Niemand weet hoe het nu verder moet

Onder de betogers in Kiev is de hoop op een vreedzame oplossing vervlogen // Ze maken zich op voor meer geweld // De EU stelt sancties in én blijft bemiddelen

De betogers op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev vertrouwen niemand meer. „Heb je wapens bij je”, vragen ze agressief, nadat er gisteren eerder op de dag naar schatting 70 tot 100 doden vielen. Geveld door kogels van scherpschutters die worden ingezet door de regering van president Janoekovitsj.

Op de Chresjtsjatik Boulevard richting het plein worden de barricades steeds hoger. Alle klinkers uit de straat zijn verdwenen. Het zand eronder wordt in zandzakken geschept en tegen de barricades gelegd. Om ze verstevigen en om kogels te weren. Jongens vullen flessen met benzine die in tonnen op een vrachtwagen wordt aangevoerd. „Het is nu echt oorlog”, hoor je overal, na het bloedbad eerder op de dag. De betogers zijn gewapend met ijzeren staven, molotovcocktails en alles wat je maar kan bedenken, maar niemand draagt zichtbaar een geweer.

Het zijn lang niet allemaal jongemannen. Oekraïners uit alle lagen van de bevolking bevinden zich rond het Onafhankelijkheidsplein. Onder hen ook het oude dametje Halina. Terwijl de sluipschutters zich overal hebben verschanst, staat ze tussen de gehelmde betogers met alleen een mutsje op. Is ze niet bang? „Het risico dat ik sterf valt in het niet bij al die kinderen die hier al zijn gestorven”, antwoordt ze. Ze zat te huilen voor de tv toen er vanochtend tientallen doden vielen. Daarna is ze de vijf kilometer richting Maidan, het Onafhankelijkheidsplein, gaan lopen. Daar trof ze haar dochter Tatsjana die ook tegen de regering demonstreert. Halina heeft ook nog een zoon. „Die vindt het schandalig dat wij hier staan. Janoekovitsj is de democratisch gekozen president, zegt hij.” Of ze er thuis veel ruzie over hebben? „Och, hou op. Maar we praten alleen, we gaan niet schreeuwen.”

In de lobby van Hotel Ukraine lopen als paramilitairen geklede betogers met schilden kriskras tussen het medisch personeel in hun blauwe schorten. In de rechterhoek is dokter Volodimir een patiënt aan het verplegen. In de linker hoek is een touw met lakens eroverheen gespannen. Erachter, in het neonlicht van een geldwisselkantoortje, liggen tussen geronnen bloed twaalf lichamen onder lakens. Voor hen heeft even hiervoor een indrukwekkende ceremonie plaatsgevonden. Zonder enige aankondiging werden plotseling twaalf brancards binnengedragen, gevolgd door een priester in zijn gewaad. Onder het zingen van het Oekraïense volkslied, door huilende demonstranten en verplegers, sprak de priester de laatste zegeningen uit.

Niemand is hier nog bezig met hoe het nu verder moet. „Ik heb vanmiddag een man gered die bij een barricade een kopje thee stond te drinken en door zijn hoofd werd geschoten. De kogel kwam er aan de achterkant weer uit. Dat hij nog leeft, is mijn kleine overwinning. Verder weet ik het ook niet”, zegt dokter Volodimir.

De dag begint donderdagochtend al grimmig. Nog vóór zonsopgang kleurt de lucht boven Maidan gitzwart. Stapels autobanden staan in brand. De eerste vroege vogels op het plein zeggen dan nog te hopen dat rookwolken „de scherpschutters van president Janoekovitsj het zicht ontnemen”.

Vanaf de daken rond Maidan, waar de oppositie al drie maanden schreeuwt om het aftreden van de president, werd dinsdag met scherp geschoten op betogers. Honderden gewonden liggen nog in verschillende ziekenhuizen in Kiev. Vandaag durven dan ook maar weinigen zónder brommerhelm de straat op. Niemand die de afgekondigde wapenstilstand vertrouwt. Een paar uur later krijgen ze gelijk. Snipers schieten opnieuw.

In de westelijke stad Lviv is de oppositie wel aan de winnende hand met een Volksraad, het alternatieve parlement dat het provinciale bestuur heeft overgenomen. „Thuis is het nu redelijk rustig, daarom zijn we met onze ambulances naar Kiev gereden”, zegt ziekenbroeder Vasile uit Lviv ’s middags bij een veldhospitaal binnen de muren van het Michailovska-klooster.

Met vijf ambulances staan ze voor het klooster klaar om uit te rukken. „Nadat ze hier in het klooster eerste hulp hebben gekregen, rijden we de gewonden direct door naar Lviv. Want de ambulances en ziekenhuizen in Kiev zijn niet te vertrouwen.”

Aleksandr, net aangekomen vanuit de oostelijke mijnwerkersstad Donetsk, krijgt van een oudere vrouw het adres van een gastgezin. „En weet u toevallig ook waar ik een helm en een knuppel kan krijgen?”

In Donetsk was hij voor de oppositie actief, tot er „door mannen op mijn deur werd geklopt”, zegt Aleksandr. „Ik wist genoeg. Een dag later heb ik met drie vrienden geld voor benzine bij elkaar gelegd en zijn we naar Kiev gereden.” Zijn baan in Donetsk is hij kwijt. „Ik was vertegenwoordiger en ik moest van de baas permanent anderen omkopen. In zo’n cultuur wil ik niet meer leven.”