Op pad met de metaaldetector, zijn we dat niet allemaal?

‘Ik dacht al dat jullie met zo’n domme vraag zouden beginnen’, zei de kunsthistorica terwijl wij, elfjarigen, in onze thee bliezen. ‘Wat is kunst eigenlijk?’ hadden we willen weten. Het antwoord was ingewikkeld.

Je zou denken dat de domme vraag inmiddels uit de literaire wereld was. Verkoop stijgt ver boven literaire status uit: welke schrijver levert niet met liefde één recensiebal in voor 10.000 (of 1000, of 100) extra verkochte exemplaren?

Maar aan cijfers hebben schrijvers niet genoeg. Zo maakte Peter Buwalda vorige week in de Volkskrant een opmerking over criticus Arnold Heumakers, die zijn megasucces Bonita Avenue geen literatuur vond. Hij reageerde op een reeks stukjes in de voorlaatste boekenbijlage van diezelfde krant, naar aanleiding van de twijfelachtige literaire status van Joël Dickers De waarheid over de zaak Harry Quebert. Een miljoen exemplaren, literaire prijzen en Le Monde waarin staat dat het literaire gehalte ‘geheel bestaat uit het feit dat de hoofdpersonen schrijvers zijn’. Maar het had ook best over Bert Wagendorps Ventoux kunnen gaan, een heerlijk boek dat mij niets nieuws over de wereld vertelde.

Schrijver en criticus Joost de Vries, bracht een interessante casus in: Haruki Murakami. De beroemdste schrijver ter wereld, Nobelprijsfavoriet bij de bookmakers and all that. De Vries vond De kleurloze Tsukuru Tazaki ‘als literatuur niet echt’. Hij heeft een punt. Toen ik het vorige maand las, meende ik dat ik een soap zat te lezen, maar ik ging er braafjes vanuit dat ik me vergiste. De grote Murakami kon toch geen leuterlit schrijven? Dus zocht ik diepere lagen en vond van alles.

Vaak is de vraag of je literatuur leest een kwestie van hoe je leest; wil je een roman lezen als literaire tekst en beoordelen naar literaire maatstaven? (Voor de goede orde, bij recensenten is die leesinstelling verplicht.) Soms is het een kwestie van verlangen. Ik lees: ‘Als de kinderen op bed liggen, doen we bijvoorbeeld karaoke, gaan we vissen of op pad met de metaaldetector.’ Dat kan ik alleen maar als literatuur lezen – zelfs als het de aankondiging van de docusoap over ex-voetballer Andy van der Meijde blijkt te zijn. Op pad met de metaaldetector – zijn wij dat niet allemaal? Mensen én critici?

Er zijn boeken waarbij je niets te willen hebt: na één zin Gedaanteverwisseling weet je dat je Kafka uitsluitend literair kunt lezen. Waarmee we belanden bij het werkelijke onderwerp van deze column: de Amsterdamse boekhandel Books & Bubbles die dreigt te sluiten omdat de ruimte ’s avonds wordt verhuurd. Iets met horecavergunningen, drie verplichte wc-deuren en ander bureaucratisch hang- en sluitwerk. Ik zat er bij een Murakami-leesclub, maar dit is een Kafka-dingetje. Als iedereen morgen een exemplaar van Het proces bij Books & Bubbles aflevert, dan brengen wij ze met een fles bubbels naar de burgemeester. Ook de overheid moet literair durven kijken.