Mam

‘Mam, ga je mee naar de hammam?” Ik floepte het eruit voor ik er erg in had. Mijn moeder zag er de laatste dagen ineens echt uit als een oma omdat ze letterlijk krom liep van de pijn in haar rug. Ik wist welke luie peuter dat op z’n geweten had. Ik wilde dolgraag iets terugdoen voor alle rondjes door het park, alle tranen die ze had gedroogd, alle poepluiers die ze had verschoond, het lastminute bijspringen als ik weer eens was vergeten dat ik een vergadering had, maar waarom opperde ik in godsnaam de hammam? Wij zijn helemaal niet van die lekker-in-je-blootje-door-de-snikhitte-dartelende mensen. Ik riep maar gewoon iets waarvan je in wijvenbladen wel eens leest dat normale moeders en dochters dat samen doen.

Mijn moeder zei prompt dat haar dat heerlijk leek.

Ik koos ‘hammam Amsterdam’. Die naam sprak me aan. Terwijl we samen naar de Zaanstraat fietsten, realiseerde ik me dat ik het een beetje onwennig vond om alleen met haar op stap te gaan. Ik kon me niet herinneren wanneer we voor het laatst samen ergens naartoe waren geweest. We zien elkaar als ik haar kleinzoon haal en breng. Onze gesprekken gaan dan meestal over hem en wat hij heeft gedaan en gezegd (voorop de fiets: „Oma, kun jij ook een wheelie maken?”). Ook al voor mijn zoontje geboren werd hadden we niet zo’n mijn-moeder-is-mijn-beste-vriendin-relatie, met etentjes, geheimpjes en samen weekendjes weg. Niet dat we elkaar niet aardig vinden, maar zo doen wij het gewoon niet.

„Lekker, het voelt als spijbelen, zo’n uitje op een doordeweekse dag”, zei mijn moeder, sinds een jaar gepensioneerd.

In de hammam werden we ontvangen door een lieve vrouw. Het is er zo prettig buitenlands dat je je een toerist voelt, inclusief de onzekerheid die daarbij hoort. Moet je je handdoek nou af doen of juist omhouden? Moet je tussen het stoombad en het scrubben wéér douchen? We wilden niet overkomen als beginnelingen, maar verdwaalden ondertussen in alle zalen met blauwe tegeltjes. Gelukkig was daar steeds de lieve vrouw weer die „Ontspan, schatten”, bleef roepen, en: „Doe gewoon waar je zin in hebt!”

Precies twee dingen die we moeilijk vinden. Ik wist nu van wie ik dat had. De vrouw nam ons bij de hand en leidde ons naar de sauna. We waren de enigen. Dit is waar normale mensen goeie gesprekken over het leven hebben, dacht ik. Dit is een moment om dingen uit te spreken. Ik wilde veel zeggen, maar ik vond de woorden niet. Ineens verscheen er een kolossale, glimlachende vrouw zonder tanden. Ze sprak geen Nederlands maar we begrepen dat ze ons mee nam voor de massage. Mijn moeder ging als eerste. Ik mocht wachten op de verwarmde stenen massagetafel ernaast. In het schemerdonker keek ik hoe deze vrouw met al haar gewicht mijn moeder kneedde. En ineens zag ik haar – voor het eerst in jaren – ontspannen. De vrouw merkte het ook. Ze lachte, zei „good” en aaide even zachtjes over mijn moeders blonde haren. Soms vindt iemand anders je woorden.