Een raadsel op schaatsen

Ze kwam, ze won en ze was weer weg. Terug naar haar vertrouwde ijsbaantje van 111 meter. Als een dief in de nacht kaapte Jorien ter Mors tijdens haar eerste olympische optreden op de langebaan een gouden medaille weg voor de neuzen van de ‘specialisten’ op deze discipline. Met een beteuterde Ireen Wüst naast zich

Jorien ter Mors met haar gouden medaille op Medal Plaza.
Jorien ter Mors met haar gouden medaille op Medal Plaza. Foto ANP / Jerry Lampen

Ze kwam, ze won en ze was weer weg. Terug naar haar vertrouwde ijsbaantje van 111 meter. Als een dief in de nacht kaapte Jorien ter Mors tijdens haar eerste olympische optreden op de langebaan een gouden medaille weg voor de neuzen van de ‘specialisten’ op deze discipline. Met een beteuterde Ireen Wüst naast zich op het podium, onttroond als olympisch kampioene op de 1.500 meter, keek Ter Mors alsof ze er zelfs ook niets aan kon doen.

Een uniek schaatstalent - thuis op alle ijsbanen. ’s Ochtends trainen op de klapschaats, ’s middags switchen naar de shorttrackschoen. Compleet verschillende materialen, technieken en tactieken, alleskunner Jorien ter Mors uit Enschede (24) draait haar hand er niet voor om. Zij schreef in Sotsji geschiedenis door als eerste shorttrackster goud te winnen in een sport die oorspronkelijk niet de hare is. Alsof het allemaal volstrekt normaal is. Trainen op de langebaan? In Sotsji kwam ze voor haar gouden race twee keer het ijs voelen op de 400-meterbaan in de Adler Arena. Trainen deed ze wel in het shorttrackstadion ernaast.

Zoals ze haar hele leven al doet. Ter Mors is een kind van het shorttrack, de meest spectaculaire, maar in Nederland minst populaire variant van het schaatsen. Daar ligt haar hart, daar wil ze ooit een olympische medaille halen. Het liefst dit jaar nog, in Sotsji. Anders verschuift de focus naar het Koreaanse wintersportoord Pyeongchang, in 2018.

RTV Oost in gesprek met Jan Herman Mogendorff, jeugdtrainer van Jorien ter Mors.

Hoe onbegrijpelijk het ook is voor de hoeders van de Nederlandse langebaancultuur, pijnlijk zelfs, Ter Mors gebruikt hun ovaal van ijs alleen om erop te trainen. Om een betere shorttrackster te worden. Dat ze op de langebaan misschien wel meer succes kan hebben – het zij zo. Zelfs al zou ze héél veel geld kunnen verdienen bij een commerciële ploeg op de langebaan, de nuchtere Ter Mors zou er niet voor zwichten. “Je maakt mij niet blij als ik een heel jaar alleen maar op de langebaan zou moeten schaatsen”, zei ze na haar gouden 1.500 meter in Sotsji.

Dat ze daarmee op de tenen trapte van een hele trits langebaanhelden uit het verleden, van Rintje Ritsma tot Gerard Kemkers, olympiërs die nooit goud wisten te winnen, het was zoals het was. Ter Mors was alleen maar eerlijk. Ze sprak met haar hart. Ze is een shorttrackster die toevallig extreem goed presteert op een verwante discipline. Jorrit Bergsma en een heel pak andere marathonschaatsers winnen ook liever de Elfstedentocht dan de olympische tien kilometer.

Jorien ter Mors tijdens haar rit in de series van de 1000 meter shorttrack in de Iceberg Skating Palace

Jorien ter Mors vlak voor de valpartij tijdens haar rit in de series van de 1000 meter shorttrack in de Iceberg Skating Palace. Foto ANP / Robin Utrecht

Jorien ter Mors was elf toen ze via school voor het eerst in aanraking kwam met shorttrack. Schaatsen deed ze al langer, maar nu was ze in één klap verkocht aan de adembenemende ijsgevechten op de vierkante meter, het tactische spelletje, de interactie met vier of vijf tegenstanders tegelijk. Ook al is ze als shorttracker geregeld slachtoffer van een valpartij of een jurybeslissing – saai is het in elk geval nooit. “Op de langebaan heb je alleen de klok”, zegt ze droog.

In haar jeugd grossiert ze in medailles, en onder de vleugels van de generatie voor haar, Annita van Doorn en Liesbeth Mau Asam, gaat ze naar Vancouver om ervaring op te doen. Op de aflossing, het onnavolgbare teamonderdeel van hun sport, worden de vrouwen knap vierde in het Pacific Coliseum.

Het idee om af en toe te trainen op de langebaan kwam van de man die na Vancouver bondscoach werd van de Nederlandse shorttrackers, Jeroen Otter. Hij werd als coach van de Amerikaanse en Canadese schaatsers een fervent aanhanger van de kruisbestuiving tussen verschillende sporten. Bochten rijden leer je in het shorttrack, vermogen en kracht kweek je eerder op de langebaan. Hij mag zijn pupillen ook graag laten ijshockeyen, mountainbiken of baanwielrennen.

Zo komt Ter Mors, die dagelijks talloze rondjes rijdt op het baantje op het middenterrein van Thialf, plotseling op de grote baan terecht. Daar kan ze trainen met snelheden die in het shorttrack fysiek onmogelijk zijn – ze zou uit de baan vliegen.

