Sjinkie. Dat zegt alles

Sjinkie. Eigenlijk is alles daarmee al gezegd.

Langebaanschaatsen, zoals al die andere Friezen doen, vindt hij maar saai. Een hel, met al die rechte stukken. Bij een toernooi in het buitenland, zoals de Olympische Spelen, verveelt hij zich dood. Mag-ie maar één keer per dag trainen. Een boek lezen, of een film kijken – niks aan. Als NOC*NSF slim was geweest, hadden ze voor hem geen oranje fiets meegenomen naar Sotsji, maar een oldtimer, om op te knappen.

Maar Sjinkie Knegt (24) uit Bantega, de belhamel van de shorttrackploeg, heeft niet alleen handen van goud. Als twee voeten het Nederlandse shorttrack aan het eerste olympisch goud kunnen helpen – dan zijn het die van Knegt. Wat hem betreft vanavond al, op de 500 meter, of anders in de finale van de aflossing, het afsluitende teamonderdeel.

„Een virtuoos op schaatsen”, noemde bondscoach Jeroen Otter hem een aantal jaren geleden in deze krant. Hij werd al na één jaar krabbelen op Thialf ontdekt door Kosta Poltavets, de huidige bondscoach van de Russische langebaanschaatsers. Hij was een jaar of elf, een tenger mannetje, toen hij op het kleine ijsbaantje de grote Rintje Ritsma te vlug af was – toen nog wereldkampioen op de langebaan.

Makkelijk was hij niet, vonden ze op de Shorttrackclub Thialf. Zijn brutaliteit op het ijs werd meer dan eens uitgelegd als wangedrag, vertelde Poltavets eens. „Ik moest ze er echt van overtuigen dat het bij shorttrackschaatsen hoorde”, zei hij. „Als hij een gat zag dook hij erin, wat er ook gebeurde. Hij kende geen grenzen. Niemand in Nederland werd vaker gediskwalificeerd dan hij.”

Maar de Oekraïens-Nederlandse schaatstrainer wilde zijn vechtlust niet afremmen. Laat hem leren voor later, dacht Poltavets. Hij zag al een shorttracker van wereldklasse in de Pietje Bell van Heerenveen.

Die bevestiging kwam deze week, in Sotsji, waar hij als eerste Nederlander een olympische medaille behaalde in het shorttrack.

Voor zijn coach Jeroen Otter is Knegt het ultieme olympische project. Niet alleen om zijn natuurlijke gevoel voor ijs, voor glijden. Knegt is brutaal, behendig, vindingrijk. Bij vlagen onnavolgbaar. Ideale eigenschappen in een sport waarin het gaat om het spel, tactiek en lef. Altijd loeren op een gaatje – en hij wringt zich ertussen. Alles op intuïtie.

Maar het blijft Sjinkie Knegt. Hij kan zijn coach tot wanhoop drijven. Een onvoorspelbaarheid die wel meer genieën hebben, zegt Otter. Op het roekeloze af, soms. Zo ontnam hij zichzelf een paar jaar geleden een gouden medaille bij een wereldbekerwedstrijd in Dordrecht, door een halve seconde voor de finish al te beginnen met juichen. Die Canadese schaats naast hem had hij even niet gezien. Een uur later laat hij iedereen weer zijn hielen zien.

Shorttrack is vijftig procent mentaal – de andere helft zit tussen de oren, zei Otter eens. En juist daar zit één van de geheimen van Knegt. Waar ploeggenote Jorien ter Mors zich bij een tegenslag tijdens de race nog weleens negatief laat beïnvloeden, rijdt Knegt onverstoorbaar verder. „Op schaatsen heeft Sjinkie een soort alzheimer”, zegt Otter. „Als hem iets overkomt tijdens een race is hij het per direct weer vergeten. Hij denkt alleen: nieuwe uitdaging.”

Na de race is dat radicaal anders. Talloze mensen over de hele wereld waren daar een maand geleden getuige van dankzij CNN en de grote internationale kranten. Hij werd even wereldnieuws toen hij tijdens het EK in Dresden over de finish kwam met beide middelvingers omhoog naar de Russische winnaar, Victor An.

Zijn frustraties over een aantal tegenvallers in dat toernooi waren zo hoog opgelopen dat hij zich niet meer kon beheersen. Dom, vond hij zelf ook. „Het had zich opgestapeld”, zegt Knegt. „Om allerlei lullige redenen lukte het steeds net niet.” Hij bood zijn excuses aan aan An.

Mocht de situatie zich in Sotsji nog eens voordoen, dan zal hij zich anders gedragen. „Ik heb er wel van geleerd, laat dat duidelijk zijn”, zegt Knegt. „De volgende keer wacht ik even tien minuten.” Maar in Dresden leerde hij een les die misschien nog belangrijker is: „Zorg ervoor dat je niet onderuit wordt gereden.”