Opinie

Simone Wie goed ontmoet, doet goed

Uitgedrukte peuken op het nepparket, een doorgezakt bed, een pisgeur in de wasbak. Zoiets stelde ik me voor, toen ik de sleutel in het slot stak.

Ik had mijn huis een paar dagen aan een onbekende uitgeleend. Zelf moest ik toch elders in het land zijn, en die onbekende jongen stond na een dramatische relatiebreuk op straat. Via via kwam hij bij mij terecht en ik bedacht te laat dat de koppelaar in kwestie – een gemeenschappelijke Facebookvriend – van het wilde soort was. Toen sliep die vreemde al lang in mijn bed, terwijl ik allerlei rampscenario’s droomde.

Mijn huis was echter keurig opgeruimd, het rook er zelfs naar bloemetjes.

Alles in orde.

En mijn paar dagen weg waren ook al geslaagd, dus ik had weinig antwoord op „Hoe was het?”, want in ‘Goed’ zit doorgaans geen sterk verhaal.

Een paar uur later stond ik in een luxe bakkerij, net voor sluitingstijd. Het koffiezetapparaat was al schoongemaakt. Ik kocht een mueslibol van drie euro. Achter de vitrineplaat onder de toonbank lag een klein dozijn croissants goudbruin te glanzen. De verkoopster schikte ze in keurige rijen en telde hardop, turfde op een formulier wat die dag niet verkocht was.

Ik keek op mijn telefoon, drie minuten voor zes, en vroeg wat er straks met al het overgebleven brood gebeurde.

„We gooien het weg.”

Ze mocht de croissants helaas niet meegeven aan dak- en thuislozen. „Stel dat ze er ziek van worden, dan zijn wij verantwoordelijk.”

Natuurlijk was er nooit een zwerver met buikkrampen langsgeweest, „maar het is nu eenmaal de wet”.

De kans op ellende wordt nauwkeurig berekend, we hopen problemen te vermijden door ze voortdurend en voortijdig te signaleren. Maar zou het niet beter zijn het om te keren en te registreren wat goed gaat en dat als maatstaf voor regelgeving te hanteren?

Dat levert minder spannende verhalen, maar marketeers hebben al lang door dat het positieve motiveert. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ draaien zij liever om. Zo vind je in hotelkamers niet de vraag om goed te doen en aan het milieu te denken, maar ontmoet je het goede, in de mededeling: ‘De meerderheid van de gasten die in deze kamer verbleven hergebruikte de handdoek.’

Wie goed ontmoet, doet goed, zo is de gedachte.

Je zou eens moeten proberen alles wat goed gaat goudbruin en glanzend in de etalage te zetten.

Maar alleen al bij een simpel fietstochtje, bijvoorbeeld naar huis waar het naar bloemetjes ruikt, wordt het positief turven een regelrechte ramp: geen lekke band, geen ketting eraf, droog gebleven, handschoenen niet vergeten, zeker 37 keer niet aangereden.

Als we van elke keer dat iets níet fout gaat een melding maken, wordt het nog druk met al ons geluk.