Strijd in Oekraïne moet geen Europees conflict worden

De escalatie die zich de afgelopen dagen in Kiev heeft afgespeeld, heeft Oekraïne op de rand van een burgeroorlog gebracht. Dat is dramatisch voor dit grote Europese land en zijn 45 miljoen inwoners. En ook voor de rest van Europa is het een drama. De strijd tussen president Janoekovitsj en zijn tegenstanders over de toekomst van Oekraïne kan niet alleen dat land doen scheuren. Het kan ook een nieuw Oost-Westconflict in Europa op scherp zetten, als een late echo van de Koude Oorlog, met Rusland aan de ene en de Europese Unie aan de andere kant. Dat is een zwart scenario voor alle partijen, zowel in Oekraïne als daarbuiten.

Na het bloedvergieten van de afgelopen dagen, in het hart van de Oekraïense hoofdstad, is van het grootste belang dat het geweld aan beide zijden wordt bezworen. Het akkoord waarover regering en oppositie afgelopen nacht urenlang hebben onderhandeld, met hulp van twee (aanvankelijk drie) Europese ministers van Buitenlandse Zaken en een Russische mensenrechtenadviseur, kan daarbij een cruciale rol spelen.

Maar ook als dat akkoord vandaag inderdaad wordt ondertekend, blijft de urgente vraag of het op straat wordt gerespecteerd. Als de sluipschutters van de regeringskant en de gewelddadige figuren in het oppositiekamp hun genadeloze strijd voortzetten, kan het met het politieke akkoord snel gedaan zijn.

De gerichte sancties waartoe de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie gisteren in Brussel besloten, illustreren de moeilijke positie waarin de Unie zich bevindt. Ze heeft maar weinig middelen om iets aan het uit de hand gelopen conflict te doen. Met de sancties maakt de EU duidelijk dat ze het brute optreden van de Oekraïense regering onacceptabel vindt. Maar deze strafmaatregelen – „tegen hen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten, geweld en het gebruik van excessief geweld” – kunnen in deze fase van de strijd nog maar weinig effect hebben. Niet alleen is de geest van het geweld al uit de fles, de Europese Unie blijft ondanks de sancties in gesprek met de autoriteiten, degenen „die verantwoordelijk zijn voor de schendingen van de mensenrechten, geweld en het gebruik van excessief geweld”. En dat is ook terecht, want nu zo duidelijk is geworden hoe snel, hoe makkelijk en hoe vernietigend het geweld kan oplaaien, mag de EU geen poging onbenut laten om uitbreiding van de strijd te voorkomen.

Veel is er de afgelopen weken geklaagd over het weinig doortastende optreden van de Unie. Het meest uitgesproken was de Amerikaanse onderminister Nuland met haar uitgelekte hartenkreet Fuck the EU! Maar ook veel Europese commentatoren worden niet moe de Unie aan te sporen tot krachtig optreden. Het probleem is echter dat de EU in meerdere opzichten diep verdeeld is en daarom geen heldere, eenduidige boodschap kán afgeven. Voor landen als Polen, die de Russische dominantie zo lang aan den lijve hebben ervaren, heeft deze kwestie een heel andere betekenis dan voor landen in West-Europa als Nederland. Daar komt bij dat de Unie Oekraïne wel aanmoedigt, en steeds heeft aangemoedigd, om voor een Europese koers te kiezen. Maar tegelijk wil en kan zij dat grote, straatarme en intens corrupte land geen realistisch perspectief bieden op lidmaatschap van de Europese Unie. Hoeveel daarvoor in langetermijnperspectief ook te zeggen mag zijn, in de publieke opinie van veel lidstaten ontbreekt duidelijk de steun voor vergezichten op zo’n nieuwe uitbreiding van de Unie. Zo staat de EU met een dubbelhartige houding tegenover de harde, heldere machtspolitiek van Rusland. Een vergelijk zoeken blijft de enige optie.