Alles wat je ziet bestaat

Kunst die een andere werkelijkheid laat zien; surrealisme is al honderd jaar populair. In Utrecht is er een expositie over.

Elspeth Diederix, Cloud (2003, C-print, 150 x 190 cm)
Elspeth Diederix, Cloud (2003, C-print, 150 x 190 cm) Courtesy Galerie Diana Stigter, Rabo Kunstcollectie Zutphen

In iedereen schuilt een surrealist. Ook in Nederland en zeker in Utrechters, vindt het Centraal Museum. Daarom pakt het museum uit met een overzicht van surrealistische kunst vanaf de jaren twintig tot en met nu. En omdat we ergens allemaal een surrealistisch trekje hebben, mogen we ook zelf kunst maken in het Utrechtse museum.

Surreële Werelden begint met de schilderijen van Joop Moesman waarin hij droom, angst en fantasie mengt met werkelijkheid. Stukken lichaam in lege woestijnlandschappen, een losse waterkraan naast een gevallen naakte vrouw, of een halve peer die een hoofdloos lichaam gezelschap houdt. Het kan geen werkelijkheid zijn. Maar een schilderij is net een foto: wat je ziet bestaat. Dat is de kracht van surrealistische kunst, het bevrijdt van rationaliteit en zekerheden en geeft het bovenwerkelijke en onderbewuste een kans.

Na J.H. Moesman (1909-1988) stuit je meteen op het probleem van het Nederlandse surrealisme dat vanaf de jaren dertig vooral in Utrecht rond Willem Wagenaar tot bloei kwam. De grote internationale meesters zijn te bekend en te goed. Bijna alles dat Nederlandse surrealistische kunstenaars produceren heb je eerder en beter gezien. Verdwaalde verschijningen in een woestijn: Dalí. Een zwevende zwarte paraplu: Magritte. Rare twist aan iets alledaags: Duchamp of Man Ray. Enzovoort.

Van de Utrechtse schilders op de expositie ontsnapt Moesman nog het best aan die pijnlijke vergelijking. Hij bouwde stijlvast een oeuvre en kreeg zelfs enige waardering van de groten: hij mocht eind jaren dertig samen met hen in Parijs exposeren.

Naast zijn schilderijen laat het museum een klavecimbel zien dat Moesman in 1977 veranderde in een ruimtelijk kunstwerk met geschilderde scènes uit een andere werkelijkheid. Hij zette er teksten op als „Merk toch hoe horen even zo vrolijk in zien vergaat/ als kijken in halfhartig luisteren”. Je weet maar nooit wanneer de realiteit overgaat in het verwarrende onbekende.

Na de zaal met vooral Utrechtse schilders is het even tijd voor de kanjers die laten zien hoe je uit alledaagse zaken rare beelden en schilderijen combineert. Man Ray, Max Ernst, Marcel Duchamp, Miró zijn aanwezig met bescheiden maar interessante werken uit particuliere verzamelingen. De strijkbout met spijkers van Man Ray staat er en aan de muur hangt een mooie optische draaischijf van Duchamp.

Surreële Werelden vergist zich als in een volgende zaal op zichzelf goede schilderijen van René Daniëls, Constant en zelfs Karel Appel het domein van het surrealisme worden binnengesleurd. Er zijn raakvlakken, maar hun essentie ligt daar niet. Zij spelen niet met de illusie van een andere werkelijkheid.

De keuze om Aernout Miks installatie Voorwerpen achter te laten in treinen (1992) op deze expositie te laten zien, is wel geïnspireerd. Op de vloer staan her en der alledaagse en merkwaardige voorwerpen opgesteld, zoals een draagbare radio geketend aan een kussen, een weekendtas met flessen bruine azijn, een plastic zak vol grind, enzovoort. Dit is vreemd en had werkelijk kunnen zijn.

Het probleem van het surrealistische spel met dromen en het onderbewuste is dat alles mogelijk wordt. Bezoekers kunnen dat zelf ervaren in een doeruimte op de expositie door te spelen met surrealistische technieken als cadavre exquis: samen een tekst schrijven of tekeningen maken waarbij de een niet mag zien wat de ander doet. Niet alleen de bezoekers die hun ‘kunst’ aan de muur hebben gehangen, maar ook nogal wat geëxposeerde kunstenaars hadden hun werk beter privé kunnen houden. Te weinig techniek, te veel clichés, te monomaan geobsedeerd. Deze expositie had selectiever moeten zijn.

Maar Marijke van Warmerdam is terecht aanwezig op Surreële Werelden. Haar briljante 1:13 minuten durende video Le retour du chapeau (1998) draait continu in een eigen zaaltje. Een steile bergwand met in het dal groen en bomen. De camera kijkt er vanaf de rand naar. Op ooghoogte vliegt een panamahoed rond als een parmantig en burgerlijk ufootje. Als hij dwarrelend maar toch doelbewust tot dicht bij de camera komt, blijkt dat een paars bloempje onder het zwarte hoedenlint is gestoken. Het is heerlijk om betekenis te zoeken over wat zich daar afspeelt, en nog heerlijker is weten dat die zich niet laat vinden. Surrealisme is ultieme verleidingskunst.

Ook het schilderij Twee vriendinnen (1955) van Utrechter Pyke Koch laat ingetogen en toch suggestief zien hoe dicht het irreële bij de werkelijkheid ligt. Twee meisjes in witte jurken staan op een schommel en gaan op in hun spel. Maar de dreigende lichtval en het dode punt in de slingerbeweging waarop Koch ze afbeeldde, geeft de indruk dat ze heen en weer pendelen tussen twee werelden en dat de stellage waaraan de schommel hangt de poort daartussen is.

Een van de recentste kunstwerken op Surreële Werelden is de enorme foto Cloud (2003) van Elspeth Diederix: een wolk van plastic winkelzakjes die boven een kalme oceaan zweeft. Ook hier kun je lang naar kijken en van alles bij denken maar zijn betekenis geeft het lekker niet prijs.