Het experiment blijkt een schot in de roos als Ter Mors zich in 2012 inschrijft voor de NK afstanden op de langebaan. Gewoon, om eens te kijken hoe dat gaat. Ze haalt meteen een medaille, net als bij de World Cup kort daarna. Als ze zich na een paar maanden shorttrack weer meldt op de 400-meterbaan pleegt ze niets minder dan een coup: in Thialf wordt ze nationaal kampioene allround, voor wereldkampioene Ireen Wüst. Parttime-schaatsster haalt goud.

Wüst is verbijsterd, Ter Mors neemt de felicitaties koeltjes in ontvangst. “Heel uniek. Maar ik denk niet dat ik deze medaille inlijst. Hij gaat gewoon bij de rest van de meuk”, zegt ze, en keert weer terug naar haar eigen baantje. De EK en WK allround op de langebaan laat ze schieten – ze schaatst liever de EK shorttrack in Malmö.

Maar het idee voor een dubbele campagne in Sotsji is geboren en laat haar niet meer los. Bondscoach Otter kent de voorbeelden. Hij begeleidde ooit de begenadigde Amerikaanse wereldkampioen allround van 1988, Eric Flaim, als shorttrack naar olympisch zilver. Hij is altijd de enige schaatser met olympische medailles op de langebaan (Calgary, 1988) en in het shorttrack (Lillehammer, 1994). En in Vancouver (2010) coachte hij Haralds Silovs uit Letland, die voor het eerst beide disciplines op dezelfde Spelen combineerde, al won hij geen medaille.

Otter is degene die de doorgaans nuchtere Twentse kan prikkelen met zijn originele aanpak. Altijd schotelt hij haar een nieuwe uitdaging voor. Net iets meer dan ze aankan. ‘Comfortabel worden met het oncomfortabele’ noemt Otter dat. Niet van slag raken als het een keer tegenzit.

Het laatste jaar voor de Sotsji is voor Ter Mors een emotionele achtbaan. In mei 2012 jaar overlijdt haar “grootste fan”, haar vader, aan kanker. Hij was al ziek, maar wel aanwezig, toen zijn dochter in Thialf stuntte tegen Wüst. Maar het seizoen van haar grote doorbraak gaat gepaard met een mentale worsteling. Op het ijs wisselt ze schitterende races af met onnodige valpartijen.

Haar grote sportieve geheim is haar geruisloze aanpassing, zodra ze overstapt van de ene baan naar de andere. Ze wisselt net zo makkelijk van schaatsen als van schoenen. Anderen doen er weken over voordat ze de juiste slag hebben gevonden. Ter Mors begrijpt al die ophef niet. “Ik stap gewoon het ijs op en rij weg. Het is net als fietsen: als je op de fiets stapt, ga je ook niet hardlopen. Als ik shorttrackschaatsen aantrek, gaat harde schijf één draaien. Op de langebaan switch ik naar harde schijf twee.”

Het is een gave. “Een uniek talent”, erkent de coach van Ireen Wüst Gerard Kemkers. In december 2013, twee maanden voor de Spelen van Sotsji, stapt ze in Berlijn voor het eerst in een paar weken weer eens op de langebaan, voor een wereldbekerwedstrijd. Zonder noemenswaardige training verpulvert ze het baanrecord van Anni Friesinger op de 1.500 meter en is sneller dan de hele wereldtop, inclusief olympisch kampioene Wüst. Een maand later wordt ze voor het eerst Europees kampioen shorttrack, in Dresden. Dat zegt haar meer.

Niet dat het allemaal vanzelf is komen aanwaaien. Integendeel, zegt Jeroen Otter. “Een heel getalenteerde schaatsster is ze niet. Ze moet het hebben van keihard werken. Ze herhaalt de kleine details waarin ze kan verbeteren tot in gekkigheid. Ze staat bijvoorbeeld niet goed bij de start, daar valt wat tijd te winnen. Dat oefent ze de hele dag door. En maar klaar gaan staan. Dit is zo’n topsportvrouw in hart en nieren. In ken geen vijf schaatsers in Nederland die zó hard werken als Jorien ter Mors. En vergis je niet: in het shorttrack wordt ongelooflijk hard getraind. Wij moeten op één dag drie keer een 1.500 meter rijden. Dat vindt ze echt zwaarder dan een 1.500 meter op de langebaan.”

Jorien ter Mors tijdens haar rit op de 1500 meter in de Adler Arena

Jorien ter Mors tijdens haar rit op de 1500 meter in de Adler Arena. Foto ANP /Robin Utrecht

Dat blijkt als Ter Mors aan de start verschijnt van de 1.500 meter in de Adler Arena. Een dag eerder miste ze als shorttrackster op 0,02 seconde de medaille waarvan ze al haar hele leven droomt. Op de langebaan haalt ze een dag later een van de merkwaardigste medailles uit de Nederlandse sportgeschiedenis – op de ijsbaan die ze vooral gebruikt om te trainen. “Ik had heel graag deze gouden medaille willen inruilen voor een medaille in het shorttrack”, sprak ze resoluut. Al was het maar brons.

Zo liggen de verhoudingen bij Jorien ter Mors, een raadsel op schaatsen. Ze mag zich de komende vier jaar olympisch kampioene noemen op het koninginnenummer van de langebaan – maar ze blijft een volbloed shorttrackster.

Nog diezelfde avond, toch wat geschrokken van alle reacties uit schaatsend Nederland, twittert ze vergoeilijkend: “OLYMPISCH GOUD… Heel bijzonder gevoel. Zou hem voor geen GOUD willen inruilen. (Gewoon nog één erbij is veel mooier) 1500m off my Dreams!!”

Ze zijn nog niet van haar af. Niet in het shorttrack, maar ook niet op de langebaan.