van het bericht per mail. Daarmee was voor de avondploeg het bericht afdoende geverifieerd.

De hoofdredactie, tot in de vroege avond aanwezig, werd niet gebeld. Daarna bleef het een zaak voor de avondploeg. Dat is al enkele jaren zo, omdat de deadline van de zaterdagkrant is vervroegd en die aan het begin van de avond al grotendeels ‘in de steigers’ staat.

Al met al blijft het voor mij onbegrijpelijk dat de krant niet wist wat die nu in handen had: een gevoelige onthulling of een voorschotje op een bekendmaking.

Maar ook in het onwaarschijnlijke geval dat Leiden de verblijfplaats van een gestrafte pedoseksueel toch al wereldkundig wilde maken, is het de vraag waarom de krant dat niet gewoon had kunnen afwachten. Zo dringend vond de krant dit bericht ook weer niet: het stond tamelijk onderkoeld onderop pagina 4.

Bovendien, de rechtvaardiging was dus dat een burgemeester een heikel probleem adresseert – ja, dat past bij NRC Handelsblad, dat vanouds niet wil mikken op nieuws om het nieuws maar op de publieke zaak. Maar de kop (Ontuchtpleger Benno L. vindt onderdak in Leidse seniorenflat) en aanhef (‘De voor ontucht veroordeelde zwemleraar Benno L. woont in Leiden’) legden het accent niettemin volledig op de onthulling van de verblijfplaats van een ‘pedoseksueel’. En dus, in het oog van vele lezers, op sensatiezucht en heksenjacht.

Hier ontbrak de journalistieke reflex die je van de krant mag verwachten. Die had ook eerst eens in gesprek kunnen gaan met de ijverige freelancers, een ervaren redacteur hun materiaal goed kunnen laten bekijken, contact kunnen opnemen met de burgemeester, en dan afwegen of en hoe dit het beste kan worden gebracht. In een verhaal zonder plaatsnaam, of als interview zonder de pedoseksueel bij naam te noemen, als aanzet tot een discussie. Die komt er nu misschien ook wel, maar dat is dan voor de krant meer geluk dan wijsheid.

Een voor de hand liggende les die de redactie nu heeft getrokken, is dat aan gevoelig nieuws van freelancers een eigen redacteur moet worden toegevoegd. Maar ook de nieuwsweging moet worden aangescherpt: waarom is dit nieuws en hoe brengt de krant het?

Dat laatste, de journalistieke reflexen en normen van de krant, lijkt me de bredere kwestie – en een zaak voor de hoofdredactie. Veel verontwaardigde, en beschaamde, briefschrijvers vragen zich door de episode weer af waar NRC Handelsblad nu voor staat. Is de gevoeligheid van de krant voor privacy, distantie en maatvoering aan het afnemen? Het nieuws van de dag, en heel de mens, staan centraler in de krant dan ooit tevoren. Maar er blijven grenzen aan wat je moet willen melden – en hoe.

Dit was, ook al was het nieuws dan nagetrokken door de redactie, een onrijpe nieuwsafweging op een vrijdagavond. Dat wijst erop dat het journalistieke gesprek op de redactie intensiever moet worden gevoerd.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Verklaring van de hoofdredactie op 18 februari 2014

NRC Handelsblad publiceerde in de krant van zaterdag 15 februari 2014 de woonplaats van Benno L. Dat gebeurde omdat de redactie signalen had gekregen dat de burgemeester van Leiden de woonplaats van Benno L. sowieso die zaterdag bekend zou maken. In de krant zou hij het besluit om Benno L. in Leiden te huisvesten hebben willen toelichten. Dit bleek niet juist. De burgemeester organiseerde de persconferentie naar aanleiding van het bericht in NRC Handelsblad. De redactie heeft in deze kwestie verkeerde inschattingen gemaakt. Wij zien het niet als onze taak de woonplaats van delinquenten, die hun straf hebben uitgezeten, te onthullen.