WhatsApp verkocht. Concurrent, sta op!

Vijf jaar oud, 55 medewerkers en 19 miljard dollar waard. Dat is de kortste samenvatting van het succes van het bedrijf WhatsApp, dat een berichtendienst exploiteert, waarvoor een klant na een jaar moet betalen. Daar staat tegenover dat je geen reclameboodschappen krijgt. WhatsApp wordt overgenomen door Facebook, de gigant onder de sociale media en evenals WhatsApp een creatie uit Silicon Valley, het technologisch eldorado in Californië.

Welkom in de wondere wereld van een van de meest kapitaalkrachtige bedrijfstakken ter wereld. Apple. Google. Microsoft. Facebook. Twitter. Zij domineren de wereld in hun kernterreinen, al zijn er elders ook vergelijkbare regionale partijen. Dankzij hun status als marktleider en dankzij de notering van hun aandelen op de effectenbeurs nemen zij soepel andere bedrijven over. Facebook betaalt de aandeelhouders van WhatsApp ‘maar’ 4 miljard in contanten. Voor de rest worden eigen aandelen bijgedrukt. Dat is een praktische oplossing om het fortuin van oprichters en het personeel van WhatsApp in elk geval ten dele te koppelen aan het succes van hun nieuwe eigenaar Facebook.

Een overrompelende overname als deze roept onwillekeurig vergelijkingen op met twee eerdere periodes in het Amerikaanse bedrijfsleven. De eerste is het slot van de negentiende eeuw waarin de staal-, olie- en spoorwegbaronnen met hulp van financiers als J.P. Morgan monopolistische machtsposities opbouwden en de economie transformeerden tot een industriële staat. De tweede is de internethausse in 1999/2000. Aandelenkoersen explodeerden bijna. Een van de grootste mislukte fusies ooit kwam tot stand, die van uitgever en kabelbedrijf Time Warner met internetbedrijf AOL.

Deze twee voorbeelden stellen niet gerust. Machtsposities vragen om tegenmacht, van kartelwaakhonden bijvoorbeeld. Bij nieuwe technologie en/of toepassingen raken ondernemers en beleggers op een zeker moment boven hun theewater. Dat lijkt nu ook het geval. Grote kapitalen worden vergaard, maar ook verloren.

De technologische vooruitgang is een race met winnaars en verliezers, waar de consument uiteindelijk van profiteert. Maar consument en aanbieders gaan een grillige relatie aan, waarin het woord trouw niet meer is wat het geweest is.

De consument die niet de moeite neemt om de kleine lettertjes te lezen, weet niet hoe zeker zijn privacy is. Niet bij de aanbieder, niet bij inlichtingendiensten. De aanbieder die steeds meer bedrijven overneemt met producten en diensten die de consument als de kern van zijn digitale leven en zijn nieuwsgierigheid ziet, roept vanzelf irritatie op.

Dat is de vruchtbare voedingsbodem voor nieuwe concurrenten.