Maar verwacht niet te veel

Zo ging Anni Friesinger in 2010 in de halve finales over de finish.
Zo ging Anni Friesinger in 2010 in de halve finales over de finish. Foto ANP

Wat:Schaatsen, ploegachtervolging

Wanneer: vandaag 14.30 uur (m) en 15.20 uur (v). De finales zijn morgen.

Die ploegachtervolging, daar zijn we toch heel goed in? Die winnen we toch wel even? Dat is toch gewoon weer twee keer goud erbij? Kunnen we dan weer bovenaan de medaillespiegel komen? Aldus de veelgehoorde vragen van enkele next-collega’s met goudkoorts.

Ja, nee, niet vanzelfsprekend en nee. Sorry jongens.

De ploegachtervolging, in 2002 geïntroduceerd in het internationale schaatscircuit: twee teams van drie schaatsers die acht (de mannen) of zes (de vrouwen) rondjes rijden. Het team waarvan als eerste alle drie schaatsers over de finish zijn, wint en gaat door naar de volgende ronde. De snelste tijd ooit bij de mannen is van Nederland. Jan Blokhuijsen, Sven Kramer en Koen Verweij – de jongens die ook in Sotsji rijden – verbeterden in november in Salt Lake het wereldrecord: 3.35,60. Sinds 2005 staat de discipline op het programma van de WK afstanden. Zes (!) van de zeven wereldtitels waren voor de Nederlandse mannen. Ook de vrouwen zijn regerend wereldkampioen, zij wonnen de titel drie keer. Dus ja, we zijn er heel goed in.

Maar tussen al die wereldtitels staan... nul olympische titels. In 2006 in Turijn maakte de ploegachtervolging zijn debuut op de Spelen. Vrij vroeg in het toernooi, anders dan in nu in Sotsji. Maar Nederland kwam al een beetje in een medailleflow; er stond al één keer goud en twee keer zilver op de teller. De verwachtingen stegen. Maar in de halve finale bij de mannen ging Sven Kramer onderuit: uitgeschakeld. De ploeg won nog wel brons, maar het goud was voor de Italianen. De vrouwen stonden door een slechte tijd in de kwalificatie – de toppers werden gespaard – al in de kwartfinales tegen het Duitse toptrio Friesinger, Anschütz en Pechstein. Einde verhaal.

Vier jaar later dan maar, was de gedachte. Maar de weg van ‘de ploeg’ – je kon ze nauwelijks zo noemen – naar Vancouver verliep alles behalve vlekkeloos. Verwijten over en weer, voordurend wisselingen van samenstellingen. De een nog geïrriteerder en gepikeerder dan de ander, en dat liefst in de media uiten natuurlijk. Voor de duidelijkheid, we hebben het over de mannenploeg. Zo had Bob de Jong „niets met de ploegachtervolging”, maar bedoelde hij „hadden ze me maar gevraagd, want ik wil graag meedoen”. En sneerde Kramer na het olympisch kwalificatietoernooi fijntjes „ik doe het met de gasten die er zijn. Dan maar geen goud, hè”. Teamspirit!

Toch waren ze in Vancouver torenhoog favoriet bij het publiek. Al wisten de jongens die uiteindelijk moesten rijden niet eens dat ze geselecteerd waren. En ook tijdens de olympische race gaat het fout in de communicatie. Jan riep „Ho”, of niet. En Mark zag Jan toen plots niet meer. Dus Sven ging hem even halen. Maar dat was toch niet nodig. En toen verloren ze dus goud. Weer brons.

En de vrouwen? Zie Turijn.

Dus nee, de ploegachtervolging winnen we niet wel even. Tel deze gouden medailles nog maar niet mee, het kan alleen maar tegenvallen